In het resort merk je niets van de revolutie

Achter de muren van Sunny Days El Palacio in Hurghada is het nieuws niet te volgen, via internet of televisie.

Verslag van een all inclusive-vakantie in onzeker Egypte.

EGYPT. Giza. Tourists at The Pyramids. 1992. Contact email: New York : photography@magnumphotos.com Paris : magnum@magnumphotos.fr London : magnum@magnumphotos.co.uk Tokyo : tokyo@magnumphotos.co.jp Contact phones: New York : +1 212 929 6000 Paris: + 33 1 53 42 50 00 London: + 44 20 7490 1771 Tokyo: + 81 3 3219 0771 Image URL: http://www.magnumphotos.com/Archive/C.aspx?VP3=ViewBox_VPage&IID=29YL530M2E7F&CT=Image&IT=ZoomImage01_VForm
EGYPT. Giza. Tourists at The Pyramids. 1992. Contact email: New York : photography@magnumphotos.com Paris : magnum@magnumphotos.fr London : magnum@magnumphotos.co.uk Tokyo : tokyo@magnumphotos.co.jp Contact phones: New York : +1 212 929 6000 Paris: + 33 1 53 42 50 00 London: + 44 20 7490 1771 Tokyo: + 81 3 3219 0771 Image URL: http://www.magnumphotos.com/Archive/C.aspx?VP3=ViewBox_VPage&IID=29YL530M2E7F&CT=Image&IT=ZoomImage01_VForm ©Martin Parr / Magnum

Sommige dingen doe je niet. Een moeder sla je niet. Je rijdt geen duiven dood. Je geeft geen ketamine aan een peuter. En je gaat niet naar een resort in een land dat net een revolutie achter de rug heeft.

Ik wilde met vakantie. Ver weg. Normaal reis ik naar steden, daar ga ik naar musea, struin ik door tot mijn voeten kromtrekken en lig ik in parken. Nu wilde ik iets nieuws. Een plek waar ik nog nooit eerder was geweest. Ik liep D-reizen binnen. Vijf vrolijke meisjes keken me stralend aan. Debbie wees me als eerste een kruk.

„Wat zijn je wensen?” vroeg ze.

Ik dacht aan heel andere dingen.

„Wil je een avontuurlijke vakantie?”

Achter haar hing het D-reizen logo. Geel met blauw. Een avontuurlijke vakantie.

„Of liever all inclusive?”

„Dat is heerlijk ontspannen”, zei Debbie met een vette lach, „deze tijd van het jaar moet je wel ver gaan om in het zonnetje te liggen. Wat is je budget?”

„Rond de driehonderd zou perfect zijn.”

„Dat gaat nooit lukken. Als je naar de Canarische Eilanden wilt, moet je echt aan achthonderd all inclusive denken.”

Ik wilde helemaal nergens aan denken, laat staan aan achthonderd all inclusive.

„Tenzij…” Debbie aarzelde, „vind je het een probleem om naar Egypte te gaan?”

Twee dagen later land ik in Hurghada. De piloot roept om: „Dames en heren, welkom in Egypte.” De vriend die me vergezelt kijkt me verbaasd aan. We zijn in Egypte. Een land dat een minuut geleden nog in revolutie was. Een land zonder leider, onder militair bewind. Ik probeer in het Arabisch ‘taxi’ te zeggen. Maar ook dat blijkt te zijn geregeld. Mannen met bordjes schreeuwen naar ons.

„D-reizen?” zegt er een.

„Okay, follow me.”

Met een slinger van veertig andere toeristen lopen we onwennig achter de man aan. Buiten staan bussen op een rij. Binnen een paar minuten zijn alle toeristen verdeeld. Niet eerder heb ik mensen zo gestructureerd met toeristen om zien gaan.

Dan rijden we weg.

Een man met een spitse neus en grote ogen staat op. „Hello, I’m your touroperator. My name is Mohammed, like every other person in Egypt.”

Een paar mensen lachen.

„But, you can call me Mido.”

We rijden de nacht in. Eerst door zandvlaktes, maar al snel komen we in de stad. Ik zie in een café tientallen mannen waterpijp roken. Een slager hakt een homp vlees af. Een paar kinderen achtervolgen een kat. Een man dweilt de tegels van de straat schoon.

„Are you happy with the revolution?” vraag ik Mido.

„I had a holiday for two months. It was nice, but now we need work, desperately.”

De revolutie als vrijetijdsbesteding. Meer zegt hij er niet over. Mido staat op en klapt in zijn handen.

„Who is ready to have some fun?”

Een paar handen voorin de bus gaan omhoog. Langzaam gaat een slagboom open. Dit resort kan makkelijk tweeduizend mensen verzorgen. Van de straten van Hurghada is niets meer te zien. We zijn in een andere wereld, achter de paleismuren van Sunny Days El Palacio.

In het midden van de foyer staat een reusachtige, lege fontein. Ik kan mijzelf spiegelen in de fonkelende vloer. Een jongen komt op ons af met een dienblad vol kleurige drankjes. Een andere man pakt mijn pols vast. Zonder uitleg schuift hij er een bandje om. Een bediende pakt onze koffers. Ik kijk verward om me heen. Het is of mijn brein me wordt ontnomen, ik mag nergens meer aan denken.

De volgende dag snak ik naar internet. Ik ben gevangen in een bubbel van luxe. Ik wil weten wat er buiten gebeurt. De receptionist vertelt me dat er geen internet is.

„Broken.”

Hij haalt zijn schouders op. Op de tv in onze kamer zijn tientallen kanalen te ontvangen van over de hele wereld, maar geen enkele met nieuws. Ik kan er niet achterkomen wat er aan de hand is op het Tahrirplein, of er opnieuw mannen op kamelen het plein op stormen of Mubarak misschien wel is vermoord.

Wel mag ik zelf op een kameel. Een cadeautje van het resort. In een jeep rijden we de woestijn in. Na een uur komen we uit bij een groepje kamelen. Die lopen plichtmatig twintig meter en zakken gedwee onder het gewicht van de toeristen door de knieën. Ik kijk naar de billen van de man voor me. Elke ervaring is twee seconden eerder ervaren door degene voor me. Alles voelt zo gemaakt. Een man met dikke buik komt op ons af.

„You want to hold a snake?”

Dit land is aan het hervormen, ik wil geen slang vasthouden. Hij schenkt thee voor ons in.

„How do you notice the revolution here?” vraag ik.

Het gezicht van de man licht op, alsof hij even niet meer de gastheer hoeft te spelen.

„Before if a tourist would have asked me what I would think about the government or something, I would lie and say it’s all great. Now I can honestly say it is great. People are free. We will get democracy. It will just take some time before everybody will know what democracy entails. I know, but not everyone else knows.”

Maar wat is er dan veranderd, vraag ik hem, want vóór de revolutie liet hij ook al mensen slangen vasthouden. Hij kijkt me aan alsof ik om leugens vraag.

Als het donker begint te worden rijden we terug de stad in. Bij een rotonde staan tientallen mannen te schreeuwen tegen politie. Iedereen kijkt woest. Een paar waaghalzen lopen af op de politie.

Onze chauffeur legt uit: „Some people lost their fear of the police. They used to be corrupt, now they are there for the people. It is confusing to some. That’s why it’s hard for them to get control.”

De volgende ochtend besluiten we op eigen houtje buiten de paleismuren te treden.

„Why?” vraagt de receptionist. Hier is alles goed geregeld, legt hij uit. Daarbuiten is nog zo veel chaos. Een land is niet van de ene op de andere dag klaar. Hij schudt zijn hoofd als we toch kiezen voor het ongeregelde Hurghada.

Tussen de honderden huizen in opbouw is de woestijn nog te zien. Zand waait door de lege verdiepingen. Taxi’s rijden voorbij en toeteren elke keer naar ons, hopeloos op zoek naar klandizie. Het toerisme is de benzine waarop de motor moet draaien, en nu de benzine niet meer makkelijk verkrijgbaar is, lijken de mensen in verwarring. De desillusie slaat toe. De revolutie leek glamour te brengen, maar als het toerisme inzakt ten gevolge van de revolutie, is die wel een stuk minder meeslepend.

De dagen gaan langzaam. Als de receptionist de laatste dag het bandje van mijn pols knipt giert de opluchting door mijn aderen.

Eenmaal in Nederland lees ik alles over Egypte. Een Egyptische blogger heeft drie jaar cel gekregen omdat hij negatief schreef over het militaire regime. Een brief die is opgepikt door Human Rights Watch zegt dat er geen artikelen mogen verschijnen over het regime voordat die zijn goedgekeurd. Nu begrijp ik de reactie van Mido pas beter. Hij is bang dat er niets veranderd is. Ik vraag me af hoe rooskleurig het beeld was dat slangenman schilderde.

De receptionist van El Palacio leek ons te willen beschermen voor de onzekerheden en twijfels die heersen in Egypte. Maar het is idioot om in een bubbel van rijkdom vakantie te vieren in een land waar nog niets zeker is. Het voelt als vals spelen.

Dit najaar verschijnt van Alma Mathijsen de roman ‘Alles is Carmen’ (De Bezige Bij).