Gebruik je verstand

Wat mag een nrc.next-redacteur wel of niet de wereld in twitteren?

Veel, zolang je je hersens gebruikt. Aldus de richtlijn die de hoofdredactie opstelde.

Twitter, Facebook en andere sociale media hebben veel ‘oude’ media voor nieuwe vragen gesteld. Daar kwam de adjunct-hoofdredacteur van The Washington Post, Raju Narisetti, alweer twee jaar geleden op een minder prettige manier achter. Hij had opiniërende tweets de wereld ingestuurd – nou ja, een wereld van zo’n negentig volgers – over de hervorming van de gezondheidszorg door president Obama. Kón dat wel, vroegen zijn chefs zich af.

De adjunct werd op appèl geroepen bij de hoofdredacteur. Vlak voor dat gesprek twitterde hij onvermoeibaar, en een beetje zielig, nog een plaagstootje naar zijn aangevers op de werkvloer: ‘Sommige chefs houden er een heel vreemde dubbele moraal op na als het gaat om het censureren van persoonlijke opinies’ (of woorden van gelijke strekking).

Hij moest zijn Twitter-account sluiten.

Sindsdien heeft The Post een gedragscode voor sociale media ingevoerd die geldt als strikt, zelfs in het wat betreft sociale omgangsvormen toch al behoorlijk gereguleerde Amerika. Redacteuren van de krant moeten zich „onthouden van elke uiting die zou kunnen worden gezien als een teken van politieke, raciale, seksuele of religieuze voorkeur die zou kunnen worden gebruikt om de reputatie van de krant te schaden”. Dat geldt ook bij de keus welke personen en organisaties je volgt of bevriendt.

Ook NRC Handelsblad en nrc.next hebben sinds kort een richtlijn voor het gebruik van sociale media als Twitter en Facebook. Geen keiharde code, maar een globale richtlijn, die redacteuren vooral oproept hun verstand te gebruiken en de krant of zichzelf niet in opspraak te brengen.

Die richtlijn is grofweg samen te vatten als: gebruik je gezonde verstand en breng jezelf en de krant niet in opspraak. Uiteraard is ook het onthullen van interne bedrijfsinformatie uit den boze, net als het uit de school klappen over operationele informatie van de redactie: wie gaat wanneer wie interviewen, et cetera.

Zo’n aanmaning tot behoedzaamheid is een mooie tussenweg tussen anarchie en totale controle. Sociale media zijn laagdrempelig en voor je het weet schiet je eens lekker uit de heup, of uit de bocht. Aan de andere kant, redacteuren nemen ook deel aan het publieke debat en als ze daar iets zinnigs te melden hebben, waarom niet?

De code van The Washington Post is volgens critici ervan zo streng, dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar komt. Kennelijk geldt het Eerste Amendement op de Grondwet (dat de vrijheid van meningsuiting vastlegt) voor alle Amerikanen, behalve voor redacteuren van The Washington Post, merkte een (anonieme) journalist op de site van de krant op.

Een andere journalist stelde voor dat, als de krant zo hecht aan opinieloze redacteuren, hun namen maar moeten worden verwijderd bij de artikelen – dan neemt de hoofdredactie daar maar alle verantwoordelijkheid voor en kunnen redacteuren gewoon onder hun eigen naam vrolijk verder twitteren en Facebooken.

Andere Amerikaanse media zijn soepeler, maar ook waakzaam – en met goede reden. Bill Keller, hoofdredacteur van The New York Times, zag tot zijn ergernis details van een interne bijeenkomst over de toekomst van de website eens binnen luttele uren op Twitter staan, los van elkaar geplaatst door twee deelnemers aan die vergadering.

Keller twittert zelf trouwens ook – en werd eens gebombardeerd met vragen van collega’s toen zijn slapeloze vrouw middenin de nacht, op zijn account, had getweet: „Slapeloos. Nog iemand anders wakker?” Hij kon er nog om lachen – het huwelijk hield stand.

Nu verschilt de Nederlandse situatie nog van de Amerikaanse. Sinds de heftige politieke polarisatie tussen Republikeinen en Democraten heerst daar bij veel kranten een ware fobie voor het imago van ‘partijdigheid’ en een obsessie met evenwichtigheid. Dat leidt er soms toe dat er – letterlijk – in een artikel evenveel centimeters kopij aan de Republikeinen moet worden gewijd als aan de Democraten (of omgekeerd), al is er over een van beide partijen op dat moment veel minder te melden.

Ook de sociale mores zijn in Amerika anders, en vaak beladen met de dreiging van juridische stappen en schadeclaims. Tegen die achtergrond is het maar goed dat kranten hier niet zó ver gaan.

Zorgen om onbezonnen of schadelijk gebruik van sociale media zijn begrijpelijk, en het is niet meer dan terecht dat de krant daarop wijst . Niemand zit te wachten op een redacteur van NRC Handelsblad of nrc.next die op Twitter begint te razen en tieren. Braaf dr. Jekyll zijn op de werkvloer en dan thuis achter je laptop Mr. Hyde loslaten, het is geen goed idee. Zoiets kan een krant – en dr. Jekyll – schade berokkenen.

Maar mensen zijn geen robots die geprogrammeerd moeten worden om zich volmaakt neutraal te gedragen en elke persoonlijkheid in te leveren bij de voordeur – zeker niet bij een liberale krant die zich juist (tot in het redactiestatuut) laat voorstaan op de individuele verantwoordelijkheid van redacteuren.

Gebruik je verstand – daar gaat het om.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad en nrc.next.

De richtlijn van nrc.next en NRC Handelsblad is te lezen op web-logs.nrc.nl/hoofdredacteur