Geen gemarchandeer met opvolger Wellink

Het kabinet laat partijpolitiek meespelen bij de benoeming van de president van DNB. Dit is een weg die nooit bewandeld mag worden, betoogt Marcel Canoy.

Het kabinet politiseert de benoeming van de opvolger van DNB-president Nout Wellink. Dit is een kwalijke zaak en riskeert ons land terug te werpen naar het niveau van landen waar politieke benoemingen gewoon zijn.

Het is in Nederland een goed gebruik om de benoemingen bij onafhankelijke instituten als De Nederlandsche Bank (DNB), de Algemene Rekenmaker, de Raad van State of het Centraal Planbureau niet van de politieke kleur van de kandidaten te laten afhangen. Dat is een groot goed, waarmee we ver voorliggen op de ons omringende landen. Politieke neutraliteit zorgt ervoor dat we erop kunnen vertrouwen dat die instituten soms zwaarwegende beslissingen nemen die de politiek niet goed uitkomen.

Politieke neutraliteit is daarmee een voorwaarde voor integriteit én kwaliteit. Niet voor niets heeft zowel het Centraal Planbureau als de De Nederlandsche Bank internationaal een voortreffelijke reputatie. Een goed recent voorbeeld is de benoeming van CPB-directeur Coen Teulings. Hoewel hij van PvdA-huize is, werd hij door een kabinet benoemd waarvan de PvdA geen deel uitmaakte. Het kan dus prima.

De goede reputatie van Nederland dreigt nu op het spel gezet te worden door politiek gemarchandeer rond de opvolging van DNB-president Nout Wellink. De beoogde kandidaat Lex Hoogduin staat bekend als een uiterst capabele en integere man. Bovendien is hij partijloos, een voordeel dat de scheidende president Wellink (CDA) niet heeft. Weliswaar is Wellink politiek niet actief, maar de relatie met voormalig minister van Financiën Wouter Bos was door het CDA-lidmaatschap van Wellink soms stroever dan nodig.

En wat gebeurt er thans bij de benoeming van de opvolger van Wellink? De VVD meent ‘aan de beurt’ te zijn en schuift voormalig thesaurier-generaal Kees van Dijkhuizen naar voren. Het CDA ziet meer in partijgenoot Jeroen Kremers. Dat deze zich om niet nader genoemde redenen heeft teruggetrokken, doet niets af aan de zaak. Verhalen over een deal waarin minister Donner (CDA) de Raad van State ‘krijgt’ en Kees van Dijkhuizen de DNB gonzen rond.

Minister De Jager beweert weliswaar dat kwaliteit de doorslag moet geven bij de selectie van de kandidaat, maar gaat er kennelijk vanuit dat het simpele feit dat Hoogduin reeds bij de DNB werkt, hem a priori al ongeschikt maakt. Monetaire kennis, reputatie en ervaring met het vak zijn kennelijk van ondergeschikt belang voor een centralebankier. Uit niets blijkt tevens dat Hoogduin niet in staat of bereid zou zijn een cultuurverandering binnen de bank te bewerkstelligen als hij het voor het zeggen krijgt.

Dit gemarchandeer kan alleen maar geïnterpreteerd worden in de fragiele politieke context waarin het huidige kabinet opereert. Gedoogpartner PVV wil bij monde van Roland van Vliet uiteraard koppen zien rollen, want dat past beter bij de spierballentaal waarop die partij nu eenmaal een abonnement heeft.

De Kamercommissie-De Wit die de crisis onderzocht, pleitte eerder ook al voor een cultuurverandering bij de DNB (zonder duidelijk te maken wat ze daar nu eigenlijk mee bedoelde). Het kabinet durft kennelijk de confrontatie met de PVV en de commissie-De Wit niet aan en kiest voor de weg van de minste weerstand.

Daarmee laat dit kabinet Nederland afglijden naar landen als België, Frankrijk en Italië, waar politieke benoemingen en wederdiensten vanzelfsprekend zijn. Juist bij een centrale bank is politieke onafhankelijkheid een vereiste. Daaraan mogen geen concessies worden gedaan.

Marcel Canoy is hoofdeconoom van Ecorys en hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg.