Stop die luiheid voor de examens

In de weken voor examens doen de leerlingen niets meer. Waanzin, stelt Ton van Haperen.

Europa, Nederland, Utrecht, Leidsche Rijn, 17-04-2008 Drie meisjes, scholieren genieten van de lente zon liggend op kunstwerken van de Leidsche Rijn College, een openbare school voor gymnasium, atheneum, havo en de theoretische leerweg . Foto: Evelyne Jacq
Europa, Nederland, Utrecht, Leidsche Rijn, 17-04-2008 Drie meisjes, scholieren genieten van de lente zon liggend op kunstwerken van de Leidsche Rijn College, een openbare school voor gymnasium, atheneum, havo en de theoretische leerweg . Foto: Evelyne Jacq Evelyne Jacq

De middelbare scholen beginnen half mei met de centrale examens. Dat is een moment om te vrezen. Volgens het jaarverslag van de Inspectie van het Onderwijs scoren leerlingen steeds slechter op de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Uit onderzoek van de onderwijssocioloog Jaap Dronkers blijkt bovendien dat leerlingen, vooral op het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), de toetsen op school aanmerkelijk beter maken dan het centraal examen.

De werkelijkheid is nog erger. De cijfers van dat centraal examen geven een beperkt beeld. Ze zijn, na een eerste en een tweede correctie, aangepast en vastgesteld door het College voor examens. Met dank aan deze procedure krijgen leerlingen in mijn vak de laatste jaren een vol punt cadeau. Het werk zou te moeilijk zijn.

Deze achteruitgang van het nationale leerrendement speelt vooral op het vwo. Een van de gangbare verklaringen is dat het aantal vwo-leerlingen toeneemt, door een soepel aannamebeleid. Dat doet het gemiddelde niveau dalen en leraren zijn lager opgeleid dan hun voorgangers.

Is dat ook zo? Niet helemaal. In percentages van de totale leerlingenpopulatie is het aantal vwo-leerlingen in de bovenbouw constant – 17 procent in 2006, 18 procent in 2007, 18 procent in 2008 en 18 procent in 2009. Het klopt dat leerlingen die zijn voorgesorteerd voor het wetenschappelijk onderwijs, steeds vaker les krijgen van leraren die nog nooit een universiteit van binnen hebben gezien. Die tendens staat inderdaad voor kwaliteitsverlies, maar lijkt helaas onomkeerbaar.

De gangbare verklaringen helpen de leerlingen niet. Kijk daarom liever binnen de schoolmuren. Hoe werkt de examenvoorbereiding? Je zou denken: het is erop of eronder. Doodsbange leerlingen studeren keihard.

Het tegenovergestelde is het geval. Het aantal lessen neemt af. Het aantal tussenuren neemt toe. Van een gerichte examentraining is zelden sprake. Verveling heerst. De hoofdschuldige van deze terugval in leerintensiteit is de rationalisering van de onderwijsorganisatie. Bureaucraten berekenen de werklast van leraren. Die smeren ze uit over een schooljaar.

Het jaar wordt verdeeld in vier kwarten. In de laatste van die vier periodes werkt de leraar met examenklassen van nature minder dan zijn collega’s zonder examenleerlingen. Per half mei stoppen de lessen. De leraar krijgt doorbetaald.

Voor de bureaucraat staat dat voor verspilling. De oplossing luidt: minimaliseer het aantal lesuren van de examenklassen in de laatste periode en maximaliseer ze in de drie daaraan voorafgaande kwarten. Het gevolg is dat het lescontact een maand voor het centraal examen inzakt als een plumpudding. Dit bederft de werksfeer. Leerlingen krijgen tussenuren. Ze zien hun vrije tijd toenemen. Ze denken: wat maakt het ook uit. Het karwei zit erop. De zon schijnt. We gaan iets leuks doen.

Leraren doen graag mee aan deze energiedip. Zij hebben immers de drie voorafgaande periodes boven hun macht gewerkt. Het gevolg is dat een wind van lamlendigheid aanzwelt. Deze blaast de laatste restjes motivatie uit de klaslokalen. Daarna volgt de meivakantie. Dan hangen de leerlingen nog een weekje rond. Op 16 mei beginnen ze in de spaarstand aan de belangrijkste examenronde uit hun schoolcarrière, met het vak Nederlands.

Het is niet anders. Scholen organiseren de door de inspectie geconstateerde terugval zelf. Ze vinden het onrechtvaardig dat de leraar met examenklassen eerder met vakantie mag dan zijn collega’s. Daarom voeren ze de druk in de eerste drie kwartalen op, met de inzakkende plumpudding als gevolg. Een rechtvaardige arbeidsverdeling gaat boven het resultaat van leerlingen. Met deze organisatieprioriteit schuiven scholen de verantwoordelijkheid voor examensucces eenzijdig af op leerlingen.

De ouder die dit herkent, neemt zijn verantwoordelijkheid. Hij schrijft zijn kind in voor peperdure trainingen, verzorgd door universiteiten. Het vertrouwen daarin is misplaatst. Het zijn overwegend studenten die deze sessies leiden. Zij kennen de moeilijke zaken van het schoolvak niet. De adders blijven verscholen onder het examengras. Op het moment suprême slaan ze giftig toe.

Vertel daarom geen ingewikkelde verhalen over ongrijpbare oorzaken van de daling van het leerrendement. Laat de leraar zijn leerlingen dag in, dag uit opjagen en drillen, totdat het centraal examen begint. Gun hem daarna zijn vrijheid. Dan kan dat sombere inspectierapport zo de prullenbak in.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.

    • Ton van Haperen