De schreeuwer komt er niet met een behandelingetje vanaf

De advocate van de Damschreeuwer en de man die de Gouden Koets belaagde, vindt dat de maat vol is. „Je kunt hun niet het proces aandoen dat Karst T. had moeten krijgen.”

Advocaat Mariëlle van Essen verdedigt vaak mannen die verdacht worden van vrouwenhandel. „Grote kerels, met niet al te veel respect voor vrouwen.” Ze zoekt voor deze zaken vrijwel nooit de publiciteit, daar hebben de verdachten geen enkele behoefte aan.

Voor twee andere cliënten deed ze dat wel. Van Essen was tot vorig jaar de advocaat van de Damschreeuwer, de man die de Dodenherdenking in Amsterdam verstoorde. Het strafdossier tegen hem vond ze „te eenzijdig”. Ze riep op televisie getuigen op zich bij haar te melden. Waren ze geschrokken van de schreeuw of eigenlijk van wat erna kwam? Iemand anders had „Bom!” geroepen en er vielen dranghekken om.

En nu vraagt Van Essen opnieuw aandacht voor een cliënt, de man die op Prinsjesdag een waxinelichthouder naar de Gouden Koets gooide en daarvoor al ruim zeven maanden in voorarrest zit. „Mijn cliënt wordt ten onrechte als een gevaar afgeschilderd. De maat is vol.”

Wat zijn de overeenkomsten tussen de Damschreeuwer en de gooier van de waxinelichthouder?

„Ik zie bijna geen overeenkomsten.”

Ze zijn allebei aangehouden omdat ze de koningin in gevaar zouden hebben gebracht.

„Bij de Damschreeuwer is door het gerechtshof in Amsterdam besloten dat daarvoor geen bewijs is. En ook Erwin L., de man die de waxinelichthouder gooide, heeft nooit de bedoeling gehad de koningin iets aan te doen.”

Wat is het belangrijkste verschil tussen beide zaken?

„De intentie. De waxinelichtgooier wilde aandacht voor zijn verhaal. Hij vindt, en daarin staat hij niet alleen, dat koningin Beatrix geen recht heeft op de troon omdat zij geen directe nazaat is van Willem III. Die zou door syfilis onvruchtbaar zijn geworden.”

En de Damschreeuwer? Tegen de Amsterdamse tv-zender AT5 zei hij dat hij van de ene kroeg naar de andere kroeg liep en geen behoefte had „aan al die zwijgende elementen” op de Dam.

„Hij had dus geen speciale bedoeling met die schreeuw.”

Vindt de waxinelichthoudergooier zijn actie, aandacht vragen voor zijn theorie over de onvruchtbaarheid van Willem III, geslaagd?

„In zekere zin wel, er is aandacht voor gekomen in de media. Hij had op de koop toegenomen dat hij een nacht moest zitten. Maar natuurlijk had hij niet verwacht dat hij zeven maanden zou worden vastgehouden.”

Is er een overeenkomst in de behandeling van de twee door het Openbaar Ministerie?

„In beide gevallen gaat het volgens het OM om een verwarde man. De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen maakt verplichte opname in een psychiatrische kliniek mogelijk. Maar justitie kiest ervoor ze strafrechtelijk te vervolgen. Ik vermoed dat het OM daarmee aan de buitenwereld wil laten zien dat je er niet met een behandelingetje vanaf komt als je zoiets doet.”

In 2002 gooide een man een verfbommetje tegen de Gouden Koets. Hij kreeg een boete van 250 euro.

„Ja, dat is wel een heel groot verschil. Ben je minder gek als je een verfbommetje gooit dan als je een waxinelichthouder gooit?”

Er is sindsdien wel een en ander gebeurd: een aanslag door Karst T. op de koninklijke familie, de paniek tijdens de Dodenherdenking.

„Je kunt mijn cliënt niet het proces aandoen dat Karst T. had moeten krijgen als hij nog had geleefd. Iedere zaak dient afzonderlijk beoordeeld te worden. Je kunt best een wat hogere straf eisen om een signaal af te geven, maar dit is buitensporig. Mijn cliënt wordt als een gevaarlijke gek neergezet, maar hij heeft niemand pijn willen doen.”

Uw cliënt zit nu in het Pieter Baan Centrum. Adviseert u hem om niet mee te werken aan het onderzoek?

„Ja. Hij zit daar omdat de rechter overweegt tbs op te leggen. Ik vind dat in geen verhouding staan tot de geringe ernst van de feiten waarvan hij wordt verdacht. Toen duidelijk werd dat dat een mogelijkheid was, heb ik daar echt van wakker gelegen: hoe kán dit. Ik heb de afgelopen tien jaar heel wat tbs-zaken voorbij zien komen en het komt niet vaak voor dat voor een vergrijp van deze orde zo’n zware maatregel in beeld komt.”