Bouwen aan buik van reuzenwalvis

De Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor toont vanaf volgende week in het Grand Palais in Parijs zijn reusachtige walvisachtige sculptuur Leviathan.

Sandra Smallenburg spreekt hem in zijn atelier in Londen: „Grootschaligheid is een van de gereedschappen van de beeldhouwkunst. Waarom zou je dat niet gebruiken?”

Indian-born artist Anish Kapoor poses for photographers with his stainless steel installation, entitled "Sky Mirror", near the Serpentine Gallery in Hyde Park, London on September 27, 2010. The Gallery, in London's Kensington's Gardens, will host four of Kapoor's larger installations, until March 13, 2011. AFP Photo / Carl Court
Indian-born artist Anish Kapoor poses for photographers with his stainless steel installation, entitled "Sky Mirror", near the Serpentine Gallery in Hyde Park, London on September 27, 2010. The Gallery, in London's Kensington's Gardens, will host four of Kapoor's larger installations, until March 13, 2011. AFP Photo / Carl Court AFP

Er groeien vreemde objecten uit de muren van het Londense atelier van kunstenaar Anish Kapoor. Zwarte glimmende blobs die aan buitenaardse ruimteschepen doen denken. Halve bolvormen die hun geopende kant als satellietschotels naar de kijker gericht hebben. Gekromde spiegels die de wereld op zijn kop zetten. In een van de muren zit een diepe barst. Het gat heeft een vleesrode kleur gekregen, zodat het nog het meest lijkt op een open wond in een blanke huid. Of beter: op een vagina.

Van buitenaf ziet het ateliercomplex er onopvallend uit: een rijtje oude fabriekjes en pakhuizen in een achterafstraatje in Zuid-Londen. Maar binnen kom je in een magisch labyrint terecht, waar het naar lijm en verf ruikt, en waar in overall gestoken medewerkers knutselen aan maquettes en sculpturen met moeilijk benoembare vormen. „Deze studio is geen werkplaats of fabriek, maar een laboratorium”, benadrukt Anish Kapoor (Mumbai, 1954) direct bij binnenkomst. „Er wordt hier geëxperimenteerd en niet geproduceerd.”

Dat zou ook niet kunnen, want de sculpturen van de Britse, uit India afkomstige beeldhouwer zijn sinds een aantal jaren zo reusachtig dat ze op scheepswerven of in staalfabrieken in elkaar gezet moeten worden. Zo bestaat Cloud Gate (2004), het spiegelende beeld in het Millennium Park in Chicago, in de volksmond ‘The Bean’, uit maar liefst 168 roestvrijstalen platen die samen honderd ton wegen. En Memory (2008), een vijftien meter lange cortenstalen sculptuur in de vorm van een rugbybal die Kapoor vorig jaar liet zien in het New Yorkse Guggenheim, was zo immens dat zij letterlijk uit de museumzaal puilde – als een ei dat in een te klein vierkant doosje gepropt zat. Waardoor je je als bezoeker alleen maar verbijsterd kon afvragen: hoe heeft hij dat geflikt?

Maar Kapoors allergrootste kunstwerk is nog in aanbouw. Ter gelegenheid van de Olympische Spelen in 2012 zal volgend jaar een toren bij het Olympisch Stadion in Londen verrijzen die met 125 meter een stuk hoger is dan de Big Ben. Deze Orbit, die Kapoor samen met ingenieursbureau Arup ontwierp, is gemaakt van roodkleurig staal en oogt als een krankzinnige kruising tussen een immense DNA-sliert en een achtbaan. „Hij heeft een irrationele vorm”, geeft Kapoor toe. „Grote torens zijn meestal rationeel en symmetrisch. Ik wilde iets heel anders maken. Een toren die eruitziet of hij ieder moment kan omvallen.”

Aan de hand van een schaalmodel dat middenin zijn atelier staat, laat Kapoor zien hoe straks zo’n zevenhonderd bezoekers per uur de lift omhoog zullen nemen, naar twee uitzichtplatforms in de top. Die plateaus zullen gedeeltelijk bekleed zijn met spiegels – alsof je in een kijkinstrument staat, volgens Kapoor. „Het gaat mij niet alleen om het naar buiten kijken, maar ook om de ervaring in de ruimte zelf.” Vervolgens kan het publiek via een spiraalvormige trap met vele honderden treden weer afdalen. Een reis die volgens de kunstenaar zo’n twintig minuten in beslag zal nemen.

Critici hebben het werk al cynisch een geflipte Eiffeltoren genoemd, of erger nog: Meccano on crack. De Britse krant The Times omschreef Orbit als een ‘stuk hekwerk van gaas dat hopeloos rond de koeienbel van een gigantisch Frans rund verstrikt is geraakt’. Kapoor lacht een harde, bulderende lach als die kritiek ter sprake komt. „Zien is geloven”, zegt hij zelfverzekerd. „De Eiffeltoren is een emblematische toren, maar afgezien van het materiaal heeft hij mij niet geïnspireerd. Ik verwijs liever naar de toren van Tatlin, of naar de Toren van Babel. Dat waren mythische torens die met hun opwaartse spiraal het onmogelijke probeerden te bereiken: de hemel.”

Waar het hem bij Orbit vooral om gaat, zegt Kapoor, is schaal. Hij wijst naar een poppetje van nog geen halve centimeter groot dat aan de voet van de maquette staat. „Als hij vanaf dat punt omhoog kijkt, ziet hij vijftig meter boven zich een gewelf van staal. De voet van de toren is een 35 meter brede, lege ruimte. Het is nu nog moeilijk voor te stellen, maar als je daar straks staat, zal je het gevoel krijgen alsof je je in een kathedraal bevindt.”

Groot, groter, grootst. Dat is de lijn waarlangs het oeuvre van Anish Kapoor zich de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. Waren zijn vroege pigmentsculpturen nog subtiel, poëtisch en ongrijpbaar, met hun onpeilbare dieptes van kleur en hun kwetsbare huid, tegenwoordig maakt Kapoor beelden die meer raakvlakken hebben met architectuur. Imposant, strak en glimmend zijn die recentere objecten, bedoeld om de toeschouwer van zijn sokken te blazen. „Grootschaligheid is een van de gereedschappen van de beeldhouwkunst”, aldus Kapoor. „Dus waarom zou je daar geen gebruik van maken?”

In 2002 maakte de kunstenaar in de immense turbinehal van Tate Modern een sculptuur in de vorm van een vleeskleurige toeter (Marsyas) die zo groot was dat het leek of de 155 meter lange en 35 meter hoge ruimte er door uit haar voegen zou barsten. Volgende week is Kapoor van plan iets vergelijkbaars te doen in het Grand Palais in Parijs, waar hij is uitgenodigd voor de tentoonstellingsreeks Monumenta. Na Anselm Kiefer, Richard Serra en Christian Boltanski is Kapoor de vierde kunstenaar die de uitdaging aangaat om het 13.500 vierkante meter grote glaspaleis naar zijn hand te zetten.

Het is een oppervlakte waar zelfs Anish Kapoor even van moest slikken. „Feitelijk is Monumenta gekkenwerk”, zegt hij. „Het is een krankzinnig project, dat slechts zes weken duurt, maar miljoenen euro’s kost. De ruimte is zo groot, die vul je niet zomaar met een paar beeldhouwwerkjes. Logistiek is het een moeilijk project omdat het Grand Palais een monument is en je dus nergens in de muren mag boren. En dan is er nog dat nietsontziende licht. Door al dat glas is het net of het binnen lichter is dan buiten.”

Hoe zijn tentoonstelling in het Grand Palais er precies uit zal komen te zien, blijft tot de opening op 11 mei geheim. Maar in zijn Londense studio is Kapoor wel bereid alvast een maquette te laten zien van het kunstwerk, dat hij Leviathan heeft gedoopt. Net als het Bijbelse zeemonster zal Kapoors tentoonstelling de bezoekers straks opslokken in haar binnenste. Het publiek betreedt de tentoonstelling via een donkerrode, bolvormige foyer – een soort baarmoeder, zo stel ik mij voor als ik mijn hoofd in het schaalmodel steek – met daarin drie grote openingen die uitzicht bieden op nog eens drie van die oneindige, monochrome, vleeskleurige holtes. Vervolgens wordt het publiek weer naar buiten geleid en komt het terecht in de ruimte tussen het object en het gebouw, wat weer een totaal andere, meer claustrofobische ervaring teweeg zal brengen.

Hoe immens Kapoors installatie is, kun je waarschijnlijk alleen vanuit een vliegtuig of helikopter bevatten. Leviathan is een sculptuur van 100 meter lang, 70 meter breed en 48 meter hoog. Een beeld dat bestaat uit vier opblaasbare ballonnen van pvc die ingeklemd liggen tussen vloer en plafond en die grofweg de kruisvormige plattegrond van het Grand Palais volgen. Het gebruikte pvc is enigszins transparant, zodat de kleur van het werk mede bepaald wordt door het veranderende zonlicht. ’s Avonds, als het kunstwerk verlicht wordt, moet het helemaal ogen als een buitenaards ruimteschip.

Het is hem niet om het spektakel te doen, zegt Kapoor. „Spektakel wordt vaak geassocieerd met leegheid. Ik wil iets maken dat betekenisvol is, dat zorgt voor die wow-ervaring, maar ook voor verwondering. Het zou mooi zijn als je als kijker het gevoel krijgt dat het kunstwerk groter is dan het gebouw zelf.

„Dat is het wonderlijke van schaal. Schaal is een mysterieus en ongrijpbaar begrip, misschien wel de enige echt abstracte dimensie die we kennen. Je moet het als toeschouwer ondergaan en beleven. Er is geen model dat je kan laten voelen hoe het is om straks daar te staan. Het doet iets met je hoofd, met je lichaam. Dat is voor mij de reden om de sculptuur te maken.”

Hij hoopt, zegt Kapoor, dat de reis door de sculptuur en door het gebouw de bezoeker een onvergetelijke herinnering mee zal geven. „Bij Leviathan zal het tijd en moeite kosten voordat de toeschouwer de puzzel in zijn hoofd compleet heeft, voordat hij snapt hoe de binnenkant en de buitenkant van het kunstwerk in elkaar grijpen. Tijd is in mijn werk een belangrijke factor. Daarom houd ik ook zo van monochrome kleurvlakken: die doen iets met de tijd. Ze veroorzaken een dromerige stemming, waardoor de tijd lijkt te vertragen.

„Het mooie van abstracte kunst”, vervolgt Kapoor, „is dat er geen betekenis door wordt opgelegd. Ik heb als kunstenaar niets te zeggen, het is de toeschouwer zelf die betekenis in het kunstwerk mag leggen.”

Dan verlaten we het atelier en klimmen via een netwerk van smalle trappetjes en gangetjes naar het kantoorgedeelte op de bovenste verdieping. Hier zijn de ruimtes hagelwit en zitten jonge mannen en vrouwen geconcentreerd achter hun witte iMacs. Kapoor neemt plaats aan het hoofd van een lange witte tafel en krijgt zijn thee aangereikt in een grote witte mok. Met zijn halflange zilveren lokken en zijn deftige Britse accent heeft hij plots meer weg van een zakenman dan een kunstenaar.

En feitelijk is hij dat ook. Kapoor is directeur van een bedrijf dat zo’n honderd medewerkers in dienst heeft en kunstwerken levert aan de belangrijkste galeries ter wereld – kunstwerken die op veilingen en beurzen enkele miljoenen euro’s opbrengen. Hij heeft een tweede huis op de Bahama’s.

Maar die bevoorrechte positie weerhoudt hem er niet van om zich grote zorgen te maken over de kunstbezuinigingen die in Engeland zo’n tweehonderd kunstinstellingen hun subsidie hebben gekost. In een artikel in de Engelse krant The Guardian liet hij zich vorige maand ongemeen fel uit over de Tories, die volgens hem een „castratiecomplex” hebben als het om de kunsten gaat. „Ze brengen ons terug naar de situatie in het Thatchertijdperk”, zei hij in The Guardian. „En het kostte de kunstwereld destijds vijftien jaar om daarvan bij te komen.”

Ook nu weer spuwen zijn ogen vuur als hij over het huidige cultuurbeleid begint. „Het is zo ongelofelijk kortzichtig en ondoordacht. Onze regering snoeit de kunstbudgetten met een kwart. En ik zie hetzelfde gebeuren in Nederland, België, Frankrijk en Italië. Berlusconi’s regering is zelfs compleet gek geworden als het om de kunsten gaat. Het is een tragedie die in heel Europa speelt. Het getuigt van kortetermijndenken. Want in verhouding kosten de kunsten maar heel weinig geld.

„Het klassieke argument is altijd dat er meer geld nodig is voor de gezondheidszorg. Maar er zit ook een keerzijde aan dat argument. Want ziekenhuizen mogen dan het lichaam helen, cultuur heelt de ziel. En dat is net zo belangrijk. Met kunst in aanraking komen betekent ook dat je jezelf beter leert kennen. In die zin kun je zeggen dat deze overheid de mensen minder menselijk wil maken. Kunst brengt levensgeluk. En is dat niet waar we allemaal naar op zoek zijn?”

Monumenta vindt van 11 mei t/m 23 juni plaats in het Grand Palais in Parijs. Inl: www.monumenta.com. In De Pont in Tilburg is van 28 mei tot 18 sept een tentoonstelling georganiseerd rondom de nieuwe aanwinst van het werk Vertigo van Kapoor. Inl: www.depont.nl