Wie bang is voor straling, wordt ziek van angst

‘Tsjernobyl’ heeft nauwelijks tot extra gevallen van leukemie of andere tumoren geleid. En toch gebruikten media de ramp uit 1986 om de ernst van de reactorproblemen in Japan te benadrukken. De angst die dat genereerde is misschien wel schadelijker dan de straling zelf.

‘Tsjernobyl’ heeft nauwelijks tot extra gevallen van leukemie of andere tumoren geleid. En toch gebruikten media de ramp uit 1986 om de ernst van de reactorproblemen in Japan te benadrukken. De angst die dat genereerde is misschien wel schadelijker dan de straling zelf.

Dat betoogden radiotherapeut-oncoloog Lukas Stalpers en radiobioloog Klaas Franken gisteren in NRC Handelsblad. Ze geven toe dat medici en biologen het tot op het hoogste wetenschappelijke niveau oneens zijn over de effecten voor mens en milieu, maar tot nu toe zijn er volgens het duo geen cijfers die de griezelverhalen van de milieubeweging ondersteunen.

Psychologisch en economisch drama
Op 18 maart had fysicus en wetenschapsjournalist Arnout Jaspers een verhaal van gelijke strekking in De Volkskrant waarin hij de paniekzaaierij van collega’s veroordeelde. “Toen het algemene stralingsniveau in Tokio gedurende enige uren 20 tot 40 keer hoger was dan normaal leek dat zeer alarmerend. Waarom zegt geen journalist daar dan bij, dat in sommige bevolkte regio’s van Brazilië, China en India het natuurlijke stralingsniveau altijd twintig keer hoger is dan in Tokio?”

Tsjernobyl is vooral een psychologisch en economisch drama, stellen Stalpers en Franken. “Slechts enkele tientallen mensen verloren het leven tijdens of na het reddingswerk, maar vele tienduizenden mensen werden gemeden als melaatsen. Duizenden mensen raakten aan de drank. Honderden mensen pleegden zelfmoord. Wie wil trouwen en kinderen krijgen met iemand uit Tsjernobyl? In de media werd breed uitgemeten dat straling onvruchtbaarheid of mismaakte kinderen veroorzaakt. Welke werkgever wil iemand in dienst die heeft blootgestaan aan straling en daardoor vaker ziek is?”

Risicobeleving: invloed wetenschap beperkt
De stralingsdeskundigen menen dat met “verstandige voorlichting” de griezelverhalen te bestrijden zijn. De vraag is of dat alle kou uit de lucht haalt, want juist bij onzichtbare en onruikbare vijanden als straling - waar bovendien wetenschappelijke discussie over is - nemen burgers het zekere voor het onzekere.


Een studie van bureau Motivaction uit 2003 leerde dat het beleven van milieugerelateerde gezondheidsrisico’s samenhangt met maarliefst vijf factoren: de vrijwilligheid van blootstelling, beheersbaarheid van een milieuprobleem, vertrouwen in verantwoordelijke instanties, media-aandacht en openheid van verantwoordelijke instanties. Hierdoor loopt de risicobeleving niet synchroon met de wetenschappelijke inschatting van risico’s, zoals bovenstaande tabel uit de GGD-handreiking ‘Gezondheid en Milieu’ van 2004 laat zien. GSM-masten, hoogspanningslijnen en chloortransporten veroorzaken meer gevoelens van onveiligheid dan het roken van een sigaret of van vrijkomend radioactief radongas in een woning.

Kwaaltjes toeschrijven aan verdachte bron
Met alleen transparantie en realisme redt een overheidsvoorlichter het dus niet. Mensen baseren zich eerder op waarnemingen en gevoelens van ongerustheid dan dat ze zich actief laten informeren, schreef de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) al in 2001. Meer kennis over milieugerelateerde gezondheidsrisico’s draagt volgens de RVZ zodoende niet in gelijke mate bij aan een meer realistische risicobeleving.

Stralingsdeskundigen Stalpers en Franken hebben al overtuigend beschreven dat paniek zaaien geen onschuldige bezigheid is: rondom Tsjernobyl grepen mensen naar de fles en steeg het zelfmoordpercentage. De Gezondheidsraad maakte hier tien jaar geleden al een algemene opmerking over: wanneer het vermoeden van een gezondheidsrisico rijst, neigen burgers ernaar allerlei kwaaltjes toe te schrijven aan de verdachte bron. In dergelijke gevallen - vooral bij hoogspanningsleidingen en basisstations voor mobiele telefonie - zal de ongerustheid overgaan in stressgerelateerde gezondheidsklachten. Risicobeleving wordt dan een gezondheidseffect an sich, ook al gaat er van een bepaalde milieufactor geen direct gezondheidsrisico uit. Of zoals een oud gezegde luidt: ‘Een mens lijdt dikwijls ’t meest door ’t lijden dat hij vreest.’

Eerder in deze serie:
Japan slaat PR nucleaire industrie uit het lood
Pro-kernenergie activisten in het geweer tegen negatieve beeldvorming