Reacties uit de kunstwereld op het advies

Marianne Versteegh, Kunsten ’92:

„Het advies maakt in één klap zichtbaar wat de gevolgen van de bezuinigingen zullen zijn. Het is een ongelooflijke aanslag op de culturele sector. Wij maken ons zorgen om het grote banenverlies dat dreigt. De Raad voor Cultuur schat dat er zo’n 3.000 banen verdwijnen, maar wij vrezen dat het er tien keer zoveel zullen zijn, gezien het grote aantal parttime functies. Daarnaast is de positie van individuele kunstenaar in het geding. Bij de fondsen is straks nauwelijks meer geld voor hen.”

Joke Hubert, FNV Kiem:

„De Nederlandse cultuursector heeft nu het hoogste bezoekersaantal in Europa. Wat ik schrijnend vind is dat de Raad maatregelen voorstelt die als effect hebben dat er minder bezoekers zullen komen. Ik schrik ook erg van het werkgelegenheidsverlies. Ik nodig de staatssecretaris uit om met ons om tafel te gaan zitten om die enorme schade tegen te gaan. Verder vind ik het een gemiste kans dat de Raad van Cultuur niet heeft gekeken naar de raakvlakken van kunst en cultuur met andere beleidsterreinen, zoals economische zaken en onderwijs. Nu wordt kunst en cultuur weer veel te geïsoleerd beken, en ook alleen als een kostenpost gezien.”

Rob Voerman, beeldend kunstenaar:

„Het stuk van De Raad voor Cultuur doet recht aan de kwetsbare positie van de makers, in mijn geval de beeldend kunstenaars. Er is duidelijk zorgvuldig gekeken naar mogelijkheden om tenminste nog een deel van de succesvollere praktijken van professionele kunstenaars te kunnen laten overleven en de deur voor beginnende kunstenaars nog op een kier te houden. Het advies om de btw-verhoging ongedaan te maken, belastingvoorzieningen in stand te houden en deels behoud van de fondsen van het gefuseerde Mondriaanfonds is daarbij essentieel. Maar feit blijft dat een korting van 30 procent voor de sector Beeldende Kunst en Vormgeving onaanvaardbaar hoog is.”

Gitta Luiten, Mondriaan Stichting:

„Ik begrijp niet waarom de beeldende kunst de enige sector is waarop de Raad voor Cultuur 30 procent wil bezuinigen. Dat wordt in het advies en ook in de bijbehorende sectoranalyses niet onderbouwd. Een ander probleem vind ik dat de Raad voor Cultuur weinig aandacht heeft voor het effect van de bezuinigingen de fondsen. Een heleboel instellingen worden uit de basisinfrastructuur overgeheveld naar de fondsen, maar wij krijgen er geen extra budget bij om dat op te vangen. Sterker, bij het nieuwe Mondriaan Fonds is straks 10 miljoen euro minder te verdelen. En we krijgen er ook nog eens allerlei nieuwe taken bij.”

George Lawson, Fonds Podiumkunsten:

„Ik heb grote vraagtekens bij de verdeling van de subsidiekorting. Gezelschappen die subsidie ontvangen van het Fonds Podiumkunsten worden twee keer zo zwaar getroffen als de gezelschappen in de basisinfrastructuur. De keuze om acht stadsgezelschappen te handhaven is opmerkelijk. De Raad had hier scherper moeten kiezen.”

Henk Scholten, Theater Instituut Nederland:

„Ik ben opgelucht dat de theatersector niet het zwaarst wordt getroffen. In plaats van een gevreesde bezuiniging van 40 procent is het tussen de 25 en 30 procent. Er is goed gekeken per discipline en er worden duidelijke keuzes gemaakt, dat is te prijzen. Raar is dat Toneelgroep Amsterdam of het Nationale Toneel niet zijn opgenomen in het internationale deel van de basisinfrastructuur. Waarom wel vier orkesten en geen toneelgezelschap?”

Siebe Weide, Nederlandse Museumvereniging:

„Ik ben geschokt door het voorstel om 26 procent te bezuinigen op de musea. In het regeerakkoord staat: we ontzien erfgoed. De Raad van Cultuur wil nu toch op musea bezuinigen – zonder motivering. Met name op presentatie wordt aanzienlijk gekort en tegelijk moeten musea meer publiek bereiken. Dat begrijp ik niet.”

Guus Mostart, Reisopera:

„Ik wil graag bezuinigen, maar dit is het afserveren van opera in de regio. Als we elke periode opnieuw subsidie moeten aanvragen, missen we de financiële zekerheid die nodig is voor artistiek interessante producties. Het Rijk moet opera in heel Nederland steunen, niet alleen in Amsterdam.”

Doreen Boonekamp, Nederlands Fonds voor de Film:

„Het voorstel om het budget van ons fonds te verlagen van 35 tot 26,9 miljoen euro is tamelijk desastreus. In de speelfilmsector is het publiek bereik en cultureel ondernemerschap juist enorm hoog, zo’n 70 procent van het budget betreft eigen inkomsten. Dit voorstel komt neer op halvering van het budget voor speelfilms, terwijl we zonder belastingprikkel al achteraan liepen in Europa.”

Ole Bouman, Nederland Architectuurinstituut:

„Of de rekensom klopt niet, of er is niet naar de gevolgen van deze voorstellen gekeken. Moet het NAi een miljoen inleveren maar óók de biënnale erbij gaan doen? Dat is onmogelijk. De sectoren die het publieke belang vertegenwoordigen – defensie, de natuur, nu de cultuur – voelen nu de gevolgen van de schuldencrisis die geheel buiten hen om door de banken is veroorzaakt. Ik lees hier ook niets over de internationale rol van de creatieve sector in het versterken van de positie van Nederland.”

Mardjan Seighali, Erfgoed Nederland:

„In het advies staat dat onze subsidie moet worden afgebouwd tot nul. Als dat doorgaat, betekent dat het einde van onze organisatie. We erkennen dat onze taken deels overlappen met die van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Stichting Internationale Culturele Activiteiten. Maar wij zijn de enige organisatie met een integrale visie op erfgoed. Wij hopen dat ons de kans wordt gegund om een verbindende rol te blijven spelen.”

Walter Groenen, stichting CJP:

„We zijn blij dat de Raad het belang van de Regeling Cultuurkaart voor cultuuronderwijs in Nederland erkent en onderstreept. Samen met de staatssecretaris onderzoeken we op dit moment hoe de Cultuurkaart in stand kan worden gehouden.”