Regeringen zouden Google moeten helpen

Steeds meer regeringen censureren het internet. Zelfs in Europa.

Dat is niet in het belang van Google en bedreigt het internet zoals we dat kennen.

Vrijheid van meningsuiting online en persvrijheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De recente ontwikkelingen in de Arabische wereld bewijzen dat internet de toegang tot informatie heeft versneld. Momenteel zijn er zo'n 1,6 miljard mensen online. Elk van hen kan zijn of haar ideeën uiten, die vervolgens door alle andere internetgebruikers kunnen worden opgepikt. Meer informatie betekent doorgaans meer keuze, meer vrijheid en uiteindelijk meer macht voor het individu.

De strijd om vrijheid op internet is echter nog lang niet gewonnen. Door het succes van internet werken onderdrukkende regimes in alle delen van de wereld nog harder om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. Het aantal regeringen dat zich bezighoudt met internetcensuur is gegroeid tot veertig, ten opzichte van twee landen in 2002. En dit aantal is groeiende. Steeds meer regeringen schermen het internetverkeer af, leggen gedragsregels op en proberen om andersdenkenden de mond te snoeren om zowel online als offline korte metten te maken met de vrijheid van meningsuiting.

Waarom vraagt een bedrijf nu eigenlijk aandacht voor dit probleem? Ten eerste is het de bedrijfsmissie van Google om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Ten tweede is het simpelweg in het belang van Google dat het goed is gesteld met de vrijheid van meningsuiting op internet. Onze onderneming staat of valt met de vrije uitwisseling van informatie. Al onze producten, met inbegrip van onze advertenties, hebben specifiek ten doel om mensen in alle delen van de wereld te helpen om informatie en meningen te publiceren, vinden en delen. Zonder deze vrije uitwisseling van informatie zou ons model dus simpelweg niet kunnen bestaan.

Ik denk niet dat het overdreven is om te stellen dat we ons op een keerpunt bevinden. Tenzij bedrijven, overheden en personen iets aan dit probleem doen, zal het vrije en open internet steeds meer aan banden worden gelegd. Hierdoor verliezen mensen hun keuzevrijheid en controle, en valt de macht in handen van partijen die de toegang tot informatie willen beperken.

Het zal geen gemakkelijke strijd worden.

Autoritaire regimes zoals China, Vietnam en Iran vormen momenteel de belangrijkste bedreiging. Deze regimes vormen het grootste risico voor de internetvrijheid, en een rechtstreeks gevaar voor het individu. Laten we er geen doekjes om winden: nu er steeds meer aandacht wordt besteed aan de inspanningen van bedrijven als Google om censuur te bevechten, wordt de essentiële rol van deze regeringen maar al te vaak uit het oog verloren. Dit ondervonden wij in China, waar een uiterst geavanceerde aanval – na een jaar van toenemende censuur en druk op onze werknemers – ons ertoe aanzette om te beloven een einde te maken aan de censuur van zoekresultaten in dat land.

Hoewel het geen pas geeft om democratisch verkozen regeringen in Europa en andere delen van de wereld te vergelijken met onderdrukkende regimes, bespeuren we een alarmerende trend bij Westerse overheden. Zo werden vorig jaar in Italië drie managers van Google veroordeeld omdat ze de privacy zouden hebben geschonden als gevolg van de publicatie van een video op Google Video. Van deze uitspraak gaat een gevaarlijke precedentwerking uit. Als websites zoals Blogger, YouTube of welk sociaal netwerk of online forum dan ook, de taak worden opgelegd om alle inhoud — elke tekst, elke foto, elk bestand en elke video — zelf te controleren, houdt internet zoals we het nu kennen, op te bestaan.

Dit is geen Amerikaanse of Europese aangelegenheid. Het is een onderwerp dat iedereen raakt, in welk land dan ook.

Drie jaar geleden ging Google in de Verenigde Staten onderhandelingen aan met Microsoft, Yahoo, mensenrechtenorganisaties en andere groeperingen. We wilden nagaan of het mogelijk was om een gezamenlijke gedragscode op te stellen voor technologiebedrijven die actief zijn binnen landen waar sprake is van een onderdrukkend regime. Het doel is om in deze landen de vrijheid van meningsuiting te bevorderen en de privacy van gebruikers te beschermen. Dit initiatief is een stap in de goede richting. Maar elke poging die zich tot de Verenigde Staten beperkt, mist zijn wereldwijde potentieel.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal gaf onlangs al het goede voorbeeld door in Brussel te benadrukken dat overheden een sleutelrol hebben in het garanderen van de vrijheid van internet. En zijn collega, minister Verhagen, stelt dat er een verbod moet komen op internetfilters die onderdrukking mogelijk maken. Ik doe daarom een oproep aan Europese overheden, bedrijven en organisaties om ook in actie te komen. Goed voorbeeld moet doen volgen.

William Echikson werkte als journalist voor o.a. ‘Wall Street Journal’, ‘Fortune’ en ‘Libération’ en werkt nu bij Google, waar hij als Senior Manager for Communications verantwoordelijk is voor de portefeuille vrijheid van meningsuiting in Europa, het Midden-Oosten en Afrika.