Je vruchtbaarheid sturen, dat mag een vrouw nu van Bart Fauser

Bart Fauser, gynaecoloog, gaat een eicelbank beginnen. Vrouwen die doneren, krijgen een vergoeding. Tot voor kort had Fauser nog reserves bij het invriezen van eicellen.

IVF treatment. Coloured light micrograph of a micro-needle (left) about to inject human sperm into a human egg cell (centre) being held in place by a pipette (right). This technique, known as intracytoplasmic sperm injection (ICSI), is used in IVF (in vitro fertilisation) treatment and allows infertile couples to conceive a child. The injected sperm fertilises the egg, which is then grown in the lab until it reaches an early stage of embryonic development. The embryo is then implanted into the patient's uterus. Several embryos are usually implanted to give the greatest chance of a successful pregnancy, but this can sometimes lead to multiple births. Image 1 of 2: see M802/305 for image 2 of 2.
IVF treatment. Coloured light micrograph of a micro-needle (left) about to inject human sperm into a human egg cell (centre) being held in place by a pipette (right). This technique, known as intracytoplasmic sperm injection (ICSI), is used in IVF (in vitro fertilisation) treatment and allows infertile couples to conceive a child. The injected sperm fertilises the egg, which is then grown in the lab until it reaches an early stage of embryonic development. The embryo is then implanted into the patient's uterus. Several embryos are usually implanted to give the greatest chance of a successful pregnancy, but this can sometimes lead to multiple births. Image 1 of 2: see M802/305 for image 2 of 2. Science Photo Library

Het gesprek met Bart Fauser begint en eindigt met zijn nieuwe geliefde: Guusje ter Horst. Doet dat er iets toe? Nou en of. Niet hoe ze elkaar hebben leren kennen, maar wel hoe zij hem beïnvloedt.

Guusje ter Horst was namens de PvdA minister van Binnenlandse Zaken in het laatste kabinet-Balkenende. Ze is nu voorzitter van de HBO-raad. Bart Fauser is gynaecoloog en hoogleraar voortplantingsgeneeskunde in het UMC Utrecht.

Hoor wat hij zegt als het gesprek voorbij is en hij al bijna zijn hand uitstrekt om afscheid te nemen. „Al die mannen, al die ego’s. Vroeger lette ik er nooit op, maar nu zie ik het ook als ik op een congres ben of als ik televisie kijk. Wéér die mannen die het allemaal zo goed weten en zichzelf zo belangrijk vinden.”

U was vroeger ook zo?

„Ik denk het wel ja.”

Toch weet hij nog steeds heel goed hoe alles moet en hij vertelt er graag over. Onderwerp is nu: de eicel. Doneren, invriezen, bevruchten, waarom wel, waarom niet en tot wanneer – dat allemaal. Is daar dan nog iets nieuws over te melden? Jazeker. Dat invriezen mag nu in Nederland, maar anoniem doneren mag niet en al helemaal niet tegen betaling. Bart Fauser vindt dat achterhaald.

Hij vindt dat er in Nederland een eicelbank moet komen en dat vrouwen tot 50 jaar er terecht moeten kunnen. Hij vindt dat vrouwen die eicellen doneren daar een onkostenvergoeding voor moeten krijgen. Hij gaat met die eicelbank beginnen zodra alles juridisch en praktisch geregeld is. En hij wacht niet tot de zeven andere hoogleraren voortplantingsgeneeskunde in Nederland ook zo ver zijn.

Bedenk dat het in de zomer van 2009 niet Bart Fauser, maar Fulco van der Veen van het AMC in Amsterdam was die de boel op stelten zette door te zeggen dat hij eicellen ging invriezen, ook van vrouwen die dat om ‘sociale redenen’ wilden. Sociale redenen: nu nog geen kind willen, maar later misschien wel en dan niet hoeven meemaken dat de eicellen in de buik al te oud zijn.

In 2009 mocht dat nog niet en Bart Fauser was een van de gynaecologen die vooraan stonden om ho, ho te roepen. Ze vonden het niet handig van Fulco van der Veen om over ‘sociale redenen’ te beginnen, terwijl de toestemming voor het invriezen zelf nog niet geregeld was.

Bart Fauser zei toen in NRC Handelsblad dat eerst goed moest worden onderzocht hoe het de kinderen uit bevroren eicellen zou vergaan en hoe het de moeders zou vergaan, zeker als ze boven de 45 waren. Gynaecologen moesten afspraken maken en samenwerken. „Zo gaat dat in Nederland”, zei hij. „Daarom zijn we succesvol en staan we in de wereld hoog aangeschreven.”

Sommigen van de hoogleraren voortplantingsgeneeskunde noemden Van der Veen een cowboy. Ze vonden dat hij moest ophouden met zo voor de troepen uit te lopen, want dat werkte averechts. Kijk maar: opeens was bijna de hele Tweede Kamer tégen invriezen van eicellen.

Vervolgens ging het zoals dat gaat in Nederland. Een jaar lang werd er vergaderd en in augustus 2010 zeiden de beroepsverenigingen van gynaecologen en klinisch embryologen tegen de minister van Volksgezondheid dat er géén argumenten waren om invriezen van eicellen om sociale redenen te verbieden.

Eicellen invriezen mag nu in Nederland, ook als vrouwen het alleen maar voor de zekerheid willen en niet om medische redenen. Bijna niemand die er nog moeilijk over doet.

En nu is het dus Bart Fauser die een stap verder wil gaan. Bart Fauser die in 1998 in zijn oratie zei dat er grenzen aan de zorg zijn en daarna in allerlei commissies over die grenzen praatte. In 1998 zei hij ook in NRC Handelsblad dat hij het „ongebreidelde geloof in de maakbaarheid” wilde bestrijden. Invriezen van eicellen was toen technisch nog niet mogelijk, maar hij kreeg „rillingen” bij de gedachte dat het wel zou kunnen en dat vrouwen het zouden doen „voor later”.

Nee, het komt niet alleen door Guusje ter Horst dat hij veranderd is. Maar door haar, zegt hij, is hij nog meer ‘vanuit vrouwen’ naar zijn vak gaan kijken. Hij begrijpt beter dat ze grip op hun leven willen hebben en dat ze, als de mogelijkheden er zijn, zelf de regie willen voeren over hun vruchtbaarheid.

U bedoelt dat u vroeger paternalistischer was?

„Zo zou ik het niet willen noemen. De techniek ontwikkelde zich snel, waardoor er veel nieuwe vragen op ons af kwamen. Ik benaderde die toen meer vanuit mijn eigen perspectief.”

Hij is ook veranderd, zegt hij, doordat hij ziet dat vrouwen naar het buitenland gaan als ze in Nederland niet kunnen krijgen wat ze willen. „Wij zitten hier maar eindeloos te praten over wat wel en niet kan, en ondertussen doet de rest van de wereld het allemaal al. Er is gewoon steeds minder draagvlak voor wat wij doen.”

Bart Fauser werkt veel samen met het Universitair Ziekenhuis Brussel en daar, zegt hij, lachen ze de Nederlanders uit. Hij wijst naar Spanje, waar klinieken twee jaar geleden zijn begonnen met eicelbanken waaraan vrouwen anoniem kunnen doneren tegen een vergoeding van 900 euro. „Daar hebben ze nu al een voorraad van honderdduizend eicellen.” In Nederland mag een vrouw alleen een eicel doneren aan een andere vrouw als ze elkaar kennen. „Een drama”, zegt Bart Fauser. „Zie maar eens iemand te vinden die dat voor jou wil doen als je zelf niet zwanger kunt worden.” De ruzies barsten soms al los voordat het kind geboren is.

Dit is wat Bart Fauser voor ogen staat: vrouwen kunnen een deel van de eicellen die ze voor zichzelf laten invriezen aan andere vrouwen geven. Of ze doneren al hun ingevroren eicellen als ze er zelf toch geen gebruik van blijken te maken. Ze krijgen er een korting voor op de kosten van de behandeling, of een vergoeding.

Volgens Bart Fauser staat er niets meer in de weg om het in Nederland zo te gaan doen. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid (VVD) zei vorige week in antwoord op Kamervragen dat het verbod op betaling voor donorcellen niet kan worden opgeheven: in strijd met het Verdrag inzake de bescherming van de mens met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde. Maar, zei ze ook, een onkostenvergoeding mag wél. Dat Verdrag is opgesteld door de Raad van Europa, en omdat Spanje lid is van de Raad, gaat ze ervan uit dat een bedrag van 900 euro volgens de regels is.

Hoe zit het met Bart Fausers angst dat de voortplantingsgeneeskunde ‘u vraagt, wij draaien’ wordt?

„Daar denk ik minder zwart-wit over dan vroeger. Vrouwen vragen dingen waarvan ik denk: wie zijn wij om daar tegen te zijn? Ik vind het ook al jaren heel redelijk dat vrouwen tot hun vijftigste zwanger willen kunnen worden. Er is een iets hoger risico op complicaties, maar die zijn goed in de hand te houden en we hebben er nu genoeg ervaring mee.” (Dat vindt de beroepsvereniging van gynaecologen in Nederland ook.)

Eerder vond u dat vrouwen gestimuleerd moesten worden om jonger kinderen te krijgen.

„Dat vind ik nog steeds, maar je kunt niemand dwingen en je kunt ook zeggen: prettig dat we de periode waarin vrouwen kinderen kunnen krijgen, kunnen verlengen. Je hoeft de vrouwen die wachten, in elk geval niet te straffen door ze niet meer te helpen.”

In de rest van de wereld is 80 tot 90 procent van de vruchtbaarheidsbehandelingen commercieel. Gaat het in Nederland ook die kant uit?

„De dokter als salesman, dat vind ik wel een gevaar. Dan komt de moralist in mij toch weer naar boven.”

Wat is erop tegen?

„Dat je dan een basaal uitgangspunt van de geneeskunde loslaat, namelijk de verantwoordelijkheid van de arts voor de gezondheid van een patiënt, zonder financiële bijbedoelingen.”

Waarom hebben artsen buiten Nederland daar geen last van?

„Dat weet ik niet. Ik weet wel dat in Brussel het liberale beleid samengaat met een grote zorgvuldigheid. Er zijn daar ook psychologen die vrouwen begeleiden, screenen en zonodig afwijzen.”

En die vrouwen gaan dan naar Italië.

„Wellicht ja.”

Dus over tien jaar is de dokter in Nederland toch een salesman of -woman?

„Ik leg me nergens op vast.”

Bart Fauser zegt dat hij laatst al een mailtje van Fulco van der Veen uit het AMC kreeg: je bent goed bezig.

De academische ziekenhuizen in Nederland worden door de toenemende marktwerking ook elkaars concurrenten. Is dat de reden waarom Bart Fauser nu met een eicelbank wil beginnen zonder af te wachten wat zijn collega’s daarvan vinden?

Hij aarzelt even en zegt dan: „De verhoudingen worden wel scherper, ja.”