Tocqueville en de tirannie van de meerderheid

Prise de la Bastille, laat 18e eeuw. De Franse revolutie in beeld.

Democratie associëren we met gelijkheid, rechtvaardigheid en vrijheid. Toch zijn deze laatste twee waarden, zo voorzag Alexis de Tocqueville al in 1835, niet beschermd in een samenleving waar de stem des volks in beleid stolt.

De la démocratie en Amérique, het beroemdste werk van de Franse filosoof en politicus, is volgens hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging “hét boek over de democratie”. Hij schrijft dat in het nawoord van de Nederlandse vertaling die 176 jaar na de oorspronkelijke publicatie deze maand is verschenen bij uitgeverij Lemniscaat. De politieke werkelijkheid van nu (waardendebat, populisme, controledrift) leert dat Tocqueville actueler dan ooit is. De komende weken staan er zelfs vier debatten over de favoriete filosoof van premier Rutte gepland.

Democratie moet ook tussen je oren zitten
Hoewel Tocqueville (1805 - 1859) democratisering als onvermijdelijk proces zag, steekt hij er allerminst de loftrompet over. Niet voor niets vatte publicist Ger Groot diens werk donderdag in NRC Handelsblad samen met de kop ‘Pas op voor de meerderheid‘. Tocqueville valt in zijn denken overigens niet ‘de democratie’ an sich aan, maar waarschuwt wel voor de verstikkende werking die de geïnstitutionaliseerde vox populi op het individu kan hebben. De tirannie van de meerderheid, aldus de democratische gezinde aristocraat.

Hij wil daar volgens Groot mee zeggen dat de aller-individueelste burger moet inzien dat het hem alleen maar goed kan gaan als de gemeenschap floreert. “Welbegrepen eigenbelang is daarbij het sleutelbegrip – en daarmee bedoelt Tocqueville het omgekeerde van kortzichtig egoïsme.” Met eens in de vier jaar stemmen voor je eigenbelang ben je er dus niet. Sterker, wie zich als burger na de verkiezingen afzijdig houdt van de samenleving, heeft slechts de kiem gelegd voor een bureaucratie die als onkruid ieders privédomein overwoekert.

Een democratisch, maar wel bevoogdend machtsapparaat
Tocqueville wil volgens Groot dus eigenlijk niets minder dan een levendige democratie. “Niet alleen een formele structuur, maar ook een gezindheid die tot in alle uithoeken van de samenleving doordringt.”

Daar schortte het aan in Frankrijk, leerde Tocqueville op rondreis in de Verenigde Staten. Hij bezocht de jonge federatie in 1831 en constateerde dat de democratie aldaar - anders dan thuis - tamelijk vreedzaam floreerde. “Vreemd is dat niet”, schrijft Groot, “want de Verenigde Staten waren als het ware van onderop ontstaan; een centralistisch bestel hadden ze nooit gekend. De samenleving zelf heeft haar vorm gekregen vanuit een piëtistische gewetensvolheid die bij de burger bijna vanzelf was uitgemond in politiek verantwoordelijkheidsgevoel.”

In Frankrijk was het Ancien Régime weggeblazen door een woeste burgerij; formeel kwam er na de Franse Revolutie misschien een democratie van ‘Liberté, Égalité, Fraternité’ voor in de plaats, maar informeel ontbrak het onder de daaropvolgende centralistische overheden aan een democratische cultuur: het snijvlak waarop Tocqueville studeerde en wat zijn werk zo doordesemt van paradoxen. In de trant: gelijkheid gaat ten koste van vrijheid en andersom evenzo. Het volgende citaat uit Tocquevilles Over de democratie in Amerika laat zien hoe hij de geneugten van het gekozen bestuur ombuigt in het meest negatieve scenario voor zijn kiezers.

“Boven deze geïndividualiseerde massa troont een bevoogdend machtsapparaat dat over het wel en wee waakt, dat alles voorziet en alles regelt, maar dat de mensen in een staat van onmondigheid houdt. Het garandeert de burgers een veilig en welverzorgd bestaan, maar staat er op zelf uit te maken wat goed is voor hen. Zo zullen de mensen steeds minder gebruik maken van hun eigen oordeelskracht; de individuele wilskracht zal zich op een steeds beperkter terrein laten terugdringen.”

De overheid zal de samenleving volgens Tocqueville in een net spannen van ingewikkelde, gedetailleerde en éénvormige verordeningen waardoor zelfs de meest originele en wilskrachtige geesten worden gelijkgeschakeld. “Men zal mensen tot niets dwingen, maar men zal zoveel belemmeringen aan de persoonlijke activiteiten opleggen, dat uiteindelijk elk initiatief uitdooft”, aldus de filosoof. Hij vreest een staat die weliswaar niet tiranniek optreedt, maar door zijn aard wel mensen monddood – of erger – willoos maakt. Een “kudde angstige en vlijtige schapen” die in de overheid niets anders ziet dan een zorgzame herder. Tocqueville beschouwt dit als een vorm van “gereglementeerde en gemoedelijke slavernij”, die tot stand komt in “de schaduw van de volkssoevereiniteit”.

Gezamenlijk de publieke zaak om zeep helpen
Ger Groot heeft in Mild Despotisme - Democratie en verzorgingsstaat door de ogen van Alexis de Tocqueville (Van Gennep, december 2010) een boek gevonden waarin Tocquevilles doemscenario aan de actualiteit getoetst wordt. De titel van dit boek verraadt dat auteur en bestuurskundige Albert Jan Kruiter de Franse filosoof gelijk geeft.

Als voorbeeld geeft Kruiter de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Om de stijgende kosten in de hand te houden, neemt de overheid namelijk steeds draconischer pogingen tot controle en beheersing. Groot: “Het ‘persoonsgebonden budget’ dat gelanceerd werd als panacee voor de problemen van de AWBZ, is daar volgens Kruiter het meest bizarre voorbeeld van. Desgewenst betaalt de staat grootouders om hun kleinkind mee uit wandelen te nemen (of andersom), maar daarbij behoudt hij zich wel het recht voor om uit oogpunt van fraudebestrijding na te gaan wanneer er precies waar gewandeld wordt, hoe lang, hoe vaak en misschien wel hoe snel.”

De burger haalt hier de overheid in huis alsof het de meteropnemer van de energiemaatschappij is. Met dien verschil dat de meteropnemer na tien minuten weg is en de overheid als een gulle oom moeilijk de deur gewezen kan worden. Niet verwonderlijk dat in zo’n situatie protest uitblijft, maar ondertussen is er – zoals Tocqueville zou zeggen – wel sprake van ontpolitisering van burgers. Massa’s individuen die democratisch besloten hebben het particuliere uit te besteden aan een machtig staatsapparaat: namelijk de zorg voor naasten. Kruiter onderscheidt in dit wurgspel “een geïndividualiseerde samenleving en een bureaucratische overheid die gezamenlijk de publieke zaak om zeep helpen”.

Lezingen en debatten rond Tocqueville: 28 en 29 april, Vrije Universiteit Brussel (met o.a. Dirk Verhofstadt en Naema Tahir), 11 mei, boekhandel Schreurs en De Groot in Amsterdam (met Frits Bolkestein en Andreas Kinneging), 16 mei, Universiteit Leiden (met Andreas Kinneging en Hans Achterhuis), 22 mei, Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden (met Albert Jan Kruiter en Herman Vuijsje). Op de websites van uitgeverij Van Gennep en uitgeverij Lemniscaat meer informatie over de vertaling van Tocquevilles werk en Kruiters boek waarin het denken van de filosoof op de moderne verzorgingsstaat betrokken wordt.

Eerder in deze serie:
Politiek, schaf commissies af en zet de burger aan het werk
Vijf tips om een dictatuur coupbestendig te maken
Geef communisme een tweede kans. Echt, nu zijn we er wel klaar voor
ElBaradei: herstel vertrouwen net zo belangrijk als afzetten Mubarak
Rumoerig op straat? Claim die revolutie dan snel op internet
Protesteren tegen het regime in Egypte? Noem jezelf ‘Khaled Said’
John Kerry: Mubaraks Egypte is nooit een natuurlijke bondgenoot geweest
Alles gaat dood of kapot. Zet u schrap voor de volgende revolutie
Vrijwel iedereen rekent zichzelf tot de middenklasse
In WikiLeaks-zaak moeten media niet redeneren als overheden
Ben Knapen ziet diplomaten graag als marktkooplui