Maximale straf geëist

Vandaag doet de rechter uitspraak in de zaak tegen de moeder die haar vier baby’s zou hebben gedood.

Er is 12 jaar celstraf geëist. Extreem veel, zeggen experts.

Sietske H. zou haar baby’s „compleet hebben verloochend”. Ze zou de kindjes „letterlijk en figuurlijk hebben weggedrukt”. Uit haar delicten spreekt volgens de officier van justitie „een grote leugenachtigheid”.

De rechtbank in Leeuwarden doet vandaag uitspraak in de zaak tegen de 26-jarige Friezin die terechtstaat voor het doden van haar vier pasgeboren baby’s. Er is 12 jaar cel geëist: de maximumstraf.

„Een ongelooflijk hoge strafeis”, vindt rechtshistoricus Sjoerd Faber, die zich verdiepte in de geschiedenis van neonaticide, zoals het doden van pasgeborenen in de vakliteratuur heet. Hij kan zich niet herinneren dat de laatste jaren zo’n hoge strafeis werd gesteld. „Ik vermoed dat dat komt doordat de verdachte weigert mee te werken aan onderzoek door het Pieter Baan Centrum.”

Ook Katinka de Wijs-Heijlaerts, die onderzoek doet naar de persoonlijkheid van vrouwen die neonaticide plegen, is verrast dat het Openbaar Ministerie de maximale straf heeft geëist tegen de vrouw uit Nij Beets. Bij de zaken die deze forensisch psycholoog in de periode 1994-2003 onder ogen kreeg, werden straffen van maximaal twee jaar opgelegd. „Maar in al die gevallen had de moeder één kind om het leven gebracht. Met vier babylijkjes is deze zaak anders dan andere zaken.”

In Nederland komen per jaar tien tot vijftien gevallen van kinderdoding aan het licht. In een kwart van de zaken worden de kinderen binnen 24 uur na hun geboorte om het leven gebracht; in een kwart van de gevallen na langer dan één dag, maar korter dan een jaar. Bijna tweederde van de kinderdoders is vrouw. De slachtoffers zijn meestal jongens. Dat blijkt uit het promotieonderzoek Moordouders (2007) van psycholoog Toon Verheugt. Zijn onderzoek geldt als het meest uitgebreide naar kinderdoding in Nederland.

Er zijn twee soorten kinderdoding te onderscheiden, zegt Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie in Maastricht. Enerzijds heb je de moeders – zelden gaat het volgens hem om vaders – met een psychiatrische aandoening, anderzijds de moeders die hun leven als uitzichtloos ervaren. „Uit de wijze waarop het delict gepleegd is, kun je vaak de categorie afleiden: vrouwen met een depressie of psychose brengen hun kind met een wapen om het leven, vrouwen wier leven te complex wordt met een kind, kiezen voor verstikking.”

Merckelbach werd één keer als deskundige ingeschakeld bij een kinderdodingszaak. De 21-jarige Kim V. bracht in 2006 haar twee jaar oude dochter en vijf maanden oude zoon om het leven na drugsgebruik. Haar advocaat vroeg Merckelbach of hij het rapport van het Pieter Baan Centrum wilde analyseren. Diens conclusie: zeer matig. „De psychiaters vergeleken haar casus niet met andere casussen. Zij hadden weinig aandacht voor de werking van de drugs die zij gebruikte. En zij hanteerden een cirkelredenering: Kim V. is gestoord omdat zij haar kinderen heeft vermoord. En zij heeft haar kinderen vermoord omdat zij gestoord is.”

Het Amsterdamse hof legde Kim V. vorig jaar een gevangenisstraf op van 4 jaar en tbs met dwangverpleging. Onbegrijpelijk hoog, vindt Merckelbach; Amerikaans onderzoek wijst uit dat jarenlange gevangenisstraffen bij kinderdoding weinig effect hebben. „Ook bij Sietske H. hanteert het OM een veel te hoge strafeis”, zegt de rechtspsycholoog. „Ik vraag mij af wat het daarmee beoogt. Wordt zij in die periode behandeld? Moet de eis anderen afschrikken? Dat laatste lijkt mij zinloos, want de overgrote meerderheid van de moeders snapt dat je met kinderdoding niets oplost.”

Het OM acht Sietske H. volledig toerekeningsvatbaar. Omdat zij niet wil meewerken aan een uitgebreid psychisch onderzoek, kan niet worden nagegaan of zij een stoornis heeft. Dat de tandartsassistente haar zwangerschappen en lugubere daden zo goed verborgen wist te houden, wekt bij velen verbazing. Waarom zijn haar rondere vormen niemand opgevallen? Hoe kon zij bevallen zonder assistentie? Waarom bleven de koffers met babylijkjes op de zolder van haar ouderlijk huis onopgemerkt? Zonder veel problemen ontdeed zij zich van haar nageslacht. „Alsof ik het zelf niet was”, zou zij later zeggen. „Ik voelde alleen paniek en schaamte over wat mensen van me zouden zeggen. Dat ik niet in het perfecte plaatje paste. Het gevoel van angst overheerste.”

De Brugse procureur Jean-Marie Berkvens kent de argumenten. Als rechter-commissaris behandelde hij in 1987 de zaak van Myriam M., die op het toilet van een warenhuis beviel van twee meisjes, om hen vervolgens te verstikken met proppen toiletpapier. Na lange verhoren – de vrouw werd opgespoord via camerabeelden – bleek dat zij in totaal acht nakomelingen had omgebracht. Berkvens: „Bij ieder verhoor kwam er een nieuwe babymoord aan het licht. Verbijsterend was het, vooral door haar eenvoudige werkwijze. Voorbehoedmiddelen en abortussen vond zij te duur. De baby’s die zij thuis had omgebracht, zette zij tijdelijk in een vuilniszak op het balkon – totdat de vuilkar kwam.”

Net als Sietske H. oogde Myriam M. „volkomen bekwaam”, zegt Berkvens. „Ze was niet dom en niet gemarginaliseerd. Ik vond haar alleen wat emotieloos.” Hij zucht. „Maar ja, wat wil je? Wie acht kinderen om het leven brengt, moet zich wel van zijn eigen gevoel afsluiten.”