Osama bin Laden is dood, nu het ‘Bin Ladisme’ nog

Osama bin Laden. Foto AP

In de Palestijnse gebieden zakte het draagvlak voor Osama bin Laden van 70 procent in 2003 tot een derde vlak voor zijn dood. In Nigeria bleef de populariteit schommelen rond 50 procent. Maar om de geestelijke nalatenschap echt te verdampen, moet de Arabische lente volgens de politiek denker Thomas Friedman wel tot echte democratieën leiden.

Het West-Afrikaanse land vormt overigens een uitzondering op andere moslimlanden, want in Pakistan, Indonesië en Jordanië wendde de grote meerderheid zich de laatste jaren van Osama bin Laden af. In Libanon en Turkije had Bin Laden nooit de gunst van het volk. De steun onder de bevolking zakte van twintig procent tot enkele procenten.

Dat blijkt uit een jaarlijkse peiling van het Pew Research Center, waarvan The Economist de resultaten in een grafiek heeft gezet. Het tijdschrift heeft geen eensluidende verklaring voor de trend. Mogelijk hebben de aanslagen op islamitisch grondgebied een rol gespeeld, maar het kan ook zijn dat Osama de laatste jaren geen prominente rol meer innam.


Echte grondwet, echte verkiezingen
Thomas L. Friedman, columnist voor The New York Times, heeft wel een verklaring. Hij vindt het fijn dat Bin Laden lang genoeg heeft geleefd om te merken dat zijn ideologie uit de gratie raakte. Hij wijst erop dat moslims uit Tunesië, Egypte, Jemen en Syrië niet voor Osama’s fundamentele islam kozen, maar opkwamen voor waardigheid, rechtvaardigheid en zelfbestuur tijdens de Arabische lente. “Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen door Bin Laden te doden met een kogel”, schrijft hij. “Nu hebben moslims de kans om hetzelfde te doen met het ‘Bin Ladisme’. Niet met een kogel, maar met echte verkiezingen, een echte grondwet, echte politieke partijen en een echt progressieve politiek.”

Verzameling benzinestations
Dat vraagt inzet van beide kanten, geeft hij toe. Want de populariteit van Osama bin Laden kwam volgens hem voort uit een “koopje tussen olieconsumerende landen en Arabische dictators”. Europa, Amerika, India en China hebben de Arabische landen volgens Friedman behandeld als een verzameling benzinestations. “Onze boodschap aan de oliedictators was: houd de olie stromend, de prijzen laag en bemoei je niet te veel met Israël. In ruil daarvoor veroordelen wij niet de manier waarop jullie de eigen bevolking behandelen.” Juist in de achtertuin van de dictators - een omgeving met een tekort aan vrijheid, vrouwenemancipatie en onderwijs - konden volgens Friedman Bin Ladens duistere ideeën vat krijgen op de gewone man en vrouw. Maar hij bleek een ‘valse Messias’, benadrukt de politiek denker. Iets dat volgens hem nu ook doorgedrongen is bij de moslimbevolking.

Friedman hoopt dat de gematigde krachten die tegen hun dictators in opstand kwamen, net zo gepassioneerd blijven als de extremisten. “Als dat gebeurt zal niet alleen Bin Laden, maar ook het ‘Bin Ladisme’ een rustplaats vinden op de bodem van de oceaan.”