Uren kan ik naar mijn mannetje kijken

Alleenstaande moeder Karin van Liemt haalde haar tweejarige adoptiekind uit Togo op. ‘Antwoorden komen pas als de tijd rijp is.’

Vrijdag 22 april 2011

Het is alsof ze de duivel in hun hart hebben. Ik schrik van deze uitspraak van de 76-jarige Solange. De kindjes in het katholieke weeshuis de Pouponnière waar mijn tweejarige adoptiezoontje Fabrice verblijft, krijgen een schone luier. Er heerst een oorverdovend kabaal. Mijn kleine mannetje lijkt het niet te storen. Ik verwonder me over zijn stevige persoonlijkheid. Maandag zag ik hem voor het eerst. Hij zat al zo lang in mijn hart en hij heeft het hier vanaf het allereerste moment gestolen. Het contact met hem verloopt relaxed en voelt al vertrouwd.

Volgens mijn reisgenote en dierbare vriendin Irene is Fabrice een mix van Denzel en Clooney. Dat spreek ik niet tegen. Als ik ’s ochtends aankom is het heerlijk om zijn stralende ogen te zien. We spelen samen, hij pakt me bij de hand en neemt me mee naar wat hij me wil laten zien.

Wat is hij ontroerend mooi.

Eind van de middag loop ik de poort uit. De taxichauffeur ligt wijdbeens op zijn rug op de motorkap te slapen. Communiceren is lastig. Dat is niet erg. Zo kan ik de indrukken van de dag aan me voorbij laten gaan. Voor het slapen gaan lees ik de enthousiaste reacties van het thuisfront op het eerste filmpje. Wat is die kleine man bij veel mensen welkom!

Zaterdag

Ik zit ’s ochtends vast in het verkeer. De straat is afgezet, omdat de president en zijn gevolg voorbij komen. Ik besluit met Fabrice een wandeling in de buurt te maken. Wat een avontuur. Hij is niet vaak buiten de veilige muren geweest. Hij klemt zich stevig aan me vast en kijkt gefascineerd naar de wereld om zich heen. Auto’s en scooters komen best dichtbij. En een kukelende haan is even schrikken. De afgelopen dagen babbelde hij er flink op los, in het Ewe weliswaar, maar nu is hij stil. De mensen op straat zijn vriendelijk. Op de terugweg loopt Fabrice stoer naast me. Zijn kleine handje in de mijne.

Begin van de middag ontmoeten Irene en ik een oude bekende, Pierre Segoh. In het Frans Cultureel Centrum is een expositie van zijn schilderijen, gemaakt in Marokko en Burkina Fasao. Pierre is heel bevlogen. Zo zet hij zich in voor de ontwikkeling van creatief talent van kinderen.

Nog even naar de Pouponnière om met Fabrice te spelen. Het is weekend en bij gebrek aan voldoende personeel gaan de kindjes eerder naar bed.

Zondag

Ik wil een aantal zaken afstemmen met Soeur Rita. Zij is een kleinere versie van Whoopi Goldberg in Sister Act met een aanstekelijke lach. En ze is de directrice van de Pouponnière. Vanochtend is ze nergens te bekennen. Het is absoluut nodig onze behoefte aan planning bij te stellen. Antwoorden komen pas als de tijd rijp is. Lees: één, hooguit twee dagen voordat er iets staat te gebeuren. Ik zal tot morgen moeten wachten.

In de schaduw maakt Fabrice met zijn nieuwe stiften zijn eerste tekening. En gaat daar helemaal in op. Ik kan zo uren naar hem kijken.

Voor het paasbuffet in het hotel hebben we de familie Kama uitgenodigd. Mevrouw Kama is de secretaresse van het adoptiecomité. De kinderen vermaken zich in een zwembad met bijna olympische afmetingen. Eind van de middag gaat Irene mee naar Fabrice. We zijn net op tijd voor het eet- en badritueel. Terwijl ik Fabrice badder, zingt Irene met zijn kleine broertjes en zusje Nederlandse liedjes. In de maneschijn, in de maneschijn. In de taxi terug filosoferen we over het wonder van de verbintenis met mijn kleine mannetje. Er komt maar één antwoord bij me op: Maktub. Het staat geschreven!

Maandag

Mijn lichaam begint last te krijgen van de hitte. Maar zodra ik Fabrice zie, is die malheur vergeten. Als ik bij onze nieuwe chauffeur Antoine in de auto stap, is de lucht gitzwart. Dat heb ik hier nog niet meegemaakt. Gaat het regenen? Volgens Antoine niet. Geheimzinnig zegt hij dat er in Afrika krachten zijn die de regen net zo makkelijk kunnen afbuigen als dit hun beter gezind is. Als ik even later met Fabrice aan tafel zit, barst er een bui los. Voor het slapen gaan, barst er nog iets anders los. De lievelingsverzorgster van Fabrice begint uitbundig te zingen en te dansen. Het is duidelijk dat het lied voor hem is. Tot grote hilariteit van de anderen. Fabrice kijkt er heel ondeugend bij. Jammer dat ik er niets van versta. En er is niemand die zich als vertaler opwerpt.

Morgen een belangrijke dag. Dan reizen we met Fabrice en Soeur Rita naar de Nederlandse ambassade in Accra. Dat is vier uur rijden. Fabrice heeft nog geen reisdocument en moet dat persoonlijk ophalen.

Dinsdag

Om half zeven staan we bij de grenspost van het Engelstalige Ghana met een stapel Franstalige adoptiepapieren. De douanier wil graag in het Engels bevestigd zien dat Fabrice mijn zoon is en vraagt naar zijn reisdocument. Even zakt de moed ons in de schoenen. We verzekeren de man dat wij een vertaling bij terugkomst zullen aanleveren. Wie dan leeft, dan zorgt. We mogen door. Onderweg passeren we diverse checkpoints. Dankzij de habijt van Soeur Rita mogen we overal door. Fabrice valt op mijn schoot in slaap. De tranen rollen over mijn gezicht. Een paar uur later, voor het loket van de consulaire afdeling – de ambassademedewerkster is even weg – voel ik opnieuw tranen opkomen. Alle papieren zijn ingeleverd en gelegaliseerd.

Er zijn nog wat aanvullende vragen, Fabrices lengte wordt opgemeten. En dan is het zo ver. Fabrice heeft een laissez-passer. Heerlijk! De laatste bureaucratische hobbel is genomen, na de vele die hieraan vooraf gingen. Ik was ze als weeën gaan zien. En weet nu dat je die inderdaad zo vergeten bent. Terug naar Lomé. Bij de grenspost in Ghana wordt het laissez-passer van Fabrice niet geaccepteerd. Internationale verdragen worden aangehaald, de vluchtelingenstatus wordt erbij gehaald. We staan al met één voet in Togo en zijn niet van plan om nog een keer terug te gaan. Maar de chef doorlaatpost blijft erbij dat Fabrice een visum voor Ghana nodig heeft. En dat kost natuurlijk geld. Het is al laat, Fabrice is moe, Soeur Rita is moe, er zit geen beweging in. We betalen.

Woensdag

In Togo wordt de onafhankelijkheid gevierd. De festiviteiten gaan aan ons voorbij. We komen bij van de enerverende dag van gisteren. ’s Middags vieren we in de Pouponnière dat Fabrice zijn laissez-passer heeft. Iedereen wil het zien. Fabrice is enorm geliefd. Hij heeft een flink aantal koosnamen. Iedereen is zich bewust van het naderende afscheid. En bij de gedachte dat hij hier erg gemist zal gaan worden, rollen de tranen over mijn wangen.

Donderdag

Op film interviewen we mensen die tot nu toe een belangrijke rol in het leven van Fabrice hebben gespeeld. Ik wil herinneringen meenemen voor Fabrice: een schelp uit de tuin die overal mee naar toe moet, het armbandje van Soeur Rita. Alleen de vertrouwde geur van zijn land moet hij hier achterlaten. Als ik met Fabrice terugkom van onze dagelijkse wandeling in de buurt spreekt zuster Albertine me aan. Ooit werd er een wasmachine afgeleverd afkomstig uit Nederland. Toen de gulle gevers een bedankbrief ontvingen, waren ze hoogst verbaasd. Ze wisten niet beter dan dat hun wasmachine naar Vietnam zou gaan. Nieuwsgierig geworden, bezochten zij een jaar later de Pouponnière. Sindsdien zijn zij het werk van de nonnen blijven steunen.

Mijn zoon wierp vanmiddag kushandjes naar het Mariabeeld in de tuin en voor het slapen gaan zingt hij mee: La joie, la joie, la joie est dans mon coeur. Mijn katholieke grootouders kunnen meer dan tevreden zijn.

Vrijdag 29 april

Ik ben nu bijna twee weken in Togo. Dit land heeft mij zo veel gegeven. Iedere dag zie ik weer iets anders in Fabrice. Ons leven samen speelt zich nu nog hier af. Over een paar dagen zal ik hem al af en toe mee kunnen nemen naar het hotel. Ik verlang er ook al naar om straks lekker thuis te zijn. Een ander leven, een nieuw avontuur.