Oppositie vindt uitleg Leers over Sahar onvoldoende

De oppositie neemt geen genoegen met de uitleg van minister van Immigratie en Asiel Leers over de aanpassing van het asielbeleid. De Kamer wilde van Leers opheldering over de reden waarom de 14-jarige scholiere Sahar in Nederland mocht blijven.

GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi vond het optreden van de minister in het debat naar aanleiding van de zaak-Sahar dusdanig onder de maat dat hij overweegt een motie van treurnis in te dienen.

Alle Kamerfracties prijsden het besluit van de minister om Sahar te laten blijven, maar de oppositiepartijen wilden weten of deze criteria ook gelden voor andere landen en voor bijvoorbeeld homoseksuele jongens. Leers maakte klip en klaar dat de regeling alleen geldt voor Afghaanse meisjes. Hiervan zijn er zo’n veertig tot honderd in Nederland, schat hij.

Volgens de bewindsman is de situatie in Afghanistan voor vrouwen ‘buitensporig’ en niet te vergelijken met anderen landen. ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind wees Leers op de positie die vrouwen hebben in Somalië. Leers had over dat land echter geen nieuwe informatie binnengekregen op basis waarvan hij de regels zou kunnen aanpasen, zoals hij wel had gekregen over Afghanistan. Voordewind merkte hierbij op dat Leers ook niet om nieuwe informatie over Somalië heeft gevraagd.

Dibi vindt dat Leers de ‘schijn van rechtsongelijkheid’ wekt en kondigde aan een ‘zware conclusie’ te zullen trekken. Hij is niet van plan het vertrouwen in de minister op te zeggen, maar wil wel een signaal afgeven. Mogelijk dient hij, als Leers hem in het vervolg van het debat niet weet te overtuigen, een motie van treurnis in. Onduidelijk is nog of de andere partijen GroenLinks hier in volgen.

Eerder deze maand zei Leers dat zij niet terughoeft naar Afghanistan omdat ze dermate verwesterd is dat terugkeer tot ‘onevenredige psychosociale druk’ zou leiden. Dit criterium gaat ook gelden voor alle andere Afghaanse meisjes in een vergelijkbare situatie.