Wie sorteert straks ónze bloembollen?

Zeven jaar lang mochten Polen niet in hun buurland werken. Tot gisteren.

Vertrekken de Poolse aardbeiplukkers in Nederland nu massaal oostwaarts?

In het ‘Polenhotel’ van Wateringen, een woonkazerne voor arbeidsmigranten, gaat het over de paprika’s en de meisjes in het Westland, over Nederlandse belastingformulieren en over het menu van de dag (kipfilet, champignonsaus, aardappelen).

En het gaat over Duitsland.

„Op de Poolse tv hoorde ik dat je daar beter kunt verdienen dan in Nederland, wel tien euro per uur”, zegt Lukasz – stekeltjeshaar, flaporen. „Zou kunnen”, zegt Adam – stekeltjeshaar, getatoeëerde bovenarmen. „Maar je weet hoe het in Duitsland is: Arbeit, Arbeit, Arbeit.”

Zeven jaar mochten de Polen niet in hun buurland werken, maar sinds gisteren wel. En als de grootste arbeidsmarkt van Europa zich roert, moet dat gevolgen hebben. Niet alleen voor Polen, dat zich schrap zet voor een nieuwe leegloop van jeugd en talent, maar ook voor Nederland, waar de arbeidsmigrant niet meer uit de tuinbouw is weg te denken – maar straks misschien wel weg is. Wie plukt dan onze tomaten? Quo vadis, waar ga je heen, Lukasz? Of zeggen we juist: Duitsland bedankt! Want minder arbeidsmigranten – is dat niet het streven van de Nederlandse regering en gedoogpartner PVV?

Het kabinet voert in ieder geval een duidelijk ontmoedigingsbeleid. Het ziet liever de 400.000 autochtone werklozen de mouwen opstropen. Buitenlandse arbeiders zouden bovendien, door drankmisbruik, overlast en auto-ongelukken veroorzaken. En het zouden er te veel zijn: de 150.000 à 200.000 Polen in Nederland vormen de grootste migrantengroep uit Oost-Europa. ‘Tsunami aan Polen’ is inmiddels een gevleugeld begrip.

Maar is zo’n ongastvrije opstelling verstandig? Veel Nederlandse ondernemers zijn niet vergeten hoe Den Haag in 2004, na de uitbreiding van de EU, besloot om arbeidsmigranten uit die landen tijdelijk te weren (tot 2007). „De meest gemotiveerde Polen gingen toen naar landen waar de grenzen wel opengingen, zoals Engeland”, zegt Frank van Gool, directeur van het grootste in Oost-Europese arbeidskrachten gespecialiseerde uitzendbureau, OTTO. „Nederland heeft toen de boot gemist.”

Arbeidsmigratie, zegt Van Gool, is geen tsunami of liefdadigheid, maar economische noodzaak. En de landen die dat als eerste beseffen, zullen later het minst gebukt gaan onder de gevolgen van vergrijzing en arbeidstekorten, voorspelt de ondernemer. We moeten Duitsland dus niet bedanken, maar vrezen.

Gaan de 150.000 nu in Nederland werkzame Polen dan weg? Het is moeilijk te zeggen, maar niet moeilijk voorstelbaar. Toen Spanje en Ierland economisch onderuit gingen, werden die landen moeiteloos ingeruild voor graziger weiden, zoals Nederland en Scandinavië. Bovendien hebben Polen vaak heimwee naar familie en vaderland en dat maakt Duitsland erg aantrekkelijk: het ligt om de hoek.

Lukasz, vader van een zesjarig zoontje, werkt nog maar twee weken in het Westland. Vanuit zijn woonplaats, het Oost-Poolse Radom, is het zeven uur naar de Duitse grens en twaalf uur naar de Nederlandse. „Als blijkt dat ik in Duitsland net zoveel kan verdienen, ben ik weg”, zegt hij resoluut. Zoals veel Polen spreekt Lukasz een aardig mondje Duits. „Nederlands begin ik niet aan.”

De paprika-inpakker verwoordt daarmee precies de angst van Maarten Leseman, woordvoerder van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO). Hij zag het aantal Polen in zijn sector al gestaag teruglopen, doordat het met Polen zelf goed gaat: het land doorstond de bankencrisis zonder recessie, een bijzondere prestatie binnen de EU. Als Duitsland zich nu ook nog ontpopt als populaire bestemming „kan het heel moeilijk worden”, zegt Leseman.

Ook Van Gool vreest voor een migrantenexodus. „Niet meteen, maar binnen één of twee jaar zeker”, zegt hij. Temeer omdat niet alleen Duitsland nu de grenzen opengooit, maar ook Oostenrijk. „Dat zijn toch twee grote arbeidsmarkten erbij”, zegt Van Gool. Zijn bedrijf zendt ook Slowaken uit. En wat Duitsland is voor de Polen, is Oostenrijk voor de Slowaken. Een alternatief om de hoek.

Tegelijkertijd wordt het aantrekken van Roemenen en Bulgaren, die nog tewerkstellingsvergunningen nodig hebben, bemoeilijkt door de regering. Minister Kamp wil na 1 juli zelfs helemaal geen vergunningen meer afgeven, omdat hij vindt dat er naast Nederlandse werklozen nog genoeg Polen en Spanjaarden zijn die aardbeien kunnen plukken.

„Kamp leeft in een papieren werkelijkheid”, zegt Leseman. Plannen om met werklozen de oogst binnen te halen hebben nog nooit iets opgeleverd. Een meerderheid van de Tweede Kamer riep Kamp donderdag dan ook op om de telers ter wille te zijn, helemaal nu ze aan de vooravond van de oogst staan. Maar de minister weigert vooralsnog.

In het Polenhotel van Wateringen stapelen de peuken zich ondertussen snel op in de asbakken. „De verveling is het ergste”, zegt Adam. „Er is hier geen klap te beleven.” Hij wijst naar het industrieterrein waar hij en driehonderd andere Polen wonen in een omgebouwd bedrijfspand.

In de strijd om arbeidsmigranten is huisvesting de achilleshiel van Nederland, zegt Van Gool. Het is te weinig, te duur, te slecht. In het Polenhotel betaal je per persoon voor kost en inwoning 400 euro per maand, voor onaantrekkelijke kamers die vaak gedeeld moeten worden.

Van Gools uitzendbureau schat dat Polen in Nederland 2 à 3 euro per uur meer kunnen verdienen, omdat Duitsland geen minimumloon kent (het Nederlandse ligt rond 8,20 euro per uur). En ook secundaire arbeidsvoorwaarden zouden er minder gunstig zijn dan hier. Maar de kosten voor levensonderhoud zijn in Duitsland weer beduidend lager. Per saldo zijn de verschillen niet groot.

Stigmatisering van Polen zou dan het laatste zetje kunnen zijn om de biezen te pakken. De ergernis hierover is in ieder geval groot. Volgens dagblad Gazeta Wyborcza belooft het bezoek van premier Rutte aan Polen, op 17 mei, spannend te worden. Zijn Poolse ambtgenoot Donald Tusk zal hem „de rechten van de Polen in Nederland in herinnering brengen”, zo heeft de krant al vernomen.