Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Politiek

Beetje opbouwen, beetje vechten

De militairen hebben hun werk goed gedaan, er is alleen weinig vooruitgang geboekt.

Vandaag verschijnt een evaluatie van de missie door militair historicus Klep.

Dutch soldiers search a house in a village in Baluchi pass in Uruzgan province November 1, 2007. REUTERS/Goran Tomasevic (AFGHANISTAN)
Dutch soldiers search a house in a village in Baluchi pass in Uruzgan province November 1, 2007. REUTERS/Goran Tomasevic (AFGHANISTAN) REUTERS

„De politietrainingsmissie naar Kunduz heeft nauwelijks enig nut”, zegt militair historicus Christ Klep. „Het is veilig genoeg om erheen te gaan, zegt het kabinet, maar we sturen wel F-16’s mee. Impliciet zeg je daarmee dus dat het niet veilig is. Bovendien: in Kunduz gaan we wéér alles doen wat indruist tegen alle militaire principes: je blijft op één plek zitten, je bent totaal voorspelbaar, je neemt te weinig vuurkracht mee. ”

Vandaag verschijnt Kleps boek Uruzgan, Nederlandse militairen op missie, een evaluatie van 5 jaar aanwezigheid in Uruzgan. Kort samengevat: in Uruzgan is in die tijd enige oppervlakkige vooruitgang geboekt, maar niets wezenlijks veranderd.

Was Uruzgan al geen succes, betoogt Klep, Kunduz kan ook niks worden. „In Kunduz komt alles samen wat politiek wensdenken is. Politieke doelen koppelen aan militaire middelen is heel erg ingewikkeld, vooral bij langlopende missies. Dan moet de besluitvorming volslagen helder zijn.”

Na het échec van Srebrenica, toen Nederlandse militairen toekeken hoe 8.000 moslimmannen door de Serviërs werden weggevoerd en vermoord, zijn de procedures voor internationale missies aangescherpt. De regering moet het parlement vooraf over de voorwaarden van militaire missies informeren. En er werd een checklist voor doel en middelen opgesteld. Sindsdien, zegt Klep, voert het parlement bezwerende procedurele debatten, die nooit de kern raken, maar altijd over de randvoorwaarden gaan. In het geval van Kunduz bijvoorbeeld: of Afghaanse politieagenten nu zes of acht weken moeten worden opgeleid, voordat ze de orde gewapenderhand mogen handhaven.

„De oplossing wordt altijd gezocht in politiek-bestuurlijke maatregelen: meer greep, meer toetsing, meer overleg. Maar militaire missies zijn geen wetgevingsoverleg. Zo wordt het hybride. Zo ging het ook met Uruzgan: een beetje opbouw, een beetje genie, een beetje vechten, een beetje diplomaat spelen. Hou een militaire operatie zo zuiver mogelijk. Als je alles op één hoop gooit onder de 3D-aanpak (Defense, Development and Diplomacy), dan maak je elk van de pijlers zwakker.”

Maar wij zijn toch juist beroemd geworden door die 3D-benadering? Zelfs president Obama vond het mooi.

„De Dutch approach bestaat niet. Dat is allemaal beeldvorming. De Europese landen doen het allemaal zo ongeveer op dezelfde manier. Wel irriteren we andere landen door overal een moreel sausje over te gieten. Van Obama was dat pure diplomatie. Hij was net op zoek naar een andere benaderingswijze voor Afghanistan. Bij Bush was het een antiterreurmissie, een wraakoefening voor 9/11. Hij zocht iets dat beschaafder klonk. Hij heeft dit soort dingen ook over andere landen gezegd. Maar dat wij beter thee kunnen drinken met de Talibaan? De Nederlandse militairen zijn de eersten die daarom kunnen lachen.”

Hoe zit het met de hearts & minds die we moesten winnen?

„Met de hearts zit het wel goed: men is dankbaar voor wat wij daar hebben gedaan. Maar de Afghaan weet dat ISAF over 4 jaar weg is en dat de Talibaan nog 40 jaar blijft. De Talibaan gaat ondergronds, die is niet herkenbaar, dat is die mullah, die baas van het dorp, die drugs verhandelt.”

Toch komt u tot de conclusie dat de Nederlandse militairen het goed hebben gedaan in Uruzgan.

„Dat is ook zo, maar ze hadden veel te weinig middelen. De totale commitment van de NAVO was veel te klein. Kijk naar de Baluchivallei, waar het voortdurend onrustig was. Steeds weer werd die schoongeveegd, waarna hij weer volliep met opstandelingen, omdat we niet genoeg manschappen hadden om hem permanent bezet te houden.”

Heeft Uruzgan voor het leger de schande van Srebrenica weggewassen?

„Ik denk wel dat we het met de vervolgmissies militair gesproken goed hebben gedaan in Zuid-Irak en Uruzgan. Qua cultuur is ons leger wezenlijk veranderd. Onze piloten zijn net zo goed als de Amerikanen, dat is geen borstklopperij. We behoren tot de eredivisie. Dat maakt die bezuinigingen voor de militairen ook zo moeilijk verteerbaar. En het ergste wat ze nu kan overkomen is een tijdje geen serieuze missie, want dan zakken ze weer weg. Het Belgische leger is een groot gedeelte van zijn zelfvertrouwen kwijtgeraakt omdat het dit soort dingen niet meer kan. Uruzgan was onze eerste grote missie sinds de politionele acties in Indonesië. Een Nederlandse F-16-piloot weet nu uit eigen ervaring hoe je precisiewapens inzet. Je moet af en toe flink vechten om het apparaat levend te houden.”