Geen daden maar woorden

Voetbal is meer dan ooit een politieke sport, retorica is daarbij een factor van belang.

Analyse van de polemiek tussen de trainers van FC Barcelona en Real Madrid.

Barcelona's coach Pep Guardiola reacts during the Champions League semi-final first leg football match between Real Madrid and Barcelona at the Santiago Bernabeu stadium in Madrid on April 27, 2011. AFP PHOTO/LLUIS GENE
Barcelona's coach Pep Guardiola reacts during the Champions League semi-final first leg football match between Real Madrid and Barcelona at the Santiago Bernabeu stadium in Madrid on April 27, 2011. AFP PHOTO/LLUIS GENE AFP

Na de verloren heenwedstrijd in de halve finale van de Champions League zette José Mourinho, trainer van Real Madrid, de strijd voort. Hij zei dat hij zich zou schamen als hij trainer van FC Barcelona was. Ook suggereerde hij dat de Catalaanse club dankzij de shirtsponsoring van Unicef door de UEFA voorgetrokken wordt. „Geregeld verafschuw ik deze wereld”, sprak de Portugees over de terechte rode kaart voor Madrid-speler Pepe. Ondertussen werd de propagandamachine van ‘de Koninklijke’ in gang gezet: de spelers namen de woorden van de trainer over, de Madrileense sportkrant Marca probeerde aan te tonen dat het gestrekte been van Pepe zijn tegenstander Daniel Alves niet eens geráákt had en op de website van de club werd een compilatie van alle schwalbes van Barcelona-spelers geplaatst.

Niemand sprak meer over de schandalige overtredingen van de spelers van Real Madrid en de prachtige doelpunten waarmee FC Barcelona de rivaal versloeg. Barcelona reageerde nog door een aanklacht over Mourinho’s insinuaties bij de UEFA in te dienen, maar Madrid ging daar maandag rustig overheen door een ‘vuistdik’ rapport naar dezelfde bond te sturen, met pagina’s aan ‘bewijslast’ tegen zes Barcelona-spelers. De verliezende club uit de hoofdstad van Spanje heeft met suggesties, geruchten en verwijten het verhaal van de wedstrijd succesvol gekaapt. Het maakt niet uit dat dit hypocriet, irrationeel en zelfs kinderachtig is. Mourinho en zijn club snappen goed dat het beheersen van de publieke opinie op den duur net zo belangrijk is als de prestaties op het veld.

Voetbal is meer dan ooit een politieke sport, waar de belangen levensgroot zijn. Retorica buiten de lijnen is hierdoor een factor van belang geworden: veel topwedstrijden worden beslist door scheidsrechterlijke dwalingen, al dan niet beïnvloed door opgehitste spelers en publiek of de heersende opinie in de media en bestuurskamers voorafgaand aan een wedstrijd. José Mourinho beheerst dit spelletje als geen ander. Voor de wedstrijd tegen Madrid zei Barcelona-trainer Pep Guardiola nog: „Ik schenk José de Champions League, die van buiten de lijnen. Normaliter wint hij daarbij, kan ik op basis van de historie concluderen.”

Real Madrid-Barcelona is de afgelopen jaren niet alleen een wedstrijd tussen twee historische rivalen, maar steeds meer een strijd tussen twee filosofieën geworden. De ene club heeft een romantisch idee over voetbal, dat aanvallend en aantrekkelijk moet zijn. Het gezicht van de club is Wereldvoetballer van het Jaar Lionel Messi, die met veel spelplezier tussen verdedigers dartelt en buiten het veld bescheidenheid toont. De andere club speelt vaak ook prachtig, maar kiest toch vooral voor het resultaat, waarbij schwalbes, provocaties en harde overtredingen niet geschuwd worden. De personificatie van deze spelopvatting is Cristiano Ronaldo, die fantastisch kan voetballen, maar net zo vaak verongelijkt als een klein kind bij de scheidsrechter zeurt en regelmatig blijk geeft van een onstuitbare arrogantie. Het is een strijd tussen idealisten en vechters voor het resultaat.

De verbale strijd die tussen beide clubs voortwoekert, past in de theorie van de Amerikaanse linguïst George Lakoff, die in boeken als Don’t Think of An Elephant (2004) en The Political Mind (2008) zijn theorie van framing uit de doeken deed. De links georiënteerde Lakoff keek gefrustreerd toe hoe George W. Bush twee keer tot president verkozen werd en hoe zelfs het herwinnen van een meerderheid in het Congres de Democratische invloed niet vergrootte. Hoe kon het dat de Republikeinen telkens het debat overheersten?

Volgens Lakoff hanteren de democraten en andere progressieve denkers een verouderd wereldbeeld. Zij gaan uit van rationaliteit, zoals dat in de Verlichting onder invloed van denkers als Immanuel Kant en René Descartes ontstond: een emotieloos, objectief, contextloos en universeel gegeven. Het overtuigen van een ander vindt plaats op basis van rationele argumenten: u bent van mening dat A, maar kijk eens naar Y, dan kunt u toch niet anders dan B concluderen?

Gek genoeg zijn mensen vaak niet op deze manier te overtuigen. Dat komt volgens Lakoff omdat deze notie van rationaliteit compleet verkeerd is. Dankzij neurowetenschappelijk onderzoek weten we veel meer over de werking van onze hersenen. Een belangrijke conclusie is dat 98 procent van ons denken onbewust plaatsvindt. In ons brein vormen zich voortdurend frames: bepaalde kaders waarin we onze gedachten plaatsen. Wanneer bepaalde delen van onze hersenstructuur regelmatig tegelijk geactiveerd worden, gaan ze circuits vormen. Zo wordt een metafoor als ‘een warm persoon’ letterlijk, omdat we de warmte van een omhelzing associëren met de positieve eigenschap van empathie. Via dit soort metaforen, die niet neutraal zijn maar beladen met emotie, kun je dus het onderbewustzijn van je publiek aanspreken en doordringen tot hun frames of zelfs een nieuw frame creëren.

Pep Guardiola is een ouderwetse rationalist, hij gelooft niet in spelletjes. Maar het zou goed kunnen dat Mourinho de boeken van Lakoff heeft gelezen. De selfmade man die zich, na een korte carrière als matige profvoetballer, via een baantje als vertaler voor de legendarische Engelse trainer Bobby Robson opwerkte tot de immens succesvolle hoofdcoach die hij nu is, weet als geen ander hoe belangrijk het mentale aspect van het leven is. Mourinho maakt altijd een heilig vuur in zijn spelers los – na zijn vertrek waren deze elftallen volledig uitgeblust. Voor de vorige wedstrijd tegen Barcelona haalde hij zelfs Albert Einstein aan om zijn mannen te motiveren: „Ik vertelde mijn spelers dat Einstein zei dat er een kracht sterker is dan stoom, elektriciteit en atoomenergie – wil.” Wesley Sneijder zei over zijn voormalige trainer: „Mourinho had mijn vader kunnen zijn. Voor zo’n man ga je door het vuur.”

Maar er zijn ook mensen die van nature verschrikkelijk goed kunnen voetballen. Tegen FC Barcelona – het beste team ter wereld – moet Mourinho meer dan ooit zijn talent als mental coach aanspreken. Dus pompt hij zijn spelers vol met fanatisme en probeert hij met hectiek, randzaken en vooral veel frames te tegenstander te verslaan. Het lukt hem en zijn club in de reeks confrontaties steeds weer om de tegenstander buiten de lijnen te verslaan en de druk op te voeren.

Maar Guardiola weet dat voetbal – anders dan politiek – niet alleen uit woorden bestaat. Zodoende legde hij zijn spelers een spreekverbod op, zodat ze niet in Mourinho’s frames meegaan en zich kunnen toeleggen op het enige spel waarin ze de Portugese meester-manipulator voorlopig wél de baas zijn: het voetbal.