Ja, ook ik vaar mee naar Gaza

De bewoners van Gaza hebben onze hulp nodig. Daarom ga ik aan boord van het konvooi Flotilla-2.

Want nietsdoen is voor mij geen optie.

Over een aantal weken vaar ik, samen met vijftienhonderd andere mensen, mee met Flotilla-2 naar Gaza. Een vloot van twaalf transport- en passagiersschepen, om de bevolking daar te voorzien van goederen als medicijnen, schoolboeken en voedsel.

Hoewel het Rode Kruis in een verklaring stelt dat er in Gaza geen sprake is van een humanitaire crisis (de supermarkten zijn tjokvol, dus er is voer voor iedereen), is tachtig procent van de 1,5 miljoen tellende bevolking nog steeds afhankelijk van voedselpakketten van de VN om te overleven. Bovendien ligt het werkeloosheidspercentage in Gaza op 45 procent: de bevolking kan simpelweg niet in het eigen levensonderhoud voorzien. Daarnaast is de infrastructuur een ramp, doordat Israël de doorvoer van cement en andere benodigdheden blokkeert. Noem het wat je wil, humanitaire crisis of niet, de bevolking van Gaza heeft hulp nodig.

In de Tweede Kamer is geopperd dat de vloot als provocatiemiddel bedoeld is, tegen Israël. Sterker nog, de opvarenden zouden volgens de PVV vrienden van Hamas zijn. Het kabinet oordeelt volgens het ‘if you’re not with us, you’re against us’-principe dat Flotilla-2 anti-Israël is en zoekt naarstig naar een manier om de vloot te verbieden. Dat de oplossing voor het Israël-Palestina-conflict allang niet meer gevonden kan worden door het kiezen van een kamp, wil er bij ons kabinet nog niet helemaal in.

Als prioriteit heeft Flotilla-2 het leveren van goederen en het vestigen van aandacht op de illegale blokkade door Israël. Dat dit vervolgens als provocatie gezien kan worden kan ik wel begrijpen. Er varen immers vijftienhonderd mensen uit verschillende landen, van Maleisië tot Nederland, richting Gaza, met goederen die normaal gesproken niet zomaar het gebied in komen. Israël verliest daarmee haar controle op Gaza en dat is eng.

Dat zij dat als een provocatie zien is echter niet ons probleem. Het is een aangekondigde humanitaire en geweldloze actie in een poging een bijdrage te leveren aan de mensenrechten van Gazanen. Wie daar tegen demonstreert, provoceert zelf.

Israël ziet zich gesterkt door de internationale gemeenschap die de blokkade goedkeurt. Minister Rosenthal baseert zich bij het goedkeuren van de blokkade onder andere op het oorlogsrecht, waardoor hij de Vierde Conventie van Genève automatisch aan zijn laars lapt. Israël en Hamas zijn in oorlog. Dat 1,5 miljoen Gazanen collectief gestraft worden omdat ze in een situatie zitten waar ze nooit om hebben gevraagd, tja, dat is collateral damage. Het is immers oorlog.

Nietsdoen is voor mij geen optie. Zoals Stéphane Hessel in zijn inspirerend manifest Indignez-vous! schrijft: „De ergste houding is onverschilligheid, zeggen dat je niets kunt doen.” Palestijnse jongeren spraken zich onlangs in een manifest expliciet uit tegen iedere vorm van onderdrukking en tegen de tot standhouding van de blokkade. Ze schrijven: „Fuck Hamas. Fuck Israël. Fuck Fatah. Fuck UN. Fuck UNWRA. Fuck USA! We, the youth in Gaza are so fed up with Israël, Hamas, the occupation, the violation of human rights and the indifference of the international community.” Net als Hessel roepen de jongeren de wereld op om niet onverschillig te zijn en de schending van mensenrechten niet te accepteren. En aan die oproep geef ik graag gehoor.

Ik ben niet anti-Israël. En nee, meneer De Roon van de PVV, ik heb geen banden met Hamas. De reden dat ik meevaar is simpel: Gaza heeft hulp nodig en ik kan die bieden. Ziende blind en horende doof door het leven gaan laat ik liever aan anderen over.

Hasna El Maroudi is redacteur van VARA-website Joop.nl