Is het wel Vlaams, dat zaadje?

Botanisch nationalisme? Het bestaat, in België.

De Nationale Plantentuin in Meise – eeuwenoud erfgoed – dreigt daardoor in een ruïne te veranderen.

Kan een Belgisch plantje zaden hebben die Vlaams zijn? Het is een serieuze kwestie in de politieke onderhandelingen over een andere inrichting van de Belgische staat en een nieuwe regering. Al tien jaar geleden is beslist dat Vlaanderen het beheer krijgt over de Nationale Plantentuin van België, maar daarna konden Vlamingen en Walen het niet eens worden over de invloed die de Franstaligen zouden houden. De planten die er nu staan blijven Belgisch bezit en de nieuwe aanwinsten worden Vlaams. Maar van wie zijn de nakomelingen van de planten?

Door de eindeloze regeringsvorming wachten honderden topambtenaren op een benoeming of promotie, maar als je de Vlaamse minister-president Kris Peeters of zijn Waalse collega Rudy Demotte vraagt waar de politieke impasse tot een echt probleem leidt zeggen ze: in de Nationale Plantentuin. Die ligt net buiten Brussel, in de Vlaamse gemeente Meise. In de plafonds van het herbarium en de bibliotheek, met 200.000 werken, zitten gaten. Zes van de acht liften werken niet meer goed, in de kelder – met collecties uit Afrika en Latijns-Amerika – staat vaak water, bij de ingang beschermt een stellage bezoekers tegen vallend beton, bij de kassen zijn er steeds minder verwarmingsinstallaties die het doen. Er zijn al twee kassen ingestort en afgebroken.

Sinds 2001 investeert de federale Regie der Gebouwen, die valt onder het ministerie van Financiën, nauwelijks nog in de Plantentuin – die zou toch Vlaams worden. Maar de Vlaamse regering kan de tuin niet laten opknappen, omdat die officieel nog van de federale overheid is. „Het is kafkaësk”, zegt directeur Jan Rammeloo. Hij laat deze zomer studenten de kassen opknappen die er het ergst aan toe zijn. En hoe vervallen zijn instituut ook is, hij is trots: „In het onderzoek gaan we erop vooruit. Tot vijftien jaar geleden hadden we zo’n 2,5 miljoen specimen (geconserveerde onderdelen van planten, red.). Daarna hebben we er nog een miljoen bij verzameld.”

Hij vertelt over koning Willem I die besliste dat het centrum van de botanica van de Nederlanden in Brussel kwam en over Hollandse militairen die zich in 1830, na de afscheiding van België, verschansten in de kassen waardoor er veel kapot ging. Een Hollandse wetenschapper had toen al een deel van de collectie op ezelskarren naar Leiden gebracht. De Plantentuin heeft nog een boom uit Zuid-Afrika die meekwam met een schip van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Koning Leopold II bracht plantensoorten uit Afrika (Congo) en Latijns-Amerika naar Brussel.

In 2000 werd het ministerie van Landbouw, waar de Plantentuin onder viel, geregionaliseerd. Vlaanderen zou de Plantentuin krijgen, in ruil voor extra geld voor het Franstalig onderwijs. De tuin moest wel Franstalige biologen in dienst houden en samenwerken met Wallonië. „Vanaf die tijd”, zegt Rammeloo, „waren er Franstaligen die er alles aan deden om spaken in wielen te steken. Ze wilden de extra centen voor het onderwijs graag hebben, maar ze wilden niet dat de Plantentuin in Vlaamse handen kwam.”

Er kwamen vragen van juristen over Belgische planten en Vlaamse zaden. „Ik heb voorgesteld dat we geld kregen voor een DNA-laboratorium”, zegt Rammeloo. „Ik zei: dan kunnen we met grote waarschijnlijkheid vaststellen of het stuifmeel komt van planten uit Brussel, Vlaanderen of Vlaamse gemeentes met speciale faciliteiten voor Franstaligen.” Er kwam geen laboratorium, maar wel een arbitragecommissie met buitenlandse deskundigen.

Is alles opgelost? Begin deze maand schreef de Waalse krant Le Soir dat „Vlaanderen er al tien jaar van droomt om de hand te leggen” op de Plantentuin, waarbij „Franstaligen beroofd worden van een belangrijk wetenschappelijk instrument”. Het gaat in de krant ook weer over nakomelingen van Belgische planten en een anonieme, Franstalige medewerker van de tuin zegt dat de overheid nog veel investeert, maar dat Rammeloo dat anders voorstelt „om de Plantentuin in de armen te drijven van Vlaanderen”. En de directeur zou vooral Nederlandstaligen in dienst nemen. Volgens de Waalse minister-president Demotte mag de tuin geen „domein voor Vlaamse onderzoekers” worden. Hij twijfelt eraan of de rechten van Franstalige medewerkers worden gerespecteerd. „Het is duidelijk dat dit de onderhandelingen niet gemakkelijker maakt.”

Jan Rammeloo, die zegt dat de krant hem niet om commentaar vroeg en dat het niet klopt wat er over hem is geschreven, belde over zulke publicaties al eens eerder met het kabinet van de Vlaamse minister-president Kris Peeters. „Daar zeggen ze: ‘Franstalige politici halen geen stemmen in Vlaanderen en Vlamingen aanpakken en op stang jagen valt goed in Franstalig België. Daar moet je mee leren leven.’”