Waar is die 17 miljard euro gebleven?

1.510 dollar per troy ounce, and counting. Wie vandaag naar de goudprijs kijkt, kan zich nauwelijks voorstellen dat het metaal nog niet zo heel lang geleden volledig uit de gratie was. Volledig, want wie het destijds had, wilde er vaak zo snel mogelijk van af. Ook voor De Nederlandsche Bank, die tot 1992 over een enorme voorraad goud van 1.707 ton beschikte, maar daar in de volgende vijftien jaar grotendeels afscheid van nam.

Goud levert geen rente op. Beter was het, zo was het idee, om er rentedragende buitenlandse valuta’s van te kopen. Dat leverde wel iets op, en de functie als reserve veranderde er niet wezenlijk door.

In 1992 verkocht de Bank dan ook 400 ton goud, en herhaalde dat nog eens in 1996 met een verkoop van 300 ton. Daarna werd het wat moeilijker. Omdat veel andere centrale banken hetzelfde deden, stond de goudprijs onder druk. Een Britse goudverkoop van 25 ton stuurde de goudprijs in 1999 naar nog maar 257 dollar. Vandaar dat werd afgesproken om de goudverkopen onderling te coördineren en er een jaarlijks maximum aan te verbinden waar de markt mee kon leven. In 2000 volgde een verkoop van nog eens 100 ton door De Nederlandsche Bank, gevolgd door 27 ton in 2001, 33 ton in 2002, 74 ton in 2003, 82,5 in 2005, 54 ton in 2006, 19,5 ton in 2007 en 9 ton in 2008. Nu resteert er nog maar iets meer dan 600 ton goud, tegen ruim 1.700 ton in 1992.

Het plan is naar behoren uitgevoerd. Maar was het slim?

Tegen de goudkoersen van vandaag luidt het antwoord volmondig: nee. Wie het monnikenwerk uitvoert om de totale opbrengst van de verkopen te berekenen komt op een bedrag van 11 miljard euro door de jaren heen. Als dat goud niet verkocht was, dan was de huidige waarde maar liefst 36,7 miljard euro geweest. Een gat van bijna 26 miljard euro.

Nu was het de bedoeling om de opbrengst van de goudverkopen rentedragend te beleggen en als deviezenreserve aan te houden. Het kapitaal heeft door de jaren heen daarom wel veel opgebracht. Hoe veel dat is valt te benaderen.

We gaan er vanuit dat is belegd in Amerikaanse staatsleningen, over het hele spectrum van de looptijden. Om de opbrengst te berekenen wordt Citibanks total return index op Amerikaanse staatsleningen gehanteerd, teruggerekend in euro’s. De goudopbrengst van 1992 wordt zo belegd, en ook die van 1996, 2000 enzovoort.

Dan blijkt dat de totale opbrengst van de goudverkopen van 11 miljard euro in theorie is uitgegroeid tot een kleine 20 miljard euro. Nu is een deel van de renteopbrengst uitgekeerd als dividend aan de Nederlandse Staat, maar omdat die staat daardoor minder leent op de kapitaalmarkt, strepen we dat tegen elkaar weg.

Dan resteert er dus een totale huidige waarde van al het verkochte goud van 36,7 miljard euro, en een totale huidige waarde van de opbrengst van die verkopen van 20 miljard euro. Het verschil is 17 miljard euro, een bedrag dat Nederland door de verkopen is ‘misgelopen’. Niet dat het hier de gewoonte is om voorraadgrootheden als de centrale bankreserves en stroomgrootheden als de rijksbegroting door elkaar te halen, maar toch: 17 miljard is wel vergelijkbaar met de totale bezuinigingsopdracht van het kabinet-Rutte.

Volgende vraag is dan of de Bank, en al de politici en economen die haar destijds het grootste gelijk van de wereld gaven, beter had kunnen weten. Het zal de tijdgeest zijn geweest. Maar er zijn centrale banken, zoals die van Italië en Duitsland, die destijds niet aan de verleiding hebben toegegeven. Zij zitten nu op een fortuin.

Bij welke goudkoers zou het allemaal niet hebben uitgemaakt, en zouden de beleggingen van De Nederlandsche Bank hetzelfde hebben opgeleverd als wanneer het goud niet was verkocht? Dat is een schijnzekerheid, maar misschien toch aardig om te weten: 811 dollar en 79 cent. Iets meer dan helft van de prijs van vanmorgen.

Maarten Schinkel