Eindelijk: respect voor de stadswacht

Het aantal stadswachten met opsporingsbevoegdheden is explosief toegenomen.

Rotterdammers moeten nog wel wennen aan de nieuwe „boete-obsessie”.

„Wat belachelijk”, roept de jongeman die in het overdekte winkelcentrum van Zuidplein op blote voeten rondloopt. Hij is zojuist aangesproken door twee stadswachters; het gaat niet om zijn blote voeten, dat is in de straten van Kigali (Rwanda) verboden, niet in Rotterdam. De jongen heeft zijn hond niet aangelijnd. En terwijl de stadswachters het ‘aanlijnbeleid’ van de stad uitleggen, snuffelt de hond aan het kruis van een voorbijganger. De jongen sputtert wat tegen, maar bindt hem snel aan. „Hij krijgt dit keer geen boete”, zegt Aat van der Steen (50), een van de stadswachten, „maar als we hem een volgende keer betrappen zijn we niet meer coulant.”

Gestapo, noemde acteur Jack Wouterse een maand geleden de Rotterdamse stadswachten die hem wilden beboeten omdat hij bij het uitlaten van zijn hond niet aan de ‘opruimplicht’ wilde voldoen. „Er zijn zoveel stadswachten in Rotterdam, het maakt de boel er niet leuker op”, zei de acteur in een interview in NRC Handelsblad. Hij kreeg veel bijval van mensen op straat, op internet ontstond zelfs een discussie over wat ergerlijker is: hondepoep of al die stadswachten.

Zijn het er plotseling meer geworden? Nee, zegt Fred Marree, woordvoerder van de gemeentelijke dienst Stadstoezicht. Rotterdam stuurt al jaren rond de zeshonderd stadswachten de straten op met de opdracht de buurten in de gaten te houden. Ze controleren op onbetaald parkeren, verkeerd aangeboden huisvuil, fietsen op de stoep, wildplakken, hangjongeren en vele andere dagelijkse ergernissen. Dat ze de gemiddelde Rotterdammer nu pas opvallen en soms ergeren, komt doordat het aantal stadswachten met opsporingsbevoegdheden explosief is toegenomen. Halverwege 2007 begon de stad te experimenteren met stadswachten met meer bevoegdheid, de zogeheten BOA’s. Marree: „Het probleem was namelijk dat ze niets anders mochten doen dan aanspreken. En dat wisten de mensen. Nu worden ze opgeleid in wetten, leren ze omgaan met geweld en, belangrijk, ze mogen boetes uitdelen en mensen in de boeien slaan.” Eind 2008 ging het eerste klasje BOA’s van 30 man aan de slag. Vanaf 2009 kwamen daar maandelijks 15 bij. Inmiddels zijn 450 van de zeshonderd stadswachten bekeuringsbevoegd. Nu pas, zegt hij, merken de mensen echt dat er stadswachten aan het werk zijn.

Niet alleen Rotterdam heeft flink ingezet op deze ‘oren en ogen van de politie’. De meeste grote steden hebben een vergelijkbaar systeem. De gemeente Amsterdam heeft rond de 460 toezichthouders in dienst, van wie 418 bekeuringen mogen uitschrijven. Ook in Den Haag zijn de meeste handhavers BOA. Groningen is pas sinds een maand bezig de stadswachten op te leiden tot BOA’s.

En toch moeten veel Rotterdammers nog wennen. Vorig jaar ontving Stadstoezicht 553 klachten over de stadswacht. Voornaamste klacht: ze delen te snel bekeuringen uit. Enkelen klagen over onheuse bejegening zoals (agressief) vastpakken. D66 beklaagde zich al eerder over deze „boete-obsessie”. „De stad wordt er chagrijnig van en we voelen ons er ook niet veiliger door”, zei Salima Belhaj fractievoorzitter van D66 in Rotterdam.

Stadswacht Van der Steen, die vandaag op stap is met collega Lionel Peterson (27) en dienst heeft in Rotterdam-Zuid, vindt het wel meevallen met de chagrijnige reacties op zijn werk. „Tuurlijk, iedereen baalt als hij een boete krijgt, maar we voeren slechts het beleid van de stad uit. Het is alleen belangrijk dat je goed kunt inschatten wanneer je een boete geeft en wanneer niet. Dat leer je uit ervaring.”

En het werkt, zeggen ze allebei. Als ze nu een rondje winkelcentrum Zuidplein doen, stuiven de hangjongeren uit elkaar. Lionel: „Toen we nog geen bevoegdheden hadden, reageerden ze heel anders. Nu krijgen we respect. Hier op Zuid weten ze wat we doen voor de stad, het BOA-experiment is hier begonnen. De rest van Rotterdam moet er nog aan wennen en reageert soms wat agressiever.”

Zullen we nu een fiscaaltje pakken?, zegt Peterson tegen Van der Steen. Hij bedoelt: controleren op betaald parkeren. Gewapend met een veiligheidsvest, portofoon, boeien en de handcomputer die bonnen kan uitprinten lopen ze naar buiten. Daar staat een zwarte Peugeot op een laden-en-lossengebied met knipperend licht. Er wordt alleen niet geladen of gelost. Na een paar minuten wachten, zegt Van der Steen tegen zijn collega; „Zullen we bekeuren?” Net op dat moment komt de eigenaar aan gelopen. Ze put zich uit in excuses en ze lacht er lief bij. Ze mag weg. De eigenaar van een andere zwarte Peugot even verderop heeft het minder getroffen. Hij heeft niet betaald voor zijn plek. 53,50 euro staat op de bon die Van der Steen op de voorruit plakt. „Met betaald parkeren zijn we niet meer coulant. Dat moet elke Rotterdam nu wel weten.” Hij schrijft bij een gemiddelde dienst van acht uur tussen de 5 à 20 boetes uit, dat ligt aan de wijk. Hanteert de dienst een bonnenquotum? Absoluut niet, zegt de woordvoerder. Maar, zegt Peterson, je functioneren als stadswacht wordt mede afgerekend op het aantal handelingen dat je doorgeeft via je handcomputer. Dat geldt voor het aantal bekeuringen dat je uitschrijft, maar een stadswacht heeft ook een signalerende taak dus het geldt ook voor bijvoorbeeld het aantal fietswrakken dat je hebt aangemerkt. Met name die signalerende functie willen ze meer benadrukken, de twee stadswachten. „We zijn niet de hele tijd boetes aan het uitdelen.” Voor de politie moeten ze uitkijken naar gezochte personen of auto’s. Voor de dienst buitenruimte melden ze losliggende straattegels en wildplak. „En ook burgers zelf melden problemen die wij dan proberen op te lossen”, zegt Van der Steen. „Mensen vergeten dat we ook dienstverlenend bezig zijn.” Hij illustreert dat als we een van zijn collega’s tegenkomen die veegwagendienst heeft. Met een speciale auto haalt deze collega al het zwerfafval in een wijk op en controleert hij of het huisvuil niet verkeerd is aangeboden. Hij heeft zojuist 500 kilo zwerfafval opgeruimd. En dat is normaal voor een gemiddelde dienst. „De avondploeg haalt straks met gemak weer 500 kilo op. In dezelfde wijk.”

Dus ze herkennen zich niet in de beeldvorming over de stadswacht als plaag? Helemaal niet. De meeste mensen zijn heel prettig in de omgang. „Vergeet niet”, zegt Van der steen, „dat veel van ons dagelijks in dezelfde wijk rondlopen. Je bouwt een relatie op met bewoners en winkeliers. Als ik nu in Charlois langskom, de wijk waar ik voorheen twee jaar lang werkte, zeggen ze: we missen je echt.”