Als je langer kijkt, is de maan eigenlijk best mooi

Frans van Deijl: Monday Monday. Meulenhoff, 128 blz. € 16,95 ***

Als de schrijversvakschool nog een voorbeeld nodig heeft van een puntgave novelle zou Monday Monday van HP/De Tijd-journalist Frans van Deijl een prima keuze zijn. Alles klopt aan dit verhaal: begin en einde komen mooi afgerond samen, het thema ‘maandag’ keert in verschillende betekenissen terug: in de beroemde hit van The Mamas and the Papas, waar de tienjarige hoofdpersoon van het verhaal eerst een hekel aan heeft.

Het staat ook voor de aanpassing aan het serieuze schoolbestaan, het begin van de werkweek en daarmee het eind van de onbezorgde kindertijd. En ten slotte is het de dag van de ‘maan’, die staat voor de dood, waar onze jonge held zich mee leert verzoenen: ‘Als je er langer naar kijkt, dan is de maan eigenlijk best mooi en word je warm vanbinnen’, zo wordt direct al aangekondigd.

Monday Monday is dus een klassiek coming of age-verhaal. De tienjarige Timon groeit tijdens de jaren zestig op in een rustig Nederlands provinciestadje. Het gezin is katholiek, maar de oudste kinderen beginnen zich al van de kerk af te keren. Voor de speelse en fantasievolle Timon biedt het geloof nog genoeg voedingsstof om weg te dromen in zijn eigen belevingswereld, net als de wondere wereld van kikkers in sloten dat doet, of de spannende en soms ook bedreigende verhalen die hij hoort over Vietnam en de Tweede Wereldoorlog. In de weilanden of op het voetbalpleintje stelt hij zich voor hoe het zou zijn om soldaat te zijn, of een beroemde keeper. Maar telkens is daar weer de echte wereld, die hem eraan herinnert dat hij te oud is geworden voor dit soort fantasieën. De maandag is onverbiddelijk.

Nu is Monday Monday niet een verhaal waarin de aanpassing aan de volwassen wereld als iets onvermijdelijks wordt gepresenteerd. Van Deijl eindigt zijn novelle juist met een scène waarin Timon ’s nachts op het dak van zijn huis zit en fantaseert over een leven op de maan. Verbeelding en werkelijkheid vinden hun evenwicht in plaats van dat de een het van de ander wint: ‘Bij mijn voeten in de dakgoot beweegt iets, maar als ik mijn ogen open en naar voren hel, kan ik niet ontdekken wat het is. Een muis, een vogel, of misschien zijn het oude droge blaadjes die in beweging komen door een pufje van de wind […] Morgen is het maandag, bedenk ik.’

In nauwgezette zinnen blijft Van Deijl zijn hoofdpersoon dicht op de huid, en hij weet zijn thema telkens in de details van zijn sfeervolle beschrijvingen terug te doen komen. Dat is knap gedaan, maar die beheerstheid zorgt er ook voor dat Monday Monday nergens de keurigheid van een schoolvoorbeeld ontstijgt.

Ewoud Kieft