Von der Dunk: lezing is nu besmet

Cultuurhistoricus Thomas von der Dunk noemt de Arondéus-lezing van de provincie Noord-Holland „voorgoed besmet” nu de voordracht die hij op 26 april zou houden, is afgelast. „Geen enkele zichzelf respecterende spreker zal nu nog op een uitnodiging van het organiserend comité ingaan.”

Gisteren werd bekend dat Von der Dunk zijn lezing Het nieuwe taboe op de oorlog niet mag houden, omdat de inhoud ervan „te partijpolitiek” is, aldus de Statenleden van CDA en VVD die in het organiserend comité zitten. In zijn tekst verwijst Von der Dunk een aantal keer naar het optreden van de PVV.

De andere leden van het organiserend comité, afkomstig van PvdA, GroenLinks en SP, zijn na de verkiezingen niet teruggekeerd in de Staten en hebben daarom formeel niets meer te zeggen over de Arondéus-lezing. Zij zijn kwaad over het besluit van CDA en VVD de uitnodiging aan Von der Dunk in te trekken.

Hero Brinkman,voorzitter van de Noord-Hollandse Statenfractie van de PVV, zei vanochtend in de Volkskrant: „De vertegenwoordigers van CDA en VVD vertelden me dat er in Von der Dunks lezing een aantal partijpolitieke passages stonden die niet positief waren voor de PVV. Ik heb toen gezegd: als jullie deze antisemiet Von der Dunk een podium geven om zich tegen de PVV af te zetten, zal ik hem niet alleen in het debat bij de enkels afzagen, maar dan is het misschien ook de laatste Willem Arondéus Lezing geweest.”

Von der Dunk: „Deze hele kwestie onderbouwt precies de centrale stelling van mijn voordracht. Wie parallellen zoekt tussen het huidige politieke klimaat en de jaren rond de oorlog, wordt de mond gesnoerd.” De kwestie keert zich nu wel als een boemerang tegen VVD en CDA, denkt Von der Dunk. „Een lezing die verboden wordt, is natuurlijk veel nieuwswaardiger dan een lezing die gehouden wordt.”