Raad voor Cultuur op de knieën

De Raad voor Cultuur (RvC) heeft staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) van advies gediend over de voorgenomen bezuiniging van 200 miljoen euro op de kunstbegroting. In een proloog slaat dat advies alarm. Deze monsterkorting kan alleen in fases worden doorgevoerd, en dan nog: 200 miljoen afromen van een jaarlijkse begroting van 490 miljoen per jaar betekent een verschraling van heb ik jou daar. Zo’n bezuiniging ontkent de fundamentele waarde van kunst en cultuur, waarschuwt de RvC, ze invalideert de kwaliteit van de democratie.

Onder het gebeier van deze noodklokken presenteert de Raad een plan dat netjes op het gevraagde bedrag uitkomt. Het saneren van de toneelwereld klinkt redelijk. Te veel gezelschappen concurreren om hetzelfde publiek. Maar het idee om het budget bij het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten te halveren, lijkt meer op een knieschot. Het voorstel tot zware krimp van Het Nationale Ballet en tot degradatie van Het Nederlands Dans Theater is een trap in het kruis. Deze gezelschappen zijn internationaal gerenommeerd, trekken een groot en trouw publiek en werken aan hun toekomst. Bovendien bewaken ze, als Nederlandse bakermat van de choreografen Hans van Manen en Jiri Kylian, aanzienlijk cultureel erfgoed. Ook bij het Rijksmuseum gaat de beuk erin met een aderlating van 1,3 miljoen euro – ook al gaat dat ondanks een zware verbouwing onverdroten door en haalt het veel publiek binnen voor experimenten, zoals de bijzondere stunt met de diamanten schedel van Damien Hirst.

Dit advies kan gezien worden als een strategische knieval van de RvC voor het kabinet met als doel te redden wat er te redden valt. Het is sowieso een dreigement: deze bezuinigingen op de culturele sector woelen veel meer om dan menigeen zich tot nu toe had gerealiseerd.

Afgelopen Koninginnedag waren de straten als altijd een podium voor de amateurkunst: voor het meisje met de blokfluit, de breakdancer, orkesten en fanfares en de bejaarde schilder. Als het aan de RvC ligt, wordt hun enthousiasme ontzien, met ‘slechts’ 19 procent korting. Maar de amateurs worden via een achterdeur gekort en niet zo’n beetje. Juist zij zijn een aanhankelijk en geïnteresseerd publiek en ze floreren bij de inspiratie door de professionele kunsten. Maar de toegangsprijzen voor concerten, musea en theaters zullen drastisch stijgen, het aanbod zal slinken. Dat raakt dus om te beginnen die amateurs.

„De grootste pijn zit bij al die hardwerkende [kunstenaars] die straks hun baan verliezen” , constateerde de voorzitter van de RvC. Dat is de helft van de waarheid. Er zal ook grote pijn worden geleden door de vele hardwerkende Nederlanders die hun hart ophalen aan cultuur.