Langdurige terreur is schadelijkst

De economische schade van de aanslagen in New York bedroeg 21,4 miljard dollar.

Maar uiteindelijk hakt natuurgeweld zoals een aardbeving harder in op de economie dan terrorisme.

This Monday, May 2, 2011 photo, provided by NASDAQ OMX Group, shows the cover of a special issue of Time magazine on the death of Osama bin Laden displayed on the Nasdaq screen in New York's Times Square. The issue, featuring a red “X” over bin Laden’s face, will hit newsstands on Thursday, May 5, 2011. The magazine says it is the fourth cover in TIME’s history to feature the red “X.” Other covers showed Adolf Hitler on May 7, 1945, Saddam Hussein on April 21, 2003, and Abu Musab al-Zarqawi on June 19, 2006. (AP Photo/NASDAQ OMX Group, Inc.)
This Monday, May 2, 2011 photo, provided by NASDAQ OMX Group, shows the cover of a special issue of Time magazine on the death of Osama bin Laden displayed on the Nasdaq screen in New York's Times Square. The issue, featuring a red “X” over bin Laden’s face, will hit newsstands on Thursday, May 5, 2011. The magazine says it is the fourth cover in TIME’s history to feature the red “X.” Other covers showed Adolf Hitler on May 7, 1945, Saddam Hussein on April 21, 2003, and Abu Musab al-Zarqawi on June 19, 2006. (AP Photo/NASDAQ OMX Group, Inc.) AP

Misschien een opleving van terroristische aanslagen, maar daarna wellicht een afnemende dreiging. Dat is hoe direct na de bekendmaking van de dood van Osama bin Laden de gevolgen van de Amerikaanse actie werden ingeschat.

Dat zou goed nieuws zijn voor de wereldeconomie, want die heeft behoorlijk geleden onder de aanslagen op New York en Washington in 2001. Terrorisme was in het Westen al langer een probleem met de Palestijnse aanslagen en kapingen vanaf de jaren zeventig, de RAF in Duitsland, de ETA in Spanje en de Ierse IRA. Maar 11 september 2001 in de VS bracht pas dieper gaande economische studies voort. Het ging hier over een aanslag op het grondgebied van de grootste economie ter wereld, en latere aanslagen in Madrid en Londen maakten duidelijk dat de dreiging niet snel zou afnemen. Alleen al de kosten van de Amerikaanse aanslag, geschat op ruim 21,4 miljard dollar, maakten duidelijk dat er een nieuw niveau van relevantie was bereikt.

De Nederlandsche Bank besteedde in 2005 aandacht aan de gevolgen van het terrorisme. Bij de economische gevolgen van terrorisme wordt een onderscheid gemaakt tussen de directe en indirecte effecten. Of, in grote lijnen, tussen de materiële en meer psychologische schade. Aanslagen vernielen infrastructuur, gebouwen of productiemiddelen, en de uitval daarvan heeft nadelige effecten voor de productie. Ook kan er directe schade zijn door het teruglopen van goederenvervoer, reizigersverkeer en toerisme. Bovendien kosten veiligheidsmaatregelen geld, en die overheidsbestedingen verdringen uitgaven die anders gedaan zouden zijn.

Terrorisme laat de transactiekosten binnen de economie dus oplopen, van verzekeringspremies tot beveiliging, tot langere wachttijden bij het vervoer van mensen en goederen. Maar er zijn psychologische effecten. Het vertrouwen in de samenleving krijgt een duw.

Dat kan zich uiten in lagere bestedingen en een uitstel van investeringen. De beurskoersen kunnen dalen: op de eerste handelsdagen na de aanslag in New York zakten de koersen op Wall Street met 12 procent (een van de weinige aandelen die het goed deden was dat van Raytheon, de producent van de Patriot-luchtdoelraketten). Het verlies aan vermogen die zo’n beursdaling met zich meebrengt kan via het zogenoemde ‘vermogenseffect’ zijn weerslag hebben op de bestedingen van beleggende consumenten, en op de investeringen van bedrijven.

Wat uit onderzoek blijkt is dat een toename van aanslagen de groei van het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking met een half procent drukt. Maar het beeld varieert: de schade valt mee als een aanslag eenmalig blijkt. Het consumentenvertrouwen maakt een dip door, maar dat werkt niet door in de daadwerkelijke consumptieve bestedingen. Bij herhaling loopt de schade pas echt op, al wordt die toename wel minder naarmate de frequentie van de aanslagen groter wordt.

In landen met langdurig terrorisme kan de rekening flink oplopen. De ETA kostte Spanje tussen 1975 en 1991 cumulatief een forse 14 procent aan economische groei. Het politieke terrorisme in Griekenland was tussen 1976 en 1991 goed voor een verlies van 12 procent economische groei. Ook de Israëlische economie leed onder de zelfmoordaanslagen in de jaren 2001 tot 2003, al is dat effect door de dotcomrecessie van moeilijker te isoleren. In een studie uit 2007 wordt de schade van het IRA-terrorisme voor de Ierse economie geschat op 1,4 procent per jaar.

Er zijn volgens de DNB-studie van destijds wel verschillen tussen het politieke terrorisme van de oude stijl en het moderne religieuze terrorisme, dat er meer op gericht is grote aantallen slachtoffers te maken en daarmee het gevoel van onveiligheid vergroot. Bovendien raakt de economie steeds meer geïntegreerd, zodat de internationale keten van productieprocessen makkelijker kan worden verstoord. Toch is terreur vooralsnog van minder grote invloed als het wordt vergeleken met andere grote schokken, zoals natuurrampen. De recente aardbeving in Japan zal niet makkelijk door een aanslag worden geëvenaard.

Opvallend is dat veel studies van kort na de aanslagen in New York benadrukken dat de robuuste financiële sector een goede buffer bleek tegen de gevolgen. Dat was ongetwijfeld gebaseerd op het feit dat Wall Street er logistiek redelijk snel bovenop was, en de aandelendip van korte duur bleek. Pas zeven jaar later, in 2008, bleek dat de financiële sector er geen Bin Laden voor nodig had om zichzelf toch bijna ten gronde te richten. Een moderne terrorist zou sindsdien moeten weten waar hij zijn bommen zou moeten leggen: op de datacentra van grote banken en beurzen. Want juist de financiële sector is de achilleshiel van de moderne samenleving. Maar laten we ze niet te veel op ideeën brengen.