Aartsvijand geklopt, maar niet vernederd

Washington bracht de dood van Bin Laden gisteren zonder uitbundig triomfalisme.

Daarmee brak het met een lange traditie: de vernedering van aartsvijanden.

December 13, 2003, Adwar, Iraq: A bearded and disoriented Iraqi President Saddam Hussein was captured Saturday December 13, at 8:30 p.m. in a specially prepared "spider hole" in a house in Adwar, a town 10 miles from Tikrit, said Lt Col. Ricardo Sanchez, the top U.S. military commander in Iraq. The hole was six to eight feet deep, with enough space to lie down, camouflaged with bricks and dirt and supplied with an air vent to allow long periods inside. Hussein had been in hiding since the US troops entered Baghdad in April 2003.. Credit: Courtesy Military.com / Polaris
December 13, 2003, Adwar, Iraq: A bearded and disoriented Iraqi President Saddam Hussein was captured Saturday December 13, at 8:30 p.m. in a specially prepared "spider hole" in a house in Adwar, a town 10 miles from Tikrit, said Lt Col. Ricardo Sanchez, the top U.S. military commander in Iraq. The hole was six to eight feet deep, with enough space to lie down, camouflaged with bricks and dirt and supplied with an air vent to allow long periods inside. Hussein had been in hiding since the US troops entered Baghdad in April 2003.. Credit: Courtesy Military.com / Polaris Polaris

„Dames en heren, we hebben hem”, zei de hoogste Amerikaanse bestuurder in Irak, Paul Bremer, triomfantelijk nadat Saddam Hussein op 13 december 2003 was opgepakt. „De tiran is een gevangene.”

Het triomfalisme van Bremer staat in schril contrast met de ingetogen manier waarop de Amerikaanse autoriteiten de dood van Osama bin Laden gisteren bekend maakten. Geen ‘we got him’, geen vernederende foto’s, geen opgetogen persconferentie waar de president trots zijn laatste wapenfeit deelt met de natie.

Je zou het een breuk kunnen noemen met een lange traditie, van de scalpen van indianen tot het lijk van Ernesto Che Guevara dat werd getoond aan de internationale pers, nadat de linkse revolutionair met behulp van de Amerikaanse CIA was gevangengenomen door Boliviaanse soldaten. Of neem de spectaculaire arrestatie van Manuel Noriega, die na Amerikaanse invasie van Panama in 1989 naar de Vaticaanse ambassade was gevlucht. Omdat de Amerikanen de ambassade niet binnen mochten, plaatsten ze er grote luidsprekers voor, waaruit 24 uur per dag keiharde rockmuziek kwam. Na tien dagen Panama van Van Halen en I Fought The Law van The Clash gaf Noriega zich over. Hij werd voor het oog van de camera vastgebonden in een vliegtuigstoel en naar Miami gevlogen.

Ook Saddam Hussein bleef vernedering niet bespaard. Amerikaanse militairen vonden de voormalige Iraakse dictator bij een boerderij in de buurt van een van zijn vroegere paleizen, bij de stad Tikrit. Hij had zich verstopt in een gat in de grond, dat net groot genoeg was voor één persoon, en was gewapend met een pistool. In de buurt van de schuilplaats werden twee kalasjnikovs en een kist met 750.000 dollar gevonden. De Iraakse leider verzette zich niet bij zijn arrestatie.

Beelden die Paul Bremer tijdens zijn persconferentie in Bagdad liet zien, toonden een verslagen en verwilderde man met een lange zwartgrijze baard. Gedwee onderging Saddam Hussein een medisch onderzoek na zijn arrestatie. Hij werd voor het oog van de camera onderworpen aan een gebitsonderzoek en liet zijn haar op luizen controleren. Van zijn imago als strijdbaar leider was niets meer over.

Op de vertoning van de beelden was veel kritiek, en niet alleen uit de Arabische wereld. Volgens sommigen hadden de Verenigde Staten gefaald om Saddam te beschermen tegen publieke nieuwsgierigheid, een recht van krijgsgevangenen dat is vastgelegd in de Conventie van Genève. Een hoge geestelijke van het Vaticaan vond dat Saddam Hussein was „behandeld als een koe”. De Amerikaanse regering zei dat de beelden bedoeld waren om de Irakezen te laten zien dat ze niets meer te vrezen hadden van de voormalige despoot.