Finnen enige obstakel voor hulp Portugal

Portugal krijgt een pakket van 78 miljard euro aan steun.

Dat is zo goed als zeker. Maar de Ware Finnen steunen noodhulp alleen in ruil voor deelname aan hun regering.

Voor de derde keer trekken de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds hun portemonnee om een land uit een economische crisis te trekken. Na een maand onderhandelen maakte de Portugese demissionair premier Sócrates gisteren bekend dat Portugal de komende drie jaar 78 miljard euro ontvangt. Vorig jaar mei ontving Griekenland 110 miljard euro, in november Ierland 67,5 miljard.

In ruil voor het geld zal Portugal het beproefde IMF-medicijn moeten slikken: bezuinigen en hervormen. Portugal committeert zich het begrotingstekort terug te brengen. Vorig jaar bedroeg dat nog 9,1 procent, dit jaar mag het gat 5,9 procent bedragen en volgend jaar 4,5 procent. Portugal moet in 2013 voldoen aan de Europese norm van 3 procent.

In zijn verklaring stelde Sócrates gisteren dat Portugal in de onderhandelingen met de trojka van het IMF, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank „een goed akkoord” heeft bedongen. „Vanzelfsprekend zijn er geen financiële hulpprogramma’s die niet veeleisend zijn, maar de andere buitenlandse hulpprogramma’s kennende en na alle speculaties in de media, is het nu mijn eerste taak om de Portugezen gerust te stellen.”

In plaats van toe te lichten hoe Portugal gaat bezuinigen, somde Sócrates een lange lijst van begrotingsmaatregelen op die Lissabon níet heeft toegezegd. Zo zullen werknemers hun 13de en 14de maand uitbetaald blijven krijgen; wordt het minimumloon niet verlaagd; worden geen ambtenaren ontslagen noch worden hun salarissen verder verlaagd; wordt staatsbank Caixa Geral de Depósitos niet geprivatiseerd; worden de minimumpensioenen niet verlaagd, maar is het juist de bedoeling ze te verhogen; en zullen het ontslagrecht en de sociale zekerheid onaangetast blijven. Ook zal het niet nodig zijn om in 2011 extra begrotingsmaatregelen te treffen.

Dat Sócrates het akkoord zo gunstig mogelijk probeert uit te leggen, heeft alles te maken met de vervroegde parlementsverkiezingen op 5 juni. Over de mogelijke hervormingen die Portugal worden opgelegd om weer te groeien, bleef de premier ook vaag. Economen wijzen op de noodzaak de starre arbeidsmarkt, de trage rechtspraak, de hoge schooluitval, het te omvangrijke ambtenarenapparaat, de problemen bij staatsbedrijven en de wildgroei aan privaat-publieke ondernemingen aan te pakken.

Hoeveel rente Portugal betaalt over de noodlening is ook onbekend. Waarschijnlijk zal dit pas op 16 mei bekendgemaakt worden als de minister van Financiën van de eurozone bijeenkomen. De reden is opmerkelijk: in Brussel bestaat onduidelijkheid hoe de steun gefinancierd zal worden. Dit is het gevolg van de verkiezingsuitslag in Finland.

Een aanzienlijk deel van de Europese steun voor Portugal zal van het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF) komen. Geld kan alleen uitgedeeld worden als er unanieme steun is. Ook het Finse parlement moet dus instemmen met een reddingsactie voordat de regering in Brussel er steun aan kan verlenen. Gezien de verkiezingsuitslag wordt het spannend of er een meerderheid in het Finse parlement is voor een Portugese gang naar het fonds. De Ware Finnen behaalde 19 procent van de stemmen met een campagne tegen Europa en tegen immigratie. Als gevolg is er een minderheid (98 van de 200 zetels) voor noodhulp.

Eind vorige week leek het er op dat Timo Soini, leider van de Ware Finnen, bereid was te onderhandelen. Hij zou noodhulp steunen in ruil voor deelname aan de regering. Maandag verklaarde zijn partij echter dat Portugese noodhulp onacceptabel is. Naar verluidt wordt er nog onderhandeld met de Ware Finnen.

In Brussel wordt er gekeken naar alternatieven om Portugal te steunen zonder Finse betrokkenheid voor het geval er geen Fins akkoord komt. Dit is geen makkelijke opgave, want Finland is één van de zes donateurs aan het Europese Financiële Stabiliteitsfonds met een AAA-rating, het hoogste oordeel van kredietwaardigheid. Ook Nederland, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk bezitten zo’n sleutelrol. Dankzij garanties van die zes landen kan het EFSF op de kapitaalmarkt goedkoop geld aantrekken en dat uitlenen aan de landen in nood. Als de steun van een AAA-land wegvalt, zal de markt een hogere rente verlangen. Dat kan weer tot hogere rentekosten voor Portugal voor de noodlening leiden. Daar zal Sócrates (of zijn mogelijke opvolger) niet op zitten te wachten. In Griekenland en Ierland was er felle kritiek van de bevolking en oppositieleiders op de rentetarieven voor noodhulp.

Niet-eurolanden kunnen mogelijk betrokken worden. In het Ierse reddingspakket leende het Verenigd Koninkrijk zijn „vriend in nood” 5 miljard euro. Ook Denemarken en Zweden droegen toen bij.

Eén optie is uitgesloten: geen steun aan Portugal verstrekken. Als blijkt dat het Europese reddingsmechanisme spaak loopt, is het aannemelijk dat de angst op de financiële markten weer oplaait en dat het voortbestaan van de eurozone in gevaar komt.