Tsjetsjenië: alarmbrief over mensenrechten

Mensenrechtenorganisaties zetten Russische president Medvedev onder druk om actie te ondernemen.

Vijf Russische mensenrechtenorganisaties hebben in een open brief president Medvedev opgeroepen een einde te maken aan de illegale ontvoeringen, verdwijningen, martelingen en moorden in Tsjetsjenië door leden van de politie en veiligheidsdiensten. Het onderzoek van het OM naar die mensenrechtenschendingen wordt volgens hen op alle fronten gesaboteerd door diezelfde wetshandhavende instanties.

Medvedev had elf maanden geleden een ontmoeting met vertegenwoordigers van de mensenrechtenorganisaties om de situatie in Tsjetsjenië te bespreken. Hij beloofde toen de schendingen van de mensenrechten in die deelrepubliek op de Noord-Kaukasus te zullen onderzoeken. Maar tot nog toe is er van die belofte niets terecht gekomen. Wel gaf Medvedev toen opdracht tot het oprichten van een werkgroep, maar die is nog nooit bijeengekomen.

Volgens Igor Kaljapin, voorzitter van het Comité Tegen Marteling, heeft het regionale OM van Tsjetsjenië toegegeven niet bij machte te zijn om de mensenrechtenschendingen te stoppen, omdat de samenwerking met politie en veiligheidsdiensten niet goed verloopt. Rechercheurs zouden sommige ontvoeringszaken in de doofpot stoppen.

De ontvoeringen zijn een middel van de politie en veiligheidsdiensten van Tsjetsjenië om vermeende rebellen aan te pakken.

Mensenrechtenactivist Oleg Orlov zei dat een grote hindernis bij het oplossen van de schendingen was dat in Tsjetsjenië, anders dan in de overige deelrepublieken op de Noord-Kaukasus, de politie en veiligheidsdiensten onder rechtstreeks gezag van de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov vallen. Vervolgens somde Orlov een aantal bedreigingen op die Kadyrov had geuit tegen zijn critici. (NRC)