Nazi's schuif je onder het tapijt

Duitsland moest worden gezuiverd van nazi’s, vonden de geallieerden. Maar over de wijze waarop dit moest gebeuren, verschilden ze van mening. De Russen en Fransen ging het vooral om wraak.

Frederick Taylor: Exorcising Hitler. The Occupation and Denazification of Germany. Bloomsbury. 438 blz. € 34,98

De Tweede Wereldoorlog had nog maar anderhalve maand te gaan, toen in Aken een Werwolf toesloeg. Het was Palmzondag 25 maart 1945 en Franz Oppenhof kwam thuis van een feestje, een afscheidsbijeenkomst van gemeentemedewerkers die wegens hun lidmaatschap van de NSDAP hun congé hadden gekregen van de Amerikanen, die de stad in oktober 1944 hadden veroverd. Oppenhof, een conservatieve politicus die geen banden had gehad met de nazi’s, was op verzoek van de Amerikanen burgemeester geworden. Zijn bereidheid die functie te bekleden, kostte hem het leven. In de tuin achter zijn huis werd hij opgewacht door een moordcommando, dat onder meer bestond uit een minderjarig lid van de Bund Deutscher Mädel, de meisjesafdeling van de Hitlerjugend. Oppenhof werd door zijn hoofd geschoten, waarna de daders wisten te ontkomen.

Vanaf het moment dat de geallieerden voet op Duitse bodem hadden gezet, waren ze beducht voor dit soort achter de linies opererende terreurgroepen, die door de nazi’s Werwolf-eenheden waren gedoopt. Hitlers propagandaminister Goebbels pakte flink uit met de moord op Oppenhof. Dit was het lot dat alle verraders te wachten stond, verkondigde hij dreigend over de radio. Voor de geallieerden werd met deze aanslag nog eens bevestigd wat ze al wisten: met de verovering van Duitsland was de klus nog niet geklaard. Het nationaal-socialisme moest met wortel en tak worden uitgeroeid.

In Exorcising Hitler. The Occupation and Denazification of Germany beschrijft de Engelse historicus Frederick Taylor dit moeizame zuiveringsproces. Taylor, die eerder goed ontvangen boeken schreef over het bombardement op Dresden en de geschiedenis van de Berlijnse Muur, is erin geslaagd een lezenswaardig boek toe te voegen aan de niet geringe hoeveelheid literatuur die de afgelopen jaren al is verschenen over de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog en de chaotische periode erna.

Amerikanen, Britten, Fransen en Russen kwamen allen met hun eigen plannen aan in Duitsland. In Washington had de politicus Henry Morgenthau eind 1944 gepleit voor een keiharde aanpak van de Duitsers. Het land moest ontdaan worden van alle industrie en worden teruggebracht tot een soort rurale economie, die nooit meer een bedreiging voor de wereld zou kunnen vormen. President Truman nam Morgenthaus radicale plan niet over, maar de Amerikanen besloten wel streng op te treden tegen de verslagen vijand. In hun bezettingszone van het veroverde Duitsland werd de denazificatie het voortvarendst ter hand genomen.

Elke volwassene moest een vragenformulier invullen. Aan de hand van de antwoorden besloten de Amerikanen of iemand een dader was, een meeloper of Muss-Nazi (iemand die lid van de partij had moeten worden om zijn baan te kunnen behouden) of geheel onschuldig. De mensen in de laatste categorie ontvingen een zogenoemd Persilschein: zij waren witgewassen. Al gauw kon de Amerikaanse bezettingsmacht de enorme hoeveelheid papierwerk die de procedure opleverde niet meer aan. De Duitse bevolking stond bovendien bijzonder afwijzend tegenover deze vorm van Siegerjustiz. Daarom besloten de Amerikanen dat de Duitsers zelf de denazificatie ter hand moesten nemen.

‘Besmet’

Groot probleem hierbij was dat de meeste juristen, meer dan tachtig procent van de beroepsgroep, lid waren geweest van de NSDAP. De Amerikanen weigerden deze ‘besmette’ advocaten, aanklagers en rechters zitting te laten nemen in de kamers die besloten over het lot van de partijleden. Taylor beschrijft de praktische problemen die dit veroorzaakte. In een klein dorp in Beieren werden bijvoorbeeld twee analfabete boeren benoemd tot rechter en aanklager. Ze werden bijgestaan door een 18-jarige rechtenstudent die zowel het pleidooi van de officier van justitie als het vonnis van de rechter voor zijn rekening nam en aldus zijn eigen werk juridisch de maat moest nemen.

De Britten toonden zich vanaf het begin van de bezetting een stuk minder principieel. Ze vervolgden actief de Duitsers die zich schuldig hadden gemaakt aan oorlogsmisdaden tegen geallieerde militairen of burgers in de door Duitsers bezette landen, maar lieten een grootschalige zuivering achterwege. Dat wilde niet zeggen dat de bewoners van de Britse bezettingszone het makkelijk hadden. Het Britse leger behandelde de Duitsers als een van de stammen die deel uitmaakten van hun koloniale rijk. Het ontlokte de prominente sociaal-democraat Kurt Schumacher, die een groot deel van de oorlog in een concentratiekamp had gezeten, de uitroep: ‘Wir sind kein Negervolk’.

De Russen en de Fransen was het in de eerste jaren na de oorlog niet zozeer om gerechtigheid te doen, als wel om wraak. Dat de sovjets zich tijdens de verovering van het oosten van Duitsland schuldig maakten aan systematische moordpartijen en verkrachtingen, is inmiddels genoegzaam bekend. Vooral in Duitsland is daarover de laatste jaren veel gepubliceerd. Maar Taylor beschrijft ook tal van gruwelijkheden die door de Fransen zijn begaan. Uiteindelijk zouden 30.000 Duitse krijgsgevangenen in de relatief kleine Franse sector om het leven komen. Alleen in de Russische zone, waar de communisten alle macht naar zich toetrokken, trof de Duitsers een zwaarder lot. Ze vluchtten dan ook met miljoenen naar het westen.

Heropvoeden

De oplopende spanningen tussen de voormalige bondgenoten, zorgden ervoor dat het bestraffen en heropvoeden van de Duitsers al snel niet meer zo belangrijk was als het voor de ondergang van Hitlers regime had geleken. De westelijke geallieerden besloten dat hun prioriteit de wederopstanding van de Duitse economie moest worden. Daarvoor waren de beambten en zakenmensen die lid waren geweest van de NSDAP onontbeerlijk. Het zuiveringsapparaat, dat door de hoeveelheid werk toch al slecht functioneerde, kwam langzaam tot stilstand.

Konrad Adenauer, in 1949 verkozen tot de eerste kanselier van de uit de drie westelijke bezettingszones ontstane Bondsrepubliek, keerde zich in zijn eerste toespraak tot het parlement tegen het denazificatieproces. Hij zei: ‘Er moeten niet langer twee klassen mensen zijn in Duitsland: de goeden en de slechten. […] De regering is vastbesloten waar het mogelijk is, het verleden achter ons te laten.’ En daar waren de meeste Duitsers het mee eens. Het land koos voor wat Taylor de sleep cure noemt, het slaapmedicijn. In plaats van de periode 1933-1945 actief te verwerken, besloten de Duitsers de ogen te sluiten en verleden te laten voor wat het was.

Hitler werd in de jaren na de oorlog dus niet zozeer uitgebannen, als wel onder het tapijt geveegd. Pas in de jaren zestig, toen jonge West-Duitsers hun ouders en grootouders vragen begonnen te stellen over het verleden, begon de echte verwerking van de oorlog. De Bondsrepubliek Duitsland had toen ruim vijftien jaar van ongekende economische groei achter de rug, die niet mogelijk was geweest als alle acht miljoen leden van de NSDAP na 1945 buiten de maatschappij waren geplaatst. Pas nu iedereen een dak boven zijn hoofd had en een ijskast vol voedsel, kon de schuldvraag onder ogen worden gezien. Taylor concludeert dan ook, met Bertold Brecht: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral. Weinig verheffend misschien, maar het verenigde Duitsland is er bijna zeventig jaar na de oorlog het anker van een verenigd Europa mee geworden.