Democratieën hebben baat bij een Koninklijk Huis

Britten hebben zich verzameld rond Buckingham Palace. Foto Reuters / Dylan Martinez

Theoretisch is een koning of koningin een smet op het blazoen van een democratie. Maar als we het hebben over de invloed van ongekozen individuen, dan zijn bankiers en mediatycoons als Rupert Murdoch een veel grotere bedreiging voor de volkssoevereiniteit.

Dat betoogt Timothy Garton Ash, politiek commentator van The Guardian - een Britse krant met normaliter een uitgesproken voorkeur voor een republiek. Maar vandaag, met het huwelijk tussen prins William en Kate Middleton, roemt hij de praktische uitwerking van het koningshuis.

Koester de poëzie
Al meer dan duizend jaar, met slechts één revolutionaire onderbreking, kent Groot-Brittannië koningen en koninginnen aan het hoofd van de staat. “Zij zijn het materiaal van de poëzie”, aldus Ash. “Stel je voor dat het werk van Shakespeare gezuiverd zou worden van alle verwijzingen naar het koningschap? Voordat je duizend jaar poëzie afschrijft, moet je heel zeker weten dat je beter af bent met proza.”

Het huwelijk dat vandaag gesloten wordt, toont volgens Ash de ‘soft power’, de zachte kracht, van de constitutionele monarchie. Een kracht die geen inbreuk maakt op de vrije samenleving, zoals republikeinen beweren, maar de Britse eenheid juist aantrekkelijk maakt. Niet alleen joelt het volk in koor, ook de wereld vergaapt zich aan de manier waarop Groot-Brittannië de bloemetjes buiten zet. “Ik denk niet dat er ook maar iemand overweegt de wisseling van de wacht bij Schloss Bellevue te zien of moeite doet om een glimp op te vangen van president en Frau Wulff en de kleine Wulffjes.” Duitsland exporteert Mercedessen, BMW’s en werktuigmachines, geeft Ash als voorbeeld. “In plaats daarvan heeft Groot-Brittannië de koningin, William en Kate.”

Personificatie van eenheid
Juist omdat vorsten niet met hun ellebogen aan de macht zijn gekomen, kunnen ze zich boven het politieke strijdgewoel plaatsen. Ash wijst op het verscheurde België. “Eigenlijk is koning Albert II nog de enig overgebleven Belg.” En in Spanje, zo memoreert de commentator, heeft koning Juan Carlos een beslissende rol gespeeld in het verijdelen van een staatsgreep op de nog jonge democratie. Democratieën waarin de politiek op het scherpst van de snede beoefend wordt, hebben zogezegd baat bij een ongekozen staatshoofd die als “personificatie van nationale eenheid” schittert.

Republikeinen die hameren op het ondemocratische karakter van constitutionele monarchieën zouden volgens Ash hun pijlen beter kunnen richten op machtige, ongekozen bankiers en mediamagnaten als Rupert Murdoch. Of het Hogerhuis, de uitverkorenen die besluiten van het parlement tegen kunnen houden en hun zetel erven of door de Kroon toegewezen krijgen. “Onze koningin heeft weliswaar politieke invloed”, besluit Ash. “Maar het is niet bewezen dat die invloed een schadelijker uitwerking heeft dan die van presidenten in andere landen.”