Spreekverbod in Haarlem

Sinds 2005 organiseren de Provinciale Staten van Noord-Holland in april een lezing vernoemd naar de kunstenaar en antifascistische verzetsheld Willem Arondéus (1894-1943). De initiatiefnemers, Meino Schraal (CDA) en Klaas Breunissen (GroenLinks), zagen de lezing en de discussie met publiek daarna als „een kritische spiegel”. Om elk misverstand over hun intenties bij voorbaat uit te sluiten, voegden de twee eraan toe: „De controverse mag hierbij niet worden geschuwd.”

Het idee en de opzet van de lezing waren een zorgvuldig eerbetoon aan de naamgever ervan. Arondéus was een belangrijk man voor Nederland. Als kunstenaar die onder meer de negen wandtapijten heeft gemaakt die in de Statenzaal te Haarlem hangen. Als homoseksueel die daar, tegen de tijdgeest van toen, geen geheim van maakte. En als verzetsman.

Zo vervalste hij persoonsbewijzen. En in 1943 was hij betrokken bij de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam. Dat was belangrijk, omdat de Nederlandse autoriteiten na 1940 bleven administreren op afkomst en andere kenmerken die de Duitse bezetter nodig had voor de Endlösung. Arondéus werd ervoor ter dood veroordeeld.

De eerste lezing werd gehouden door de choreograaf Rudi van Dantzig. Dit jaar zou historicus Thomas von der Dunk spreken.

Von der Dunk wilde de controverse niet schuwen. Hij zou refereren aan de jaren dertig. Een parallel is volgens hem dat de politieke elite zich nogal snel neerlegt bij het populisme.

Toen de VVD’er en CDA’er in het organisatiecomité zagen dat, naast NSB en CPN ook de PVV zou opduiken, gingen ze te rade bij Statenlid Hero Brinkman van de PVV. Brinkman dreigde: „Ik zal hem niet alleen in het debat bij de enkels afzagen, dan is het ook de laatste lezing geweest.” Het is duidelijk hoe de machtsverhoudingen in Haarlem liggen.

Maar het slapste in hun optreden is toch wel de argumentatie. Schraal, zelf ook historicus, zei: „Wanneer je de Tweede Wereldoorlog van stal haalt in een partijpolitiek discours ben je ver van huis.” Zeker, het is altijd verstandig om voorzichtig om te springen met historische analogieën. Maar die professionele terughoudendheid heeft niets maar dan ook niets te maken met partijpolitiek. Of bedoelt Schraal dat de CPN ook nooit in verband mag worden gebracht met het stalinisme?

Nee. CDA en VVD hebben gezocht naar woorden om te camoufleren dat ze onder druk van de PVV door de knieën zijn gegaan. En daarmee de lezing zelf in de waagschaal gesteld. Von der Dunk wilde betogen dat de Tweede Wereldoorlog een omgekeerd taboe geworden is. Werd er vroeger te pas en te onpas naar verwezen, nu is dat kennelijk verboden.

VVD en CDA durfden daarover het debat met de burgers van Noord-Holland niet aan maar kozen voor een spreekverbod.

Ze hebben de stelling van Von der Dunk zo helaas bewezen.