De pa van Siem en Luuk

Zondag de bekerfinale, een week later de strijd om de landstitel. Hoe beleeft George de Jong, de vader van Siem en Luuk, dat?

Je zult maar George de Jong zijn. Zoon Luuk in de spits bij Twente, zoon Siem bij Ajax. „Mijn vrouw en ik worden plat gebeld”, zegt hij. „We hebben besloten tot 15 mei niks meer over de jongens te zeggen. Zij staan nu centraal.”

Nou vooruit, even dan.

Hij reisde de afgelopen weken stad en land af om beide zonen te zien spelen. „Ontzettend genieten. Eigenlijk was voor ons het spannendste of ze beiden die twee finales zouden halen. Zondag was ik bij Heerenveen-Ajax. We waren een beetje bang dat Ajax het niet zou halen. Laat ze het nu maar uitvechten. We zien wel wie er wint”, zegt De Jong, directeur van innovatieplatform InnoSportNL en commissaris bij De Graafschap.

Vaders hebben geen voorkeur, ook al is de ex-volleybalinternational Almeloër van geboorte, Twent dus. Zijn zonen werden geboren in het Zwitserse Aigle, waar hij jaren werkte als volleybalcoach en technisch directeur van de wereldvolleybalbond. „Ze waren vijf, zes jaar toen ze in Nederland kwamen en altijd wel een beetje Ajax-fan.”

Voorbeschouwen, leuk en aardig. Maar nu gaat het om de knikkers. „Ze vinden het hartstikke leuk tegen elkaar te knokken, ook al komen ze elkaar op het veld weinig tegen. Ik denk dat het nu makkelijker is dan toen ze nog half op de wip zaten bij Ajax en Twente. Ze willen van elkaar winnen. In de wedstrijd houdt het ze niet bezig, daar hebben ze geen tijd voor.”

In de aanloop naar de tweestrijd gaan de broers gewoon met elkaar om, als altijd. „Het zijn heel dikke vrienden. Luuk zat maandag gewoon bij Siem, ze hadden samen activiteiten en een interview. Ze zouden het hartstikke leuk vinden ooit samen te voetballen. In Oranje of bij een club.”

Vrienden of niet, voor de één kan het seizoen rampzalig eindigen, de ander heeft een droomjaar. Vorig seizoen werden de prijzen netjes verdeeld, met een landstitel voor Luuk en een beker voor Siem. „We zeiden weleens: laat het dit jaar andersom zijn. Maar dat heb je niet voor het zeggen. Ze vechten het maar lekker uit, samen.”