Koerden mogen na harde actie op kieslijst

Protesten in het zuidoosten van Turkije hebben weinig te maken met de onrust in het Midden-Oosten. Koerden ontdekken de democratie.

Het ongeoefende oog zou zo maar geloven dat de opstanden in de Arabische wereld gisteren waren overgeslagen naar het zuidoosten van Turkije. Tienduizenden Koerden gingen de straat op. Demonstranten kwamen met bulldozers als antwoord op de pantserwagens waarmee de Turkse politie zulke onrust doorgaans neerslaat. Medewerkers van een bank in Van moesten uit een vlammenzee worden gered nadat molotovcocktails het gebouw in lichterlaaie hadden gezet. Een demonstrant werd dodelijk getroffen door een politiekogel.

Maar met een Arabische lente had het spektakel niets te maken. Dit was de opening van het Turkse verkiezingsseizoen, dat op 12 juni moet leiden tot een nieuw parlement en een nieuwe regering. De vijftien miljoen Koerden in Turkije voelen, niet voor het eerst, dat deelname aan de Turkse democratie hun niet gegund is.

De uitbarstingen volgden op de beslissing van de Kiesraad om twaalf Koerdische parlementsleden deelname aan de verkiezingen te ontzeggen omdat ze een strafblad hebben. De menigtes lazen dat als een excuus om de Koerdische kiezer te dwingen voor partijen te kiezen die al decennia de Turkse politiek overheersen. Er is hier vrijwel geen Koerdische politicus te vinden zonder strafblad. In het zuidoosten van Turkije is een strafblad een certificaat van actieve deelname aan de politiek.

Die strafrechtelijke veroordelingen lopen ze op tijdens demonstraties en toespraken die de Turkse politiek niet welgezind zijn. Sommige parlementsleden waren lid van de Koerdische beweging PKK, niet alleen door Turkije gebrandmerkt als een terreurorganisatie maar ook in Europa en de Verenigde Staten.

De Kiesraad besloot zijn omstreden beslissing gisteren aan het eind van een lange dag van protest te herzien. Acht van de twaalf Koerdische parlementsleden kregen toch toestemming zich kandidaat te stellen. Er waren pogingen om die publieke knieval te vergelijken met het buigen van ooit onvermurwbare Arabische leiders. De Koerdische burgemeester van Diyarbakir, Demirtas, noemde de premier Erdogan „de Gaddafi van Turkije”. De New York Times sprak vanochtend over „burgerlijke ongehoorzaamheid geïnspireerd door Syrië, Egypte, Jemen en Libië”.

Maar dat is gezichtsbedrog. „De demonstraties staan los van de onrust in de Arabische wereld en ik geloof ook niet dat het protest zo’n grote rol heeft gespeeld bij de rechters om hun beslissing te herzien”, zegt Yilmaz Akinci, voorzitter van de Journalistenvereniging in het zuidoosten. „De rechters konden niet uit onder de enorme verontwaardiging van álle partijen, van de nationalistische MHP tot de regeringspartij AKP.” Een paar uur voordat de Kiesraad zijn besluit herzag veroordeelde president Gül de uitsluiting van de Koerdische parlementsleden in harde bewoordingen.

Columnisten in kranten uit alle politieke windrichtingen concludeerden vanochtend eensgezind: de Turkse democratie verdient beter, is beter. „De mentaliteit van de Turkse politiek is veranderd”, schrijft Mehmet Ali Birand vanochtend in Milliyet. De tijd dat het Koerdische conflict werd uitgevochten met wapens is volgens hem voorbij. Het gevecht is nu waar het hoort: in het parlement. „Koerden hebben kunnen zien dat ze niet alleen staan in dit gevecht. We zijn dichter bij een oplossing nu Turkije laat zien het Koerdische vraagstuk niet langer te willen oplossen buiten de politieke arena.”

In die politieke arena moet nog veel gebeuren. Er is nog steeds een kiesdrempel van 10 procent, waardoor partijen die minderheden vertegenwoordigen geen kans maken. Bovendien bestaat er een wet die het heel eenvoudig maakt voor rechters om politieke partijen te verbieden. Tientallen Koerdische partijen werden onder die wet verboden.

Er waren deze week niet alleen lessen te trekken voor de Kiesraad, ook voor de organisatoren van de demonstraties. Uit het hoofdkwartier van de PKK kwam al maanden geleden de oproep aan alle Koerden om iedere vrijdag, net als eerder in Egypte en nu in Syrië, te demonstreren tegen de Turkse politiek van uitsluiting. Die oproep werd genegeerd, tot de omstreden beslissing van de Kiesraad om Koerdische parlementsleden uit te sluiten, tot het moment dus dat er echt iets was om tegen te demonstreren. Er waren ook oproepen om vandaag weer de straat op te gaan, zomaar. De laatste berichten uit Diyarbakir: zonnig en kalm.