Op naar het land van werk en vrijheid

Wachtend op een visum kunnen Tunesische vluchtelingen niets anders dan rondhangen in Turijn.

Maar alles is beter dan Lampedusa, zeggen ze.

Ze zien er best ontspannen uit zo, tijdens een potje tafelvoetbal bij een cultureel centrum in een achterbuurt van Turijn. „Maar van binnen zijn we gestresst”, zegt de 27-jarige Slah Channoufi uit Tunesië, terwijl hij tegen de zijkant van zijn hoofd tikt. Op het hoogtepunt van de opstand tegen dictator Ben Ali maakte Channoufi samen met 400 anderen half januari de oversteek vanuit Zarzis naar het Italiaanse eiland Lampedusa. Daar betaalden ze ieder 2.000 euro voor. Channoufi ontvluchtte naar eigen zeggen de chaos en uitzichtloosheid in zijn geboorteplaats Siliana. Hij had het geduld niet om af te wachten of de revolutie goed uitpakte en hij de mogelijkheid kreeg om zijn land op te bouwen. ,,Het gaat lang duren voordat de situatie in Tunesië verbetert. Ik ben kapper, maar ik was al tijden werkloos.”

Channoufi wil zo snel mogelijk naar vrienden in Marseille. In de Zuid-Franse migrantenstad hoopt hij zijn oude beroep weer op te pakken. Die droom lijkt een stuk dichterbij sinds hij woensdag bij de immigratiedienst een Schengenvisum kreeg uitgereikt. Daarmee kan hij drie maanden door Europa reizen. Toch gaan de ongeveer tachtig Tunesiërs met wie Channoufi door de Italiaanse autoriteiten naar Turijn werd gevlogen niet direct richting de Franse grens.

Enkele weken geleden probeerden een aantal van hen al Frankrijk binnen te komen, maar ze werden teruggestuurd. De groep van tachtig werd kort daarvoor vrijgelaten uit het Centrum voor identificatie en uitzetting in Turijn. De Italiaanse autoriteiten hadden besloten om de Tunesiërs die al in het land waren een ‘humanitair visum’ te geven.

Nu hangen de jongemannen overdag rond in de stad. De meesten dragen sportschoenen, een spijkerbroek en een t-shirt. Ze slapen in een van de islamitische centra van Turijn. De locatie daarvan blijft geheim. „De leiders van de Tunesische gemeenschap vragen ze om dat niet te zeggen. Ze zijn bang dat de rechts-populistische partij Lega Nord, met lokale verkiezingen op komst, gaat klagen over overlast”, zegt Ilda Curti, de linkse wethouder voor integratie in de stad.

Bij de Franse grens werden de gelukszoekers niet alleen teruggestuurd omdat ze geen visum hadden, maar ook omdat ze een paspoort én voldoende zakgeld nodig hebben. Zo luiden de regels van het Schengenakkoord over vrij reizen binnen Europa. De Fransen mogen van de Tunesiërs eisen dat ze 62 euro bij zich hebben voor iedere dag die ze in Frankrijk denken te blijven. Dat betekent duizenden euro’s voor enkele maanden. Dat geld hebben de Tunesiërs niet.

„We adviseren ze nu rustig hier in Turijn te wachten totdat alle papieren in orde zijn”, zegt Francesco Barbero. Hij is vrijwilliger bij cultureel centrum Officine Corsare. Hier komen linkse bewegingen als de Associazione 3 febbraio bijeen om voor de Tunesiërs te koken en ze bij te staan met juridisch advies. „Ze zijn er nu bijna”, zegt Barbero. „Het Tunesische consulaat in Genua geeft ze over een week Tunesische paspoorten.”

De jongemannen van tussen de 20 en 30 komen voornamelijk van het Tunesische platteland. Als ze al een paspoort hadden, hebben ze dat niet meegenomen op de boot naar Lampedusa. ,,Het is voor vluchtelingen meestal beter om geen officiële documenten mee te nemen. Als je moeilijk te identificeren bent, is het ook moeilijker om je terug te sturen”, zegt Barbero. Het benodigde geld voor de grensoversteek krijgen de Tunesiërs meestal van familie en vrienden in Frankrijk. „Dat wordt overgemaakt via Western Union”, zegt Channoufi.

De mannen zijn boos over de manier waarop ze zijn behandeld. Ze kwamen naar Europa voor vrijheid, maar werden in Turijn 47 dagen opgesloten. Ook het verblijf op Lampedusa heeft zijn sporen nagelaten. „Ze werden nog net niet geslagen, maar er was gebrek aan alles”, zegt Ibrahim, een Tunesiër die al langer in Turijn woont en helpt bij de vertaling. Over het Centrum voor identificatie en uitzetting in Turijn zegt Ibrahim: „Guantánamo in Turijn. Het is erger dan een gevangenis.” Journalisten worden er niet toegelaten.

Als de Tunesiërs horen dat de verslaggever uit Nederland komt, willen ze horen hoe het daar staat met de werkloosheid. Ze willen niet in Italië blijven omdat ze hier geen werk vinden. Naar schatting 90 procent van hen wil naar Frankrijk, maar dat is alleen omdat ze er familie hebben en de taal een beetje spreken. Werk is het allerbelangrijkste voor ze, het maakt niet uit waar. Channoufi wil permanent in Europa blijven, eventueel als illegaal, als hij maar kan werken. Ook zegt hij geld naar zijn familie in Tunesië te willen sturen.

Over een week probeert hij met een Schengenvisum, voldoende geld én Tunesisch paspoort om Frankrijk binnen te komen. Volgens de EU-regels zouden ze hem toe moeten laten. Na drie maanden weet hij dan of de Fransen hem niet alsnog opsporen en terug naar Tunesië sturen.