Linksaf, de oorlog in

‘Mommy!”„Ja schat.”

„Ik wil naar huis!”

„Zie je die paarden daar? Ze trekken een kar, kijk!”

Ja. En op de kar ligt een lijkkist. En over de lijkkist een Amerikaanse vlag.

„Daarin ligt iemand zoals oom Dave, liefje.”

„Mommy! Ze gráven!”

„Ja. Ze graven.”

Kristen spreidde gisteren een met beertjes bedrukte deken uit in het gras van de militaire begraafplaats Arlington National Cemetery, sectie 60. We aten druiven, snoep, krakelingen. Kristen Forse. Haar beste vriendin: Kasey Skaggs. En hun kinderen, twee baby’s en drie kleine meisjes. Rond ons stonden lange rijen witte grafstenen, waarvan alle opschriften eindigden met ‘Operation Enduring Freedom’.

Het Pentagon Memorial, vlak naast de plek waar het derde vliegtuig zich op 9/11 in het Pentagon boorde, was gistermiddag nog uitgestorven, op de pers na. Geen nabestaanden van de 184 slachtoffers. Ook bij het Witte Huis was alles weer normaal. Ik nam achter het Lincoln Memorial maar weer eens de Memorial Bridge.

Sla daarna op Arlington Cemetery, na het bezoekerscentrum, linksaf. Dus niet naar de kant van de oude graftombes, waarheen de toeristen worden gestuurd. Loop naar links. Ga de oorlog in. Die weg heet ‘Begrafenis Route’, dus het kan niet missen. Het karretje met de klapstoeltjes voor een volgende teraardebestelling scheurt prompt langs. En verderop kun je het Pentagon zien liggen.

Ze zaten bovenop het graf van Kirstens twee jaar jongere broer. David James Smith, sergeant in het Marine Corps. Op 26 januari 2010 omgekomen bij een zelfmoordaanslag in de Afghaanse provincie Helmand.

„Helmand, Helmand”, zei Kirsten.

Zij was toen zwanger. Ze zou het kind Sempre noemen.

„Sempre”, zei Kirsten. „Naar ‘Semper Fi.’”

Altijd Trouw. Het motto van de mariniers.

Sempre, voor deze dag in een feestelijk gouden hansop gehuld, kroop intussen tevreden rond. Sempre trok een paar rijen verderop een Amerikaans vlaggetje van een grafsteen en begon voldaan aan het stokje te sabbelen. Ach ja. De zon scheen. We hadden muziek. Daar kwamen alweer nieuwe infanteristen achter paard, wagen en lijkkist. Hun trompetgeschal, en het geluid van een graafmachine, die een andere kist met één haal onder het zand bedolf.

Dit gruwelijke en tegelijk merkwaardig troostrijke volcontinubedrijf is me vijf jaar geleden al eens tot in de puntjes verklaard, door Randy Messenger, toen het doodverlegen hoofd Gazon en Grafstenen van de begraafplaats. Randy gaf me hier een lift naar mijn eerste militaire begrafenis en nam intussen opgewekt de logistiek door. Hij had bijvoorbeeld vijftien wassers in dienst, die dagelijks vijftienduizend grafstenen schoonmaken. Arlington Cemetery telt ruim 300.000 graven.

Wat de krant toen niet haalde, was wat Randy vertelde over ‘9/11’. Hoe hij die ochtend de plannen voor die dag stond door te nemen met zijn wassers buiten. Hoe het vliegtuig overkwam – het klonk meteen verkeerd – en zij het neer zagen komen. Randy deed zichzelf nog eens na. Liet zijn armen slap langs zijn lichaam vallen, liet zijn mond open zakken, hoofd in zijn nek.

Daarna had hij over de begraafplaats gereden. Met een royale armzwaai had hij gewezen: „Dáár gaan we uitbreiden.” Vijf jaar geleden en ja, de lege velden van destijds liggen nu keurig vol met grafstenen. Al werd intussen bekend dat het Arlingtonse begrafeniswezen de War on Terror niet meer helemaal kon bijbenen en dat er lijken onder verkeerde stenen terechtkwamen, soms meerdere tegelijk onder één naam.

Randy Messenger werkt hier niet meer. Thuis in Frederick, Maryland, een uur verderop, hoorden Kirsten en Kasey op maandagochtend dat Osama bin Laden dood was en toen stond de rest van de dag vast. Want David besloot op 9/11 in het leger te willen. Hij was toen zeventien.

„Ik wil vandaag verdrietig zijn, en blij, en ik wil kotsen”, zei Kasey.

„Mijn vrienden vonden dat Obama te vaak ‘ik’ zei, in zijn toespraak”, zei Kirsten. „Maar ik vond het wel meevallen?”

We kauwden op krakelingen.

„Ik ben uitgelaten, omdat deze verschrikkelijke persoon er niet meer is? En zo verdrietig, om Dave?”

„En nu dan? Amerika kan de wereld toch niet blíjven bewaken?”

„Mommy!”

„Maar ik ben vandaag zo raar gelukkig?”

Alles klonk als vragen.

Margriet Oostveen

Margriet Oostveen schrijft elke zaterdag de column ‘In Washington’ in NRC Weekend. Naar aanleiding van de dood van Bin Laden publiceert deze krant vandaag een extra aflevering.