Timing is alles, ook in koken

De afgelopen weken repeteerde ik voor de voorstelling Augustus Oklahoma en bracht ik mijn tijd dus goeddeels door onder toneelspots en de tl-balken van een kleedkamer. Want helaas: zo’n leuke spiegel omkranst door lampjes – het clichébeeld van het romantische theaterleven – vind je bijna nergens meer. Regelmatig vraagt iemand me hoe het nou eigenlijk

De afgelopen weken repeteerde ik voor de voorstelling Augustus Oklahoma en bracht ik mijn tijd dus goeddeels door onder toneelspots en de tl-balken van een kleedkamer. Want helaas: zo’n leuke spiegel omkranst door lampjes – het clichébeeld van het romantische theaterleven – vind je bijna nergens meer.

Regelmatig vraagt iemand me hoe het nou eigenlijk in z’n werk gaat: het maken van zo’n toneelvoorstelling. Ik antwoord dan meestal – vrij naar Riekus Waskowsky – dat repeteren net zoiets is als koken: je pleurt maar wat in de pan/als je koken kan. Men neme een goeie toneeltekst, voegt wat acteurs plus een regisseur toe en laat alles een paar weken sudderen. Kruid het geheel dan met wat tranen, frustratie en stemverheffing, garneer met lef en brille en haal de pan op het juiste moment van het vuur; timing is op het toneel even belangrijk als in de keuken.

Koningin van de exact à point uitgeserveerde grap is wat mij betreft Loes Luca. Het is een genot om haar elke avond een rits smakelijke oneliners op te zien dienen. Bovendien kun je goed met haar over eten praten. Een paar weken geleden bleken we – al ouwehoerend onder de tl-balken – een liefde voor tuinbonen te delen. Ze gaf me dit recept van haar lievelingssalade. Gisteren had ik eindelijk tijd om ’m te maken. Met groot succes. Hij kreeg hier een staande ovatie en gaat mijn archief in als De Salade van Loes.

Spoel de kappers goed af en laat ze uitlekken op keukenpapier. Als u geen appelkappers kunt vinden, kunt u een flinke eetlepel gewone kappertjes gebruiken. Was de bietjes en leg ze in een ovenschaal met wat ongeschilde knoflooktenen eromheen. Bedek ze met aluminiumfolie en zet ze een uurtje in de oven, op 180 graden. Heeft u grote krootjes, laat ze dan twintig minuten langer poffen.

Dop de tuinbonen, kook ze een minuut of 8, wacht tot ze een beetje zijn afgekoeld en haal dan met uw vingers of een scherp mesje het buitenste velletje eraf. Als u eerste kwaliteit jonge boontjes te pakken heeft, is dubbeldoppen niet nodig, gebruikt u diepvriesbonen, dan is het onontbeerlijk.

Laat de bietjes iets afkoelen, verwijder de schil en snij ze in stukjes. Doe deze samen met de tuinboontjes in een schaal. Maak een dressing van een eetlepel mayonaise, een scheutje yoghurt, wat citroensap en zout en peper. Prak er, als u van knoflook houdt, een van de met de bietjes mee gepofte tenen door. Schep de dressing en de fijngehakte, hardgekookte eitjes door de salade en garneer met de kappers.

Onder het recept dat Luca in schoonschrift voor me heeft opgepend staat: „Lekker als-ie nog niet helemaal koud is.” Ook hier geldt: timing is alles.

tuinbonensalade

Voor 4 personen:

8 kleine bietjes

knoflook

ongeveer 300 g tuinbonen (ongedopt zo’n 2-3 kilo)

2 eitjes

mayonaise

yoghurt

citroen

8 appelkappers