Zeeuwse macht in het Torentje van de premier

Mag Mark Rutte in zijn jacht op senaatssteun een Zeeuws Statenlid op zijn werkkamer ontvangen? De oppositie noemde het gisteren „buitengewoon ernstig”.

Premier Mark Rutte had zelden een debat gehad waarin hij en de oppositie het zo oneens waren. Rutte vond het geen enkel probleem dat hij op het Torentje met het Zeeuwse Statenlid Johan Robesin had gesproken, in het bijzijn van PVV-leider Geert Wilders. Oppositieleider Job Cohen (PvdA) vond het juist een groot probleem. Rutte had hiermee zelfs het ambt van de minister-president geschaad.

Was het gewoon een gesprek met een zwevende kiezer, of was er met een dubieuze deal geprobeerd een cruciale stem voor de Eerste Kamer te ronselen? En is het Torentje gewoon de werkplek van de premier of het ultieme achterkamertje van Den Haag? Dat waren de vragen die gisteren centraal stond in een spoeddebat over de ‘zaak-Robesin’. Eensluidende antwoorden kwamen er niet.

De Provinciale Statenleden kiezen op 23 mei de Eerste Kamer. Voor coalitie en oppositie telt elke stem. Normaal gesproken zou Statenlid Johan Robesin, lid van de Partij voor Zeeland, op de Onafhankelijke Statenfractie (OSF) stemmen. Daar is zijn partij bij aangesloten. Maar hij begon te twijfelen nadat de OSF een deal sloot met 50Plus, de partij van Jan Nagel. Robesin vertelde Wilders dat hij overwoog PVV te stemmen. Wilders zorgde ervoor dat ze samen op het Torentje werden ontvangen. Eén van de gespreksonderwerpen: de ontpoldering van de Hedwigepolder. Het kabinet wil dat plan van tafel halen. Maar dat kan alleen als alternatieven voldoen aan afspraken met België. Ontpoldering ligt veel Zeeuwen, en zeker Johan Robesin, zwaar op de maag.

Na het gesprek bij Rutte zei hij het Zeeuwse Statenlid definitief op een coalitiepartij te stemmen. 50Plus en de OSF lopen daardoor een zetel mis. Wie die zetel krijgt, is onduidelijk.

Een „buitengewoon ernstige zaak”, noemde Cohen het Torentjesoverleg. Gisteren zei hij dat je als dienaar van de kroon zo’n gesprek niet dient te voeren. „Ik ken daarvan geen precedent.” Als Robesin al overgehaald moest worden om op een coalitiepartij te stemmen, dan had VVD-fractievoorzitter Stef Blok dat moeten doen. Rutte is immers premier van alle Nederlanders. Cohen: „Dit kabinet wordt bij elkaar gehouden met een houtje-touwtjeconstructie van de PVV, de SGP en nu dus blijkbaar ook de Partij voor Zeeland.”

Andere oppositiepartijen kozen vergelijkbare woorden. Alexander Pechtold (D66) en Jolande Sap (GroenLinks) probeerden vooral Wilders weg te zetten als politicus die volop meedoet aan de ‘achterkamertjespolitiek’. Zij wilden van hem weten wat er besproken was. Daar hadden ze niks mee te maken, zei Wilders. „Wij als volksvertegenwoordigers, en de heer Rutte als VVD-leider, mogen praten met wie wij willen, over wat wij willen en waar wij willen. Als u dat niet goed vindt, zijn we op de goede weg.” Hij voegde eraan toe dat alles geoorloofd is om ‘links’ buiten de macht te houden.

Rutte en Wilders wilden alleen over het gesprek kwijt dat dat Robesin geen enkele toezegging is gedaan, over welk onderwerp dan ook. Maar met name Job Cohen bleef ontevreden. „Dat betekent echter ook dat de schijn van een deal, de schijn van het kopen van stemmen, rond het Torentje zal blijven hangen.” Rutte daagde hem nog bijna uit dan maar een motie van wantrouwen in te dienen. Dat deed Cohen niet, omdat hij de premier uiteindelijk toch wel „op zijn blauwe ogen” geloofde.