In Pakistan is het alle dagen '9/11'

Ongeacht deze ene dode zal de slachting door bommen, kogels, kanonnen en drones in Pakistan gewoon voortduren, stelt Mohsin Hamid vast.

Terwijl in Pakistan het nieuws van de dood van de terroristenleider Osama bin Laden nog nagalmt, gaan de ambassades dicht, schroeven hotels hun beveiliging op, melden restaurants geannuleerde reserveringen en worden publieke bijeenkomsten als toneelstukken, concerten en lezingen uitgesteld.

Het gevoel is bekend in Lahore: het is net als de angst die over de stad hangt in de dagen nadat ze door een grote terreuraanslag is getroffen.

Maar ditmaal heeft die aanslag nog niet plaatsgevonden en strekt de angst zich over het hele land uit. De Pakistanen weten dat zij weleens een bloedige prijs voor de dood van Bin Laden zouden kunnen betalen. Een denkbeeldige spiegel is gebroken. Er is ongeluk te verwachten.

Maar er is ook berusting. Na tien jaar bloedvergieten heerst een algemeen gevoel dat Pakistan niet nóg harder door terroristen kan worden getroffen en dat Al-Qaeda bovendien niet meer zo machtig is als andere militante groeperingen. De opvatting die ik het vaakst hoor, is dat er niet zoveel zal veranderen.

Dit hangt natuurlijk af van de reactie van de VS. Barack Obama merkte op dat „de samenwerking met Pakistan in de terrorismebestrijding ons mede naar Bin Laden heeft gebracht”. Maar hij zei ook dat „een klein team Amerikanen de operatie zelf heeft uitgevoerd”. In de kloof tussen deze twee beweringen past een horde vragen.

Want Bin Laden is niet gedood in de stammengebieden bij de Pakistaans-Afghaanse grens. Hij is gedood in Abbottabad, een plaats waar ik een paar jaar geleden voor het laatst ben geweest. In mijn jeugd stond Abbottabad bekend als een aangename buitenpost, een pleisterplaats niet ver van Islamabad aan de legendarische zijderoute die zich door de machtige Karakoram- en Himalayagebergten naar China slingert. Ongebreidelde bevolkingsgroei en klimaatverandering hebben de gewildheid als toeristische bestemming doen verminderen.

Maar ook al stromen de welgestelde Pakistaanse toeristen niet meer massaal naar Abbottabad zoals vroeger, de stad blijft nationaal beroemd vanwege de nabijheid van de Pakistaanse militaire academie. De jacht op een gezochte terrorist in Abbottabad is in Amerikaanse of Britse termen te vergelijken met de omgeving van West Point of Sandhurst.

Dus woedt in Pakistan een discussie over de werkelijke gebeurtenissen. Complottheorieën in overvloed. Volgens sommigen werd Bin Laden opgespoord door de Pakistaanse inlichtingendiensten, maar wilden zij de VS de verantwoordelijkheid voor zijn dood laten nemen om de mogelijke weerslag te beperken. Volgens anderen is het ondenkbaar dat Amerikaanse helikopters zo diep in het Pakistaanse luchtruim konden doordringen zonder ontdekt te worden door het leger en de luchtmacht, en dat de operatie daarom gezamenlijk moet zijn goedgekeurd.

Maar er zijn ook nog andere, echt beangstigende theorieën, bijvoorbeeld dat het wel op een opmerkelijke incompetentie wijst dat Bin Laden zelfs in een stad met zo’n dichte militaire aanwezigheid als Abbottabad de Pakistaanse veiligheidstroepen heeft kunnen ontlopen. En nog angstaanjagender zou het zijn als hem met steun van hogerhand onderdak is geboden, omdat dit Pakistan op ramkoers met de VS zou brengen.

De Pakistanen moeten hopen dat dit geen van beide waar is.

Want Pakistan is zwaar getroffen. Terecht viert een mensenmenigte de dood van Bin Laden in het centrum van Manhattan, waar Al-Qaida-terroristen tien jaar geleden bijna 3.000 slachtoffers maakten.

Minder bekend is dat sinds de Amerikaanse inval in Afghanistan die daarop volgde, bijna vijfmaal zoveel mensen in Pakistan door terroristen zijn gedood. Het jaarlijkse aantal Pakistaanse slachtoffers van terrorisme is gestegen van minder dan 200 in 2003, via bijna 1000 in 2006, tot meer dan 3000 in 2009. In totaal zijn hier sinds 2001 door terreur- en contraterreurgeweld meer dan 30.000 slachtoffers gevallen; gedood door bommen, kogels, kanonnen en drones. In Pakistan is het alle dagen 9/11. Het slagveld is verplaatst. En in Pakistan is het nog veel bloediger.

Als de dood van Osama bin Laden betekent dat de oorlog in Zuid- en Centraal-Azië nu kan ophouden, dat Amerika zijn troepen uit dit gebied kan terugtrekken en dat Pakistan en Afghanistan de vrede kunnen hervinden, dan kan hier op een dag misschien ook feest worden gevierd.

Intussen zullen de Amerikaanse, Pakistaanse, Afghaanse en terroristische bevelhebbers doorgaan met hun operaties, zal de slachting voortduren en zullen er mensen blijven omkomen, waarbij hun dood meestal onzichtbaar blijft voor de buitenwereld, maar hun aantal doet denken aan een stoet vliegtuigen die zich uitstrekt in de verte en die telkens nieuwe torens binnendringt.

Bin Laden is dood. Maar veel Pakistanen voelen de naderende komst van alweer een moorddadig vliegtuig dat het op hen gemunt heeft.

Mohsin Hamid is een Pakistaanse schrijver die woont in Lahore. Hij studeerde onder andere aan de Princeton universiteit bij Joyce Carol Oates en Toni Morrison. Zijn roman Moth Smoke werd een culthit in Pakistan en India. De val van een fundamentalist (2007) werd genomineerd voor de Bookerprijs © The Guardian