In Duitsland is ‘duurzame’ energie ook mislukt

Ruim vijftig jaar geleden begon de Grote Sprong Voorwaarts in China, van Mao Zedong c.s. Een van de aspecten van dit plan om de economie een grote impuls te geven, was gedecentraliseerde productie van staal, met in elk Chinees dorp een hoogoven. Het bleek een volledige, ideologiegedreven mislukking.

Rob Wijnberg wil nu iets dergelijks met betrekking tot energie (Opinie, 28 april). Hij denkt dat ‘duurzame’ energie kan leiden tot bijna volledig gedecentraliseerde energieopwekking en ziet dat als een heilzame ontwikkeling van de maatschappij. Hij beweert dat men met een investering van 10.000 euro verlost is van de maandelijkse energierekening. Men? Iedereen? Wie betaalt dan de subsidie? En hoe moet het ’s nachts, of als het lang niet waait? En waar komen die windturbines, zonnepanelen en biogasinstallaties vandaan?

Wijnberg denkt dat het terugdraaien van de Industriële Revolutie naar een middeleeuwse economie voor energie nu juist wel werkt. Dat is niet zozeer een groot voorstellingsvermogen, dat is geweldige fantasie. Tweehonderd keer zoveel windturbines als we nu hebben – denk aan het elektrisch rijden – en nog steeds geen zekerheid dat er op elk moment genoeg energie is. Het lijkt me veel erger dan „een land vol kerncentrales”.

In Duitsland is het de afgelopen tien jaar niet gelukt. De Duitse regeringssubsidie van ‘duurzame’ energie heeft slechts geleid tot hoge kosten voor de gemeenschap, zonder de beweerde positieve effecten op emissie, banen, innovatie of betrouwbaarheid van energielevering. Zo moet het dus niet. En de door Wijnberg geschetste koppeling tussen maatschappelijke vrijheid en gedecentraliseerde energieopwekking lijkt mij hoogst speculatief.

Albert Stienstra

Lelystad