Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Sputtermuziek in het museum

Hear it! Gezien: 28/4 Stedelijk Museum, Amsterdam. ****

„Geluid is nog erger dan gas, want dat kun je tenminste nog in een fles bewaren.” Zo verklaarde kunstenaar/wetenschapper Harold Schellinx gisteren waarom het in musea vaak zo stil is. Geluid en muziek lenen zich door hun voorbijgaande karakter slecht voor museale conservatie.

Toch voelen ze zich thuis in het museum, zo werd voortreffelijk bewezen tijdens de eenmalige avond Hear it!. Met muzikale optredens, performances en geluidsinstallaties werd het Stedelijk even aangenaam rumoerig.

Sopraan Claron McFadden lokte als ‘sirene’ het publiek naar optredens. Ronddwalend kon je zomaar een gregoriaans zangkoor passeren, je opsluiten in een ondoorzichtige tent van waarachter mysterieus elektrisch geratel klonk, of verzeild raken in de diepe, fysieke drones van C.M. von Hauswolff.

Uit de eigen collectie van het Stedelijk kwam onder meer Prototype Ideofoon (1971) van Dick Raaijmakers, een speaker waarvoor een metalen plaatje hangt dat kleppert en tingelt.

Een verre verwante was het nieuwe Paper Orchestra van de Fransman Pierre Bastien, met ventilatortjes die papier aanblazen voor getrommel en orgelachtige mineurakkoorden.

De opvallendste performance kwam van Paul Panhuysen (77). Voorovergebogen sjokte hij heen en weer langs meterslange snaren, waaraan hij trekkend een geluid als van stroeve schuurdeuren ontlokte, terwijl een mechanisch verfblikkenorkest hem begeleidde.

Het experimentele elektronicaduo Alog maakte gebruik van een nieuwe uitvinding: de ‘Ligetizer’, zes metronomen in een kastje. Een verwijzing naar Poème symphonique (1962) voor honderd metronomen van componist György Ligeti. Het instrument zorgde hier voor ritmische coördinatie in fragiel gesis, gezwiep en gesputter.