Over getuigen en geheugen

Willem Wagenaar (1941-2011) onderzocht waarneming en geheugen.

De laatste jaren werd zijn kritiek op de rechterlijke macht steeds luider.

Prof.Dr.Willem A.WAGENAAR,psycholoog (1941).VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Zeist,15 mei 2006
Prof.Dr.Willem A.WAGENAAR,psycholoog (1941).VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Zeist,15 mei 2006 ©Vincent Mentzel 2006

Met het overlijden van Willem Albert Wagenaar, afgelopen woensdag in Utrecht, verliest de Nederlandse psychologie een van zijn markantste persoonlijkheden. Hij is bijna 70 jaar geworden. Wagenaar was een psycholoog uit de school van John van de Geer, de leermeester van een hele reeks onderzoekers die in het laatste kwart van de vorige eeuw de experimentele psychologie in ons land gedomineerd hebben en de Nederlandse bijdrage ook internationaal op de kaart hebben gezet.

Wagenaar was het belangrijkste deel van zijn loopbaan hoogleraar experimentele psychologie aan de Leidse universiteit. Twee thema’s in de psychologie hadden zijn speciale aandacht: het onderzoek naar het ontstaan van ongevallen en de rechtspsychologie. Vooral zijn werk op dit laatste terrein heeft hem bekendheid gegeven bij het grote publiek. Hij was in dat vakgebied een wetenschapper die zowel in de praktijk actief was, als in het laboratorium fundamenteel onderzoek deed. Veel van dat onderzoek ging over de best mogelijke procedure voor de identificatie van onbekende daders door ooggetuigen, maar ook over waarneming, geheugen en herinnering.

Hij was een uitzonderlijk bekwaam docent; zijn voordrachten en colleges over vooral de rechtspsychologie hebben bij menigeen diepe indruk gemaakt. Hij fileerde de menselijke aard, het werk van politie en Openbaar Ministerie en de beslissingen van rechters.

In de loop van de jaren trad Willem Albert Wagenaar in honderden zaken op als getuige-deskundige, zowel in straf- als civiele zaken. In die functie lichtte hij rechters voor over aspecten van rechtszaken die zij zelf niet helemaal kunnen overzien. Deze ervaringen met de dagelijkse praktijk van de rechtspraak hebben in veel gevallen weer geleid tot artikelen en boeken waarin de gang van zaken in de rechtspraak werd geanalyseerd en vaak gekritiseerd. In veel gevallen hebben wij daarbij met hem samengewerkt; wij kunnen als weinig anderen getuigen van zijn werkkracht en vakbekwaamheid.

De patronen van fouten die hij in grote strafzaken constateerde, zag Wagenaar ook in veel kleine zaken. Het maakte zijn kritiek op de rechtspraak in de loop der jaren steeds heftiger. Alleen onderbroken door de jaren waarin hij rector magnificus in Leiden was, is Wagenaar altijd een gedreven wetenschapper geweest die met zijn werk verschil wilde maken voor de praktijk, niet in de laatste plaats die van de strafrechtspleging.

Hans Crombag is hoogleraar Sociaal Wetenschappelijke Bestudering van het Recht, Peter van Koppen is hoogleraar Rechtspsychologie, beiden in Maastricht.