Als het gezellig wordt, winnen de sociale netwerken van sms

Twitter, Hyves en Facebook verdringen het oude, vertrouwde sms’je. Maar hoe gaan mobiele providers straks verdienen aan gratis sociale media en berichtendiensten op je smartphone?

Van harte gefeliciteerd: we zijn koploper. Uit cijfers van onderzoeksbureau ComScore blijkt dat sociale netwerken in Nederland populairder zijn dan waar ook ter wereld. De internetpenetratie van Twitter en LinkedIn is hier hoger dan in de VS, Brazilië of Japan. En door de unieke combinatie van Hyves, de lokale speler, en het snel opkomende Facebook lijkt bijna geen Nederlander te ontkomen aan de sociale netwerken. Het verschil tussen die twee is trouwens nog maar klein: in maart telde Hyves volgens ComScore 7,6 miljoen bezoekers en Facebook 6,6 miljoen.

De kritische massa voor sociale media verandert ons sms-gedrag. Een groot deel van de Twitter-, Hyves- en Facebook-berichten worden immers verstuurd via de smartphones. Twee weken geleden waarschuwde KPN al dat het sms-verkeer na jarenlange groei met 10 procent was gedaald. In plaats daarvan gebruiken klanten een smartphone met apps voor Twitter, Whatsapp, Facebook en Hyves. Daarvoor heb je alleen een goedkope internetbundel nodig – het dure telefoonabonnement kan een stuk goedkoper, tot grote spijt van de telecomproviders.

Een sms’je is snel en betrouwbaarder: je weet vrijwel zeker dat het bericht aankomt en bij wie. Maar naarmate er meer smartphones in omloop zijn en de penetratie van sociale netwerken groeit, stijgt de reikwijdte van online berichtendiensten (Whatsapp, Ping). Hetzelfde geldt voor statusupdates en berichten van sociale netwerken. En dan kun je ook een foto of filmpje meesturen.

Op momenten dat Nederland massaal gezellig doet – bijvoorbeeld met oud en nieuw – zag je tot voor kort enorme pieken in het sms-verkeer. Maar uit de cijfers die Vodafone afgelopen weekeinde publiceerde over Koninginnedag 2011, blijkt dat bellers eerder sociale media inschakelen. Het gebruik van data via het mobiele 3G-netwerk groeide met 300 procent ten opzichte van de Koninginnedag 2010: „Twitter bereikte op het Vodafone netwerk 1,8 miljoen unieke bezoekers op 30 april. Hyves en Facebook volgden met respectievelijk 1,5 en 1,4 miljoen unieke bezoekers”, aldus Vodafone. Ter vergelijking: bij het sms-verkeer zag Vodafone een stijging van 50 procent ten opzichte van een normale zaterdag in april. Grote kans dat de pieken in mobiel dataverkeer en sms-berichten op oudejaarsavond 2011 nog verder zullen verschuiven.

Telecomproviders moeten hun betaalmodellen aanpassen op het mobiel data gebruik. Als elke abonnee straks alleen internet voor een tientje per maand neemt, kunnen ze de tent wel sluiten. Was mobiel internet tot nu toe iets ‘voor erbij’, straks wordt dat het hoofdbestanddeel van je telefoonrekening. KPN komt daarom volgende week met nieuwe tarieven en abonnementen.

De grote vraag is hoe KPN om zal gaan met het filteren of afknijpen van internetdiensten waar je nu nog niets extra’s voor hoeft te betalen. Mag je straks een maximaal aantal Twitter-berichten bekijken of versturen, of moet je bijbetalen als je langer dan een half uurtje per dag op je smartphone op Facebook wil inloggen? Gaat de provider het dataverkeer controleren om te kijken of je je wel aan de regels houdt? Dat zijn scenario’s waar voorvechters van netneutraliteit kippenvel van krijgen: internet hoort in hun ogen vrij te zijn, ook op een mobiele telefoon. Een datalimiet is begrijpelijk, maar filteren op inhoud is een brug te ver.

T-Mobile en Vodafone wachten graag even af hoe KPN – de mobiele marktleider in Nederland – op 10 mei door de zure appel heen bijt. Al zeggen de concurrerende netwerken dat bij hen het sms-gebruik nog niet daalt, de overgangsfase van spraak naar data ontkennen ze niet. Vodafone voorspelt bijvoorbeeld „abonnementen die optimaal aansluiten bij de veranderende behoeften en wensen van onze klanten”. Vrij vertaald: als Nederlanders zo graag always on willen zijn met hun Facebook-, Hyves- en Twitter-apps, dan moeten ze daarvoor betalen.

Marc Hijink

Meer grafieken en cijfers op nrc.nl/hebben