Koekkoek collaborateur? Welke Koekkoek?

Wandplatentekenaar M.A. Koekkoek zou in de oorlog hebben geheuld met de vijand. Maar Maartje Brattinga wil die fout in ‘het geheugen van Nederland' graag rechtzetten. Zoon Cornelis Koekkoek, laatste der beroemde schilders, was degene die tekende voor de bezetter.

Marinus Adrianus Koekkoek (1873-1944), is een telg uit het bekende schildersgeslacht Koekkoek, waarvan landschapsschilder B.C. Koekkoek (1803-1862) de beroemdste is.

Marinus Adrianus werd bekend door de schoolplaten die hij tussen 1912 en 1931 voor de firma Wolters heeft gemaakt. In Sloot en Plas, Op de heide, In een Duitsch bergwoud en andere platen uit de serie ‘In ons land’ en ‘Buiten ons land’ hingen tot ver in de jaren zestig in het Nederlandse schoollokaal. Maar Koekkoek deed meer, hij was de eerste vaste wetenschappelijk illustrator van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (het tegenwoordige Naturalis) en tekende in die hoedanigheid de 407 in Nederland voorkomende vogelsoorten voor het overzichtswerk Ornithologia Neerlandica. Verder illustreerde hij tijdschriften als De Levende Natuur en De Amsterdammer. En Koekkoek schilderde erg veel vrij werk. Met name boerenerven en stalinterieurs met kippen werden vaardig door hem met penseel op het doek gezet.

M.A. Koekkoek was een ware natuurliefhebber en goed bevriend met Eli Heimans, een van de voormannen van het biologisch reveil. Samen ondernamen zij lange wandelingen door de vrije natuur. Fotocamera en schetsboek behoorden tot de standaarduitrusting voor dergelijke tochten. Over de wandeltochten werd verslag gedaan in het tijdschrift De Levende Natuur. Uit die artikelen komt een rustige, vredige man naar voren met een grote liefde voor natuur.

Toch wordt de naam M.A. Koekkoek de laatste jaren verschillende malen genoemd als illustrator van propaganda-affiches tijdens de Tweede Wereldoorlog, een gegeven dat moeilijk te rijmen lijkt met zijn idyllische natuurwerk. Zo wordt in een artikel in Trouw (17 nov 2003) over de lancering van de website www.geheugenvannederland.nl, met daarop ruim vijfduizend propaganda-affiches uit de Tweede Wereldoorlog, M.A. Koekkoek genoemd als illustrator van het affiche van de Nationale Jeugdstorm Weest dapper, wordt stormer.

Ook NIOD-medewerkers René Kok en Erik Somers stellen in het Algemeen Dagblad en in hun boek V=Victorie. Oorlogsaffiches 1940-1945 dat Koekkoek affiches voor de bezetter maakte. Maar is dat zo? Qua tekenstijl lijken die affiches helemaal niet op het overige werk van M.A. Koekkoek. Zijn natuurwerk is schetsmatig en heeft zachte contouren, terwijl de propaganda-affiches getekend zijn in een harde, heldere stijl die aansluit bij de nazistische propaganda van die tijd.

Ook de signaturen verschillen duidelijk. De beelden van de natuur zijn gesigneerd met ‘M.A. Koekkoek’, soms ‘Koekkoek’, soms ‘M.A.K.’. De propaganda-affiches zijn gesigneerd met ‘Koekkoek’, ‘Koekkoek, M.A. Zn’, of ‘C. Koekkoek M.A. Zn.’..

Het gaat hier dus om iemand anders. En wel om de zoon van M.A. Koekkoek, Cornelis (Kees) Koekkoek (1903-1982). Cornelis werd geboren op 8 september 1903 als zoon van Marinus Adrianus Koekkoek en Judith Koekkoek-Gerritsen (1881-1961). De familie woont in de Watergraafsmeer. Net als zijn vader en diens vader legt Cornelis (Kees) zich toe op het schildervak. Na de MULO gaat hij naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Aansluitend vertrekt hij voor een jaar naar Berlijn om zich aan de Akademie der Künste verder te bekwamen in de schilderkunst. In het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), een onderdeel van het Nationaal Archief waar al het materiaal verzameld is over Nederlanders die na de oorlog zijn berecht vanwege ‘foute’ activiteiten, bevindt zich een dossier van Cornelis Koekkoek, waaruit af te leiden is hoe hij zich tijdens de oorlog wist te handhaven. De soms extreem racistische illustraties die hij voor het blad van de Nationaal Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij (NSNAP) Het nieuwe volk maakte, onder het pseudoniem Donar, worden hierin vreemd genoeg niet genoemd. De stukken reppen alleen van zijn werk voor het Nederlands Arbeidsfront en affiches die hij voor het Rijkscommissariaat gemaakt zou hebben.

Na de oorlog wordt Cornelis opgepakt en geïnterneerd. Hij verblijft in totaal zeventien maanden in verschillende kampen. Hij wordt in beschuldiging gesteld en verdacht van lidmaatschap van de NSB. Aanvankelijk wordt hij ook beschuldigd van het vrijwillig dienst nemen in het Duitse leger en wordt statenloos verklaard. Na onderzoek blijkt dit niet het geval te zijn geweest, maar ondanks protesten wordt deze beslissing niet teruggedraaid. Koekkoek wordt drie jaar onder toezicht gesteld, moet een boete van vijfduizend gulden betalen en verliest zijn burgerrechten voor tien jaar. Omdat Koekkoek de boete niet kan betalen met wat hij verdient met portretschilderen wordt deze uiteindelijk verlaagd naar vijftig gulden..

Uit de dossiers over Koekkoek blijkt dat hij niet zozeer uit politieke overtuiging, maar eerder uit opportunisme zijn propaganda-affiches heeft gemaakt. Koekkoek moest zowel zijn ex-vrouw Johanna Wilhelmina Samuels en hun dochter Margaretha Judith, als zijn tweede vrouw Anna Janke Oord onderhouden. Koekkoek is echter wel lid geweest van de NSB. Het dossier in het CABR bevat een bewijs van schorsing van de NSB uit 1935. Na een ruzie met een superieur werd Cornelis na enkele maanden lidmaatschap geroyeerd. Uit de dossiers blijkt op geen enkele manier dat vader M.A. Koekkoek betrokken was bij de activiteiten van zijn zoon.

Na de oorlog probeert Cornelis zijn werk als schilder weer op te pakken. Hij probeert reclame- en portretopdrachten te krijgen, maar heeft hier veel moeite mee vanwege een oogziekte.

Koekkoek schilderde verschillende portretten die in de jaren vijftig nog erg realistisch zijn (en waarschijnlijk in opdracht zijn geschilderd) en later losser en expressionistischer werden. Opvallend is dat Cornelis Koekkoek ook een ‘Joods meisje’ heeft geportretteerd in 1954, terwijl zijn werk voor de NSNAP soms zeer anti-semitisch was. Het grafische werk uit de jaren zestig is zeer expressief en bevat zowel portretten, stadsgezichten als abstracte werken en landschappen. Als Cornelis Koekkoek in 1982 op 78-jarige leeftijd overlijdt, wordt er in krantenberichten niet over zijn oorlogsverleden gerept. Wel wordt vermeld hij de laatste telg uit het vermaarde schildersgeslacht Koekkoek is.

Over M.A. Koekkoek is t/m 8 jan 2012 in het Nationaal Onderwijsmuseum te Rotterdam de tentoonstelling In sloot en plas. Leven en werk van M.A. Koekkoek te zien. Bij de tentoonstelling is een gelijknamige catalogus verschenen van Jacques Dane en Maartje Brattinga (Kampen 2011) van 16,95 €. Werk van B.C. Koekkoek is t/m 5 juni te zien op de tentoonstelling Een Romantische kijk: De collectie Jef Rademakers in het Haags Gemeentemuseum, www.gemeentemuseum.nl.