Klonen op kostschool in voorbije sciencefiction

In this film publicity image released by Fox Searchlight, Carey Mulligan, left, and Keira Knightley are shown in a scene from "Never let Me Go." (AP Photo/Fox Searchlight, Alex Bailey)
In this film publicity image released by Fox Searchlight, Carey Mulligan, left, and Keira Knightley are shown in a scene from "Never let Me Go." (AP Photo/Fox Searchlight, Alex Bailey)

Never Let Me Go

Regie: Mark Romanek. Met: Carey Mulligan, Andrew Garfield, Keira Knightley. In: 20 bioscopen***.

Veel blijft vaag en onbestemd in Never Let Me Go. Dat is zo in de roman van Kazuo Ishiguro (2005) en de filmversie is zo dicht mogelijk bij de sfeer en de strekking van het boek gebleven. De kijker deelt lang in de onzekerheid en onwetendheid van de personages. Daar is niets op tegen, maar in de filmversie schemert ook tussen de kieren en gaten te weinig door.

Drie vrienden groeien samen op in een Britse setting bij uitstek: de kostschool. Verteller Kathy (Carey Mulligan), haar vriendin Ruth (Keira Knightley) en vriend Tommy (Andrew Garfield). Gaandeweg ontdekken ze dat ze klonen zijn. Ze zijn voorbestemd om hun vitale organen af te staan als ze zijn volgroeid en zo ‘te voltooien’ – in kil medisch jargon. Maar in hoeverre zijn ze toch menselijk? Bestaat er een mogelijkheid om aan dit lot te ontsnappen?

Never Let Me Go is sciencefiction, die zich niet in de toekomst afspeelt, maar in een alternatieve versie van het nabije verleden. Dat maakt de film ongewoon alledaags voor het genre. Wanhopig en tegen beter weten in speurt het drietal naar hun oorsprong, naar de ‘originelen’, naar wie ze zijn gemodelleerd.

De Britse obsessie met de klassenmaatschappij zien we ook hier terug: Kathy, Ruth en Tommy zijn gemodelleerd naar de onderklasse (alcoholisten, prostituees). Dat is tenminste een van de vele geruchten die rondgaan, niets is zeker in hun wereld. Zelf vormen ze ook weer een onderklasse, die een schaduwbestaan leidt in deze versie van Engeland. De meeste echte mensen doen hun best om het bestaan van de klonen te negeren.

De film had beter kunnen beginnen met de driehoeksverhouding die het hart van de film vormt, voordat de flashback naar de kostschool begint. Het personage Kathy is te bleek om de film te dragen, het kostschoolleven te generiek afgeschilderd. Echt unheimisch wil Never Let Me Go maar niet worden.

Maar in de tweede helft gebeurt er iets met de film: als de driehoeksverhouding op scherp komt te staan en de aangekondigde dood snel naderbij komt. Dan wijkt de vlakke toon voor een, nog altijd ingehouden, bespiegeling over grote zaken als liefde, kunst en zelfs het bestaan van de ziel. Jammer dat de strekking van de film aan het einde nog even moet worden uitgelegd: dat het lot van deze klonen heus niet zo anders is dan dat van alle andere mensen. Never Let Me Go sterft in behoedzaamheid.

Peter de Bruijn