Bomaanslagen, ontvoeringen, drugshandel

De bomaanslag die vorige week zestien mensen, onder wie elf buitenlandse toeristen, het leven kostte in een populair café in Marrakech had volgens de Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken Taeb Cherkaoui „alle kenmerken van Al-Qaeda”. Het gaat hier om de Noord-Afrikaanse afdeling, Al-Qaeda-in-de-Islamitische Maghreb.

Dit is geen verzelfstandigd filiaal, maar een later aangesloten organisatie, de Algerijnse Salafistische Groep voor Prediking en Strijd (GSPC).

Dit restant van de moslimextremisten die in de jaren negentig een bloedige strijd tegen het Algerijnse regime vochten en verloren, sloot in 2006 een verbond met Bin Ladens tweede man, de Egyptenaar Ayman Zawahiri. Tegelijk fuseerde het met enkele kleinere extremistengroepen uit de regio.

In januari 2007 veranderde de GSPC zijn naam in Al-Qaeda-in-de-Islamitische Maghreb. De verdenking was dat de groep zijn geslonken populariteit onder extremisten wilde opvijzelen met de merknaam Al-Qaeda. Osama bin Laden had er vanaf het begin in elk geval operationeel weinig mee te maken.

De Noord-Afrikaanse Al-Qaeda heeft sindsdien een beperkt aantal bomaanslagen zoals die van vorige week uitgevoerd, hoofdzakelijk in Algerije, en met enige regelmaat Algerijnse militairen gedood.

De organisatie is bekender geworden door haar ontvoeringen om losgeld. Doelwit zijn toeristen en andere reizigers in een uitgestrekt gebied van Tunesië tot Mauretanië, diep in Afrika tot en met Niger en Mali. De ontvoering van verscheidene Fransen heeft geleid tot een crisis met Frankrijk, dat probeert met de hulp van Afrikaanse bondgenoten de groep te elimineren. Daarnaast zou de groep betrokken zijn bij een bloeiende handel in Latijns-Amerikaanse cocaïne.

De Algerijnse regering maakt zich ernstige zorgen dat de oorlog in Libië een ongebreidelde wapentoevoer naar de extremisten zal losmaken of misschien al losgemaakt heeft. Algerijnse functionarissen meldden onlangs dat zowel rebellen als het leger van de Libische leider Moammar Gaddafi wapens verkochten aan deze Al-Qaeda. Die worden in konvooien langs oude smokkelroutes de grens over gesmokkeld. Elke oorlog levert dit soort handel op.

Intussen is onduidelijk hoeveel aanhang de organisatie heeft. Het gebied waar haar activiteit is gemeld, is enorm, maar de lange tussenpozen tussen wapenfeiten geeft aan dat ze zuinig moet zijn op haar mankracht. De zwakte van de zwart-Afrikaanse staten waar ze actief is werkt echter op langere termijn in haar voordeel, zeker wanneer drugs- en andere criminele inkomsten blijven binnenstromen en ook de beschikbaarheid van wapens geen probleem is.