In olierijk Rusland staan nu rijen aan de pomp

Benzine op rantsoen: het is niet iets waar Russen aan gewend zijn. Maar door ondoordacht beleid van de premier is brandstof schaars geworden. Automobilisten zijn boos en protesteren.

Benzine op rantsoen. Dat zijn ze in Rusland niet bepaald gewend. Voor veel Russen is olie zoiets als wodka: er lijkt oneindig veel van te zijn en het is altijd en overal beschikbaar. Niet voor niets is Rusland de grootste olieproducent ter wereld.

Toch moet de Russische automobilist er sinds kort aan geloven. In de Altai-regio, in Ruslands verre oosten, mocht bij filialen van twee van ’s lands grootste oliemaatschappijen vorige week twee dagen lang niet meer dan twintig liter per auto worden getankt – mits automobilisten over een klantenkaart beschikte uiteraard, want anders kregen ze geen druppel.

Dit alles omdat er volgens Rosneft en Gazpromneft, de betreffende bedrijven, plotseling tekorten waren ontstaan. De kans bestaat dat er meer van zulke rantsoendagen in Altai volgen. Want de tekorten lijken structureel. Klanten van kleinere oliemaatschappijen waren nog minder fortuinlijk: voor hen waren er niet eens rantsoenen, omdat er helemaal geen benzine meer was.

Ook in andere delen van Rusland vreest men voor rijen aan de pomp. Want van Siberië tot Sint-Petersburg tot Novosibirsk zijn de afgelopen dagen eveneens tekorten gemeld. In Moskou is de nakende benzinecrisis het gesprek van de dag. Op het Russische internet gaat het nergens anders meer over.

In een land dat druipt van de olie, is het niet verbazend dat de tekorten tot boosheid hebben geleid. Een spontaan gevormd verbond van automobilisten in Siberië heeft protestacties aangekondigd, mogelijk voor later deze week. In andere steden rijden auto’s met stickers met daarop een figuurtje dat zichzelf door het hoofd schiet met een tankpistool.

Ook premier Poetin is boos. „Wij produceerden vorig jaar 550 miljoen ton olie. Veel meer dan Saoedi-Arabië. Dan kan het toch zeker niet zo zijn dat onze eigen burgers geen benzine meer kunnen krijgen?”, foeterde hij afgelopen donderdag in een rechtstreeks uitgezonden vergadering met directeuren van olieconcerns en enkele ministers. Vervolgens gaf hij de maatschappijen de schuld van de tekorten. De op winst beluste, riant betaalde oliemannen verkochten liever hun benzine tegen hoge prijzen in het buitenland dan aan hun medeburgers in Rusland, waar de prijs te laag was.

En prompt verhoogde Poetin de belasting op de uitvoer van benzine zo fors dat export niet langer rendabel was.

Toch, zeggen analisten in Rusland, was het juist ook zo’n maatregel ‘voor de burger’ die de export – en daarmee de tekorten – in eerste instantie heeft veroorzaakt. In februari had Poetin de olieconcerns verboden om de benzineprijs nog verder te verhogen. Zij hadden dat in de weken daarvoor, net als eigenlijk alle olieconcerns ter wereld, geleidelijk gedaan, in reactie op de stijgende olieprijs. Maar Russen hadden daarover geklaagd en dus stelde Poetin een plafond in.

De premier beseft maar al te goed dat in autominnend Rusland gedoe rond de bolide dé manier is om kiezers tegen je in het harnas te jagen. In maart volgend jaar zijn er presiden tsverkiezingen. Zelf heeft hij zich er weliswaar nog niet definitief over uitgelaten, maar iedere Rus gaat ervan uit dat hij dan kandidaat zal zijn. De campagne is inofficieel al in volle gang en maatregelen die de burgers tevreden stellen doen het in zo’n periode altijd goed.

De olieconcerns hielden zich aan de maximumprijzen – maar begonnen vervolgens ook een deel van hun benzine te verkopen aan het buitenland, onder meer China en Kazachstan. In het eerste kwartaal van 2011 werd zo bijna de helft meer geëxporteerd dan diezelfde periode vorig jaar. Voor de Russische burger was dat misschien vervelend, maar vanuit bedrijfsperspectief gezien was dat niet onlogisch.

Poetin, aldus analisten, is dus zelf de oorzaak van de problemen. Analist Artjom Kontsjin van de Unicredit-bank in Moskou omschreef het prijsplafond tegen persbureau Reuters als „kortzichtig beleid”. „Als je bedrijven belemmert om normaal zaken te doen, dan krijg je dit soort dingen.” De exportbelasting noemde hij op zijn beurt een „overhaaste reactie” op dat kortzichtige beleid.

Want twijfels over de effectiviteit van die laatste maatregel zijn er ook voldoende. Zelfs als de export wordt teruggedrongen, en alle benzine weer naar de thuismarkt gaat, dan nog zullen er vermoedelijk nieuwe tekorten ontstaan. Rusland heeft de afgelopen jaren amper geïnvesteerd in het uitbreiden van zijn raffinagecapaciteit en modernisering van de bestaande, stokoude raffinaderijen werd keer op keer uitgesteld – volgens analisten het resultaat van de centraal geleide economie van Poetin die elke vorm van initiatief en vooruitdenken ondermijnt.

Ondertussen neemt de vraag elk jaar toe naarmate de Russen welvarender worden. Deze zomer valt al een crisis te verwachten, als de Russen erop uit trekken naar hun datsja’s op het platteland. De vraag is wat of Poetin de burgers dan opnieuw gerust kan stellen.