Praatsessies over blowen

FC Utrecht zet zijn spelers in als rolmodel voor verslaafde jongeren.

Uit onderzoek blijkt dat de methode aanslaat: minder jongeren staken de therapie.

Dries Mertens is 23 jaar, smaakmaker van FC Utrecht, Belgische international en staat in de belangstelling van Ajax en Anderlecht. Philip is 22 jaar, maar noemt zichzelf al ex-verslaafde. Mede door hulp van FC Utrecht en Mertens heeft hij al een jaar geen joint meer aangeraakt. Bijna dezelfde leeftijd, maar hun werelden konden niet meer verschillen.

Ze hebben elkaar een paar keer ontmoet in het kader van het project Kicks United: een samenwerking tussen FC Utrecht en Centrum Maliebaan, een kliniek voor verslavingszorg. Mertens vertelde Philip – en andere verslaafde jongeren – tijdens verschillende praatsessies over zijn teleurstellingen, zelfvertrouwen en discipline.

De sessies verbaasden Philip, die niet met zijn achternaam in de krant wil. „Onze werelden liggen mijlenver uit elkaar, maar gek genoeg herkende ik me in de verhalen van Mertens en de andere spelers.” Zoals toen de spelers vertelden over het omgaan met teleurstellingen. Als ze bijvoorbeeld een rode kaart hadden gekregen en het hele stadion woedend op ze was. Philip: „Het ellendige gevoel dat ze dan hadden, herkende ik uit mijn verslavingstijd. En toch hebben ze veel bereikt. Dat was pure motivatie.”

Het grote verschil: de profvoetballer moet door. Heeft geen tijd voor teleurstellingen. Een verslaafde laat zich meeslepen. Zo ging het ook bij Philip.

Een keurige leerling van een Utrechts gymnasium. Dat was Philip, voordat hij op zijn zestiende zijn eerste joint rookte. Philip – baseballpetje op halflange haren, skatebroek en wijdvallend shirt – haatte blowen eigenlijk. „Ik was altijd met school bezig. Maar vrienden vertelden steeds over hoeveel lol ze hadden tijdens het blowen. Toen werd ik nieuwsgierig.”

In het begin was het nog experimenteren, maar dat duurde niet lang. Vanaf zijn achttiende probeerde hij harddrugs. Blowen werd toen normaal. Als een sigaret. Drie, vier joints op een dag.

Mertens denkt even na in het spelershome van FC Utrecht. „Op mijn zestiende? Toen speelde ik nog in de jeugd bij Anderlecht.” Hij leidde een gestructureerd leven. ’s Morgens trainen op de voetbalschool in Leuven – les – naar Brussel voor de training bij Anderlecht – thuis nog even huiswerk maken – snel naar bed. En dat iedere dag weer.

Een moeilijke periode volgde voor de buitenspeler. In het eerste van Anderlecht was de concurrentie zo hevig, dat Mertens besloot naar AA Gent te verkassen. Hij slaagde er niet en werd verhuurd aan Eendracht Aalst. Ineens speelde hij in de Derde Klasse. „Natuurlijk was ik teleurgesteld. Maar je moet als topsporter met tegenslagen kunnen omgaan. Knop omzetten en erop vertrouwen dat het goed komt.”

Bij Philip draaide de knop juist steeds verder door. Het blowen maakte hem een ander mens. Vroeger was hij „oerdegelijk”. Nu werd hij ineens nonchalant, duf, en sneller geïrriteerd. Het leidde tot conflicten. Zoals die keer op een feestje, toen een vriend weigerde hem tabak te geven om een joint te draaien. „Ik werd erg kwaad. Kon het niet meer relativeren. Dat is verslaving.”

In zijn omgeving zeiden zijn ouders, vrienden en familie al langer dat Philip moest stoppen. Zelf dacht hij het in de hand te hebben. „Elke dag zei ik dat ik morgen stopte, maar de dag erna was er weer een morgen.”

Mertens bleef ondertussen werken aan zijn grote doel; de top bereiken. Bij Eendracht Aalst en later in de Nederlandse eerste divisie bij AGOVV. Toch waren er lastige momenten. Als Mertens gebeld werd door vrienden op vrijdag. Of hij mee ging stappen. „Mijn ouders waren heel rechtlijnig in mijn bestaan als topsporter. Ze hielden me steeds voor dat ik mijn doel moest blijven nastreven. Stappen hoorde daar niet bij. Dat heeft me geholpen.”

Zijn discipline bracht Mertens van AGOVV in 2009 naar FC Utrecht. In zijn eerste seizoen won hij de Zilveren Schoen, als tweede beste speler van de Eredivisie. Philip belandde in 2009 bij Centrum Maliebaan.

Mertens zegt geraakt te zijn door de sessies met de verslaafde jongeren. Wat hij zelf kon doen? Luisteren en vertellen. Bijvoorbeeld over zijn vriendengroep, die hem ook op lastige momenten bleef steunen. Mertens: „Verslaafde jongeren hebben vaak verkeerde vrienden. Ze moeten uit die groep weg zien te komen. Zorg dat je in contact komt met anderen. Dan ben je weg.”

De linksbuiten deed de praatsessies samen met verdediger Jan Wuytens. Steeds belden ze elkaar na afloop. De conclusie was altijd hetzelfde: „Pff…wat een heftige verhalen. Dan hebben wij ons leven goed op de rails.”

Philip heeft zijn leven ook weer op orde. Hij doet een universitaire studie. Wel volgt hij nog therapie bij Centrum Maliebaan, om een terugval te voorkomen. Onlangs vroeg iemand tijdens een weekend met de studievereniging of hij een joint wilde. Een seconde was daar de aarzeling. Toen: „Nee, bedankt. Ik ben gestopt.”