Minder parate kennis, maar beter voorbereid op de maatschappij

De Onderwijsinspectie kwam deze week met een kritisch rapport over het voortgezet onderwijs. Maar er worden ook vorderingen gemaakt, blijkt uit een rondgang.

Nederland, Leiden, 20-04-2011 Stedelijk gymnasium Leiden Locatie Socrates aan de Nieuwe Marnixstraat 90. Leerlingen hebben pauze en gaan buiten in de zon zitten PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Leiden, 20-04-2011 Stedelijk gymnasium Leiden Locatie Socrates aan de Nieuwe Marnixstraat 90. Leerlingen hebben pauze en gaan buiten in de zon zitten PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2010

Vier havo stommelt het scheikundelokaal binnen. Veel blonde meisjes en uit de kluiten gewassen jongens. Ze trekken witte stofjassen aan, zetten een plastic bril op en halen een chemicaliënrekje, brander, spuitfles met water en reageerbuisjes op. Op het blackboard staat: ‘Gaan zitten en instructie afwachten’.

Scheikundeleraar Herman Hofman (31) werkt sinds 5 jaar op De Lage Waard, scholengemeenschap voor havo/vwo in Papendrecht. Hij geldt als streng, maar dat kan hem niets schelen. „ Als ik maar duidelijk ben, huiswerk controleer, de leerlingen bij de les houd. Dat werkt het beste bij kennisoverdracht.”

De Onderwijsinspectie kwam deze week met een kritisch jaarrapport. Het niveau van de middelbare scholen daalt. Er is minder parate kennis bij eindexaminandi. En scholen poetsen de cijfers op. Vooral bij wiskunde, Nederlands en Engels zijn de resultaten achteruit gegaan. Sommigen leraren beheersen de stof niet, of kunnen die niet goed overdragen. Is er dan niets beter geworden op middelbare scholen?

Zeker wel, zeggen tien enthousiaste leraren op drie middelbare scholen in Leiden, Papendrecht en Eindhoven. Het Stedelijk Gymnasium in Leiden telt 1.500 leerlingen. De school werd zó populair dat in 2009 in Leiden-Noord de dependance Socrates in gebruik werd genomen. De nadruk ligt hier op de klassieken en een breed aanbod aan extra activiteiten in samenwerking met scholen en universiteiten in binnen- en buitenland.

De Lage Waard (1.100 leerlingen) is een protestants-christelijke scholengemeenschap voor de middenklasse uit Dordrecht en agrariërs uit de Alblasserwaard. Hier tref je minder buitenschoolse activiteiten, maar vooral aandacht voor geborgenheid en prestaties. „Deze school is schools”, vertelt scheikundeleraar Hofman.

Het Christiaan Huygens College (locatie Rachmaninowlaan, 900 leerlingen), in Brainport Eindhoven zoekt inspiratie in de bètavakken en werkt daarbij onder meer samen met Philips. Met het vak science legt men daar de relatie tussen theorie en praktijk. De drie scholen staan goed aangeschreven bij de Onderwijsinspectie en scoren hoog op kwaliteitslijstjes van Trouw en Elsevier.

De parate kennis van adolescenten is volgens de leraren afgenomen. Maar daar is veel voor in de plaats gekomen. Internationale uitwisseling bijvoorbeeld. Schrijfvaardigheid. Actieve talenkennis. Engelse en Franse taaldiploma’s. Bronnenonderzoek. Interviewtechnieken. Presentaties. Het afleggen van een meesterproef. Deelname aan debatwedstrijden. Samenwerking met universiteiten. Muziek en toneel. Het gebruik van de elektronische leeromgeving. Het heeft de leerlingen mondiger gemaakt en beter voorbereid op de samenleving.

Ondanks de verschillende accenten op de drie scholen zijn de leraren eensgezind in hun opvattingen over de kwaliteit van het onderwijs. Ze snappen dat kennisoverdracht belangrijk is en dat de zesjescultuur moet worden bestreden. Leuke projecten moet je doseren, anders worden leerlingen gek.

De leraren erkennen dat rekenen en taal minder ontwikkeld zijn. „Leerlingen hebben moeite met lange teksten. Taalvaardigheid moet je blijven trainen”, zegt geschiedenisdocent Anjo Roos (49) van het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Toch is Roos aangenaam getroffen door het niveau van de profielwerkstukken van klas 5. Die meesterproef is meestal een combinatie van twee vakken. „Veel talenten komen naar boven: dans, popmuziek, film, natuurkunde.” Ze toont een degelijk werkstuk over Molukkers in Nederland, met eigen interviews en bronnenonderzoek. „We dwingen leerlingen niet alleen op internet af te gaan. Ze moeten hier ook boeken lezen.”

Bij geschiedenis bestond lang geen aandacht meer voor chronologie en feitenkennis. Er was een tijd, zegt geschiedenisleraar Johan Coolen (37) van het Christiaan Huygens, dat leerlingen alles wisten van de oorlog in Vietnam, maar de Renaissance niet kenden. Daar zijn ze van teruggekomen. „Wij werken met de methode van historicus Piet de Rooy. Die behandelt tien tijdvakken, Grieken en Romeinen, monniken en ridders, tv en computers. Zo krijgen ze de hele chronologie mee. Maar je kunt de lessen zelf invullen. Geschiedenis moet je tot leven brengen met verhalen, goede opdrachten, anekdotes, boeken en internet.”

Wiskunde mag volgens de Onderwijsinspectie in internationale vergelijkingen slechter scoren, op het Christiaan Huygens is het een populair vak. Wiskundeleraar Jan Debets (65) geeft al 44 jaar les, maar aan stoppen denkt hij niet. Het werk is te leuk. Marjolein Seegers (50), vroeger werktuigbouwkundige bij Philips, legt met het vak science de relatie tussen theorie en praktijk. „Hoe werken contactlenzen? Wat zit er in een mobieltje? Wat is robotica? Vanmiddag gaan we naar de Technische Universiteit Eindhoven, voor een module over de beugel. En we bouwen een ballonwagen. Het is pure wetenschap. Ik zeg altijd tegen de kinderen: er zijn nog heel wat Nobelprijzen voor jullie te winnen.”

Het aanbod op scholen is inderdaad breder geworden, zeggen de leraren. Maar dat is logisch, want de maatschappij is ingewikkelder en er komt veel meer informatie op kinderen af. Om te voorkomen dat ze het overzicht verliezen, moet je de samenhang laten zien. Maar dat wil niet zeggen, zegt historicus Coolen, dat er geen diepgang meer is. „We stellen hoge eisen.”

De klacht dat kinderen tegenwoordig dommer zijn, dateert al van Livius, zegt leraar geschiedenis Kees Weltevreden (61) van De Lage Waard. „Dat is zo’n onzin. De grootste verandering is dat er niet meer wordt lesgegeven in de traditie van de culturele elite die kennis wilde overdragen via stampen en reproductie. De opleiding is nu veel praktischer. Leerlingen kunnen dingen in een tijd plaatsen, dat is veel nuttiger dan jaartallen zonder context.”

Alle ondervraagde leraren zijn dol op hun vak. Ze vinden het heerlijk om met jongeren te werken. „Laatst”, zegt Christine Brackmann (43), lerares Nederlands op het Christiaan Huygens, „zag ik vier van die grote examenknullen het fietsenhok uitlopen na het eindexamen. Ik dacht: daar gaan ze, vol zelfvertrouwen, uit de kluiten gewassen. Het had iets van een initiatierite. Dat was een ontroerend moment.”