Ik ga gewoon een ultimatum stellen

Hoe komen mensen in bestuurlijk Den Haag terecht? Deel negen van een serie: een ambtenaar bij de IND.

Den Haag 26-4-2011 Marieke Cartens, werkzaam voor de IND en lid van jongeren-ambtenarencollectief Piazza. Voor de rubriek Naar Den Haag van Freek Staps. Foto Floren van Olden
Den Haag 26-4-2011 Marieke Cartens, werkzaam voor de IND en lid van jongeren-ambtenarencollectief Piazza. Voor de rubriek Naar Den Haag van Freek Staps. Foto Floren van Olden

Marieke Cartens was zo’n meisje dat altijd al heeft geweten wat ze later wilde worden.

Ambtenaar.

Als kind in Roermond vertelde ze het al aan iedereen die het wilde horen. Ze zou naar Den Haag. „Me maatschappelijk nuttig maken”, de wereld veranderen. Ja ja, glimlachten haar ouders en vriendinnen dan. „Jij? Helemaal naar Den Haag? Weet je wat jij zou moeten doen? Jij zou eens wat minder moeten dromen en kletsen.”

Maar ze redde het. Ze werd rijkstrainee, een opleidingsprogramma voor jonge ambtenaren. En nu werkt ze bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, denkt mee over hoe fraude bij immigratie het beste voorkomen en opgespoord kan worden. Maar daar wil en mag ze verder niets over zeggen. Dat bepaalde eerst haar chef, die dit artikel wel een goed idee vond maar zelf volgens het protocol geen goedkeuring mocht geven. Dat bepaalde daarna ook diens chef, die ook geen bezwaar zag, maar het eindbesluit doorschoof. En dat bepaalde ten slotte zelfs de hoofddirecteur van de IND. Marieke Cartens mocht een journalist thuis ontvangen, zich laten vergezellen in een tram, zelfs naast zich dulden in de trein naar Rijswijk, waar ze werkt. Ze mocht vertellen over zichzelf. Maar inhoudelijk worden? Nee. Mondje dicht.

Ze snapt die voorzichtige houding wel. „Zelf zeg ik ook liever dat ik bij het ministerie van Binnenlandse Zaken werk dan bij de IND.” Roept minder vragen op. En het is toch nooit goed. Volgens de één zijn ze te hard, volgens de ander te soft.

Hoeveel ambtenaren werken er eigenlijk in Den Haag? „Te veel.” Ze pauzeert. Bedenkt zich dan. „Volgens dit kabinet.”

En hoeveel jonge ambtenaren zijn er? „Te weinig.”

Het worden er nog minder. Dit kabinet wil 6 miljard euro bezuinigen op het ambtenarenkorps en jonge werknemers zijn daar bovengemiddeld vaak het slachtoffer van: ze hebben vaker tijdelijke contracten, die dan simpelweg niet worden verlengd. Makkelijk. En jonge ambtenaren zijn minder vaak aangesloten bij een vakbond. „Wij denken dat we het zelf allemaal wel kunnen regelen.” Het probleem is alleen: „Die mannen in pak, die vastgeroeste autochtonen, die 40-plussers”, ze heeft het over ambtenaren die wél zijn aangesloten bij een vakbond. En die vakbond zit aan tafel met de overheid om te beslissen wie er weg moet.

Waarom het erg is dat Marieke Cartens’ jonge collega’s ontslagen worden? „Wat willen ze nou eigenlijk: een innovatieve overheid met frisse ideeën of niet?”

Cartens heeft het niet alleen over zichzelf. Ze is voorzitter van Piazza Jong Rijk, de koepelorganisatie van alle jongerenverenigingen bij de verschillende ministeries. Haar bestuur heeft het ook niet makkelijk. Van de zeven leden hebben er twee te horen gekregen dat ‘doorgroeien’ er even niet inzit en één bestuurslid verlaat de overheid omdat het contract niet verlengd werd.

Ze weet dat de overheid „een slecht imago” heeft. „Van mensen die alleen maar in de trein stappen om de hele dag kopjes koffie te drinken, wat met elkaar te babbelen en uit het raam te kijken.” Raamambtenaren, heet dat.

Nee, dan zijzelf. „Ik zou als hipo”, ze bedoelt high potential, een belofte, „bij het bedrijfsleven als komeet gaan, maar dat wordt nu tegengehouden door het systeem.” Dus durft ze wel te zeggen dat ze „aan een volgende stap” toe is. En daarom – let u even op, leidinggevenden van Marieke Cartens van de IND – volgt nu een ultimatum. Per krant. „Ik ga binnenkort praten. Als ze zeggen dat er geen kansen zijn om door te groeien, dan ga ik mijn netwerk inzetten.” Mochten er nog misverstanden bestaan, ze bedoelt dat ze anders weggaat: „Ja, dit is een dreigement.”

Ze denkt nog weleens terug aan haar tienerjaren. „Er zijn meisjes die ambtenaar willen worden om de wereld te verbeteren.” Zoals zij. „Ik dacht: in Den Haag gebeurt het. Inmiddels ben ik ingehaald door de realiteit.”